De aantrekkingskracht van technische universiteiten op hightechbedrijven in Nederland is groot. Algemene universiteiten hebben daarentegen geen zuigkracht. In andere landen bestaat dat verschil niet. Dat concluderen twee wetenschappers uit Delft en Rotterdam.
Gerben van der Panne (TUDelft) en Wilfred Dolsma (Erasmusuniversiteit Rotterdam) deden onderzoek naar de factoren die ten grondslag liggen aan de vestigingsplaatskeuze van hightechbedrijven. Uit onderzoeken in andere Europese landen blijkt dat die bedrijven zich vooral laten leiden door de samenstelling van de regionale arbeidsmarkt en de aanwezigheid van kennisinstellingen, waaronder universiteiten. Van der Panne en Dolsma vroegen zich af hoe dat in Nederland zit.
De resultaten waren verrassend. 'Er bestaat in ons land géén statistisch verband tussen de situatie op de regionale arbeidsmarkt en de aanwezigheid van hightech bedrijven', zegt Van der Panne. 'De urbanfield theorie verklaart dit. Nederland is zo klein, het land is als het ware één urban field. De mobiliteit is groot, de infrastructuur goed, afstanden zijn daardoor zo te overbruggen. Bedrijven zijn daardoor niet afhankelijk van een bepaalde regio.'
Een andere verrassende uitkomst is volgens de twee onderzoekers dat algemene universiteiten geen zuigkracht hebben op hightech bedrijven. Maar zo gek is dat toch niet? Techniek zoekt techniek op, zou je zeggen. 'Toch is het vreemd', zegt Van der Panne. 'In andere landen hebben algemene en technische universiteiten beide aantrekkingskracht op hightechbedrijven. Denk namelijk niet dat hightechbedrijven per definitie technisch zijn, we bedoelen bedrijven die vier en een halve procent van hun omzet besteden aan onderzoek en ontwikkeling. Bovendien werken er niet alleen technisch geschoolden in zo'n bedrijf. Het gaat ze vaak meer om een bepaald opleidingsniveau.' Van der Panne noemt het daarom een theoretisch probleem. 'Maar waarschijnlijk ligt de verklaring deels in de urbanfield theorie. Alle productiefactoren zijn tòch wel beschikbaar, waar het bedrijf zich ook vestigt.'
Andere opmerkelijke uitkomst is dat researchafdelingen van grote bedrijven de sterkste aanzuigende werking hebben. Daarentegen hebben de vijf grote publiekrechtelijke technologische institiuten (gti's) een negatief effect op de hightechontwikkeling in een regio. Volgens de onderzoekers komt dat doordat een gti beslag legt op de productiefactoren in een bepaalde regio.