Men praat, men lacht en men legt nieuwe contacten. 'Iemand ontmoeten en spreken is toch wat anders dan met iemand chatten,' aldus Nas. Dat was ook de filosofie achter het congres'.
Centraal tussen alle tentjes staat een grote witte tent, de spin in het web: hier bevinden zich honderden computers, die zijn aangesloten op het internet en op elkaar. Jon Callas, een Amerikaan met een rood sikje, zit in de tent achter een laptop. Via internet volgt hij een lezing die op hetzelfde moment in de Vrijhof gehouden wordt. Het beeld is nogal schokkerig 'but that doesn't matter. The audio is the important thing and is very good.' Hij komt uit speciaal voor dit evenement uit San Francisco en knoopt er een Europese vakantie aan vast.
Verderop zit Remi Cellier uit Frankrijk. 'I'm gonna check my mail first and of course meet some people, hear the speeches.'
De talloze andere computeraars in de centrale tent bevestigen het algemene beeld van de hacker, te herkennen aan het aantal colablikjes naast het toetsenbord en zijn opvallende uiterlijk: gekleurd of lang haar, ruig behaarde kinnen en kaken, t-shirtjes met tekst, vaak donkere kleding.
Een studente sociologie uit Engeland bevestigt dat hackers een sub-culturele groep vormen in de maatschappij. 'Hackers want to be unic and different. They question everything, they want to try impossible things.' De van oorsprong Taiwanese met de naam Yuwei Lin doet op het hackerscongres onderzoek naar 'de hybride socio-technische status van hackers in ICT innovatie systemen'. Ofwel, welke invloed hebben hackers op innovatieve ontwikkelingen. Daartoe interviewt ze verscheidene hackers. Zij constateert dat de hackerscultuur in de maatschappij steeds belangrijker wordt. Dat zie je bijvoorbeeld aan de gigantische opkomst en belangstelling. Ook valt het Lin op hoe aardig de mensen tegen elkaar zijn. 'Veel mensen kennen elkaar nog van het vorige congres in '97,' is haar verklaring.
Als zaterdagmiddag, na een hoop regen, eindelijk de zon schijnt, gaan de computers ook de tentjes uit. Hop, een hup naar buiten. 'He got six places free', roept iemand. 'All right', beantwoordt een man met een lange vlecht in zijn grijze haar en hij pakt zijn tasje met de laptop alvast. Even later plugt hij in en zit ook hij letterlijk aan het lijntje. 'Okay, I am online', roept hij nog eens. En dan wordt deopvallende goudkleurige zonnebril verwisseld voor een leesbril.
Een aardige tent is de PowerPong. Pong is de naam van het tweede computerspelletje dat ooit bedacht is en bestaat uit een soort pingpong: twee op en neer bewegende schijfjes aan weerskanten van het beeldscherm die elkaar de bal moeten toespelen. Ontwerpster Mathilde uit Amsterdam kwam op het idee om dit te koppelen aan een fiets. Hoe harder je trapt, hoe sneller de bal gaat. En met je stuur beweeg je je badje op en neer. PowerPing dus. Met een dynamo wordt de stroom opgewekt. 'Ik wilde iets doen met alternatieve stroom. Op dit evenement wordt zoveel stroom verbruikt via grote generatoren dat ik met dit spel wil laten zien hoe het ook kan. En je komt even in beweging, dat is voor hackers ook wel eens goed,' aldus Mathilde.
![]()