'Ik heb nooit reden gehad om zenuwachtig te zijn'

| Redactie

Voor PvdA-fractievoorzitter Ad Melkert was het, zacht uitgedrukt, een roerig weekje. Maandag verscheen het rapport-Koning met daarin de feiten rondom de ESF-subsidies. Woensdag maakte Wim Kok eindelijk zijn toekomstplannen bekend. Beide onthullingen konden Melkert maken of breken. Uitgerekend de dinsdag ertussenin mocht UT-nieuws bij hem op de thee.

De uitnodiging zou altijd onverwacht zijn gekomen. Maar nu helemaal. Vrijdag 24 augustus belt een medewerker van het campagneteam van de Partij van de Arbeid. Melkert komt 7 september naar de Universiteit Twente om met publiek te discussiëren over de kennissamenleving. Of we vooraf een interview willen maken.

Ad Melkert? Doen we. Waarom niet? We hadden het zelf kunnen bedenken. Wanneer? 'Nou', klinkt het aan de andere kant van de lijn, 'wat dacht je van dinsdag aanstaande? Je krijgt een half uur. Als je geen zin hebt om helemaal naar Den Haag te komen, mag het ook telefonisch.'

We zwijgen even. Dinsdag aanstaande, Ad Melkert, wat was er ook al weer met Ad Melkert? Het muntje valt. Voor de vorm bladeren we wat in een agenda. Dan: 'Da's goed - prima zelfs. Tot dinsdag. In Den Haag.'

Even denken we aan een grap. Als er iemand geen behoefte kan hebben aan nóg meer pers, dan Ad Melkert. Zeker de komende week niet. De PvdA-fractievoorzitter zal belaagd worden door journalisten. Ze zullen hem van microfoon naar microfoon slepen. Cartoonisten slijpen hun potloden, columnisten hun pennen. Voor Melkert is het deze week erop of eronder.

Want: twee zaken waarvan men zegt dat ze toevallig samenvallen. Maandag: de openbaarmaking van het rapport-Koning. Woensdag: Koks bekendmaking van zijn toekomstplannen. Op het tijdstip dat de PvdA-voorlichter belt kan het nog alle kanten op. Konings bevindingen kunnen Melkert de das om doen. En als dat gebeurt, voorspellen insiders, blijft Kok. En kan de kroonprins de wachtkamer in.

Dus neemt de medewerker op de valreep een slag om de arm: 'Als de actualiteit een vervelende wending neemt, dan kan het interview worden uitgesteld.' De actualiteit néémt een vervelende wending. Niet voor Melkert, maar voor de media die hem de afgelopen weken het vuur aan de schenen legden.

Het verhaal is inmiddels vaak verteld: half juli werd bekend dat de Europese commissie 440 miljoen gulden terug wil vorderen van de Nederlandse staat. De regering zou dat deel van de ESF-subsidies aan verkeerde doeleinden hebben besteed. In casu: het ministerie van Sociale Zaken in de jaren 1994-1998. Destijds verantwoordelijke minister: Ad Melkert. De Volkskrant en NRC Handelsblad hebben de messen snel geslepen. Eind juli koppen zij dat Melkert de 'bron' en 'oorzaak' is van de 'ellende' met de Europese subsidies.

Melkert zou de 440 miljoen hebben gebruikt om een bezuiniging bij de Arbeidsvoorziening te compenseren. Bewijzen hebben de kranten evenwel niet. Maar ís het waar, dan loopt Melkert onherstelbare politieke averij op. Willem Vermeend, de huidige minister van Sociale Zaken, stelt hals over kop de commissie-Koning in om de ESF-kwestie te onderzoeken.

Ondertussen blijft Melkert 'cool'. Ogenschijnlijk vol vertrouwen wacht hij de resultaten van Koning af. De druk op zijn persoon wordt opgevoerd als een week voor het rapport een andere nota uitlekt. In 'Aan de Slag' bekritiseren topambtenaren het anti-werkeloosheidsbeleid van de oud-minister. De gesubsidieerde banen - waaronder de Melkertbanen - zouden te weinig hebben opgeleverd.

Hoewel Vermeend en Zalm de PvdA-fractievoorzitter bijvallen, heeft Melkert niet eerder zo in het nauw gezeten. Haagse analisten spreken van een lakmoesproef. Hoe gedraagt de beoogd opvolger van Kok zich in zwaar weer? Hoe moeilijk dat kan zijn, blijkt uit het bootje van GroenLinksfractievoorzitter Paul Rosenmuller. Dat kapseist bijna door zijn onhandige reactie op de affaire Singh Varma.

De maandag komt. Koning hekelt de slordigheid van alle instanties die betrokken zijn bij de besteding van de ESF-gelden, maar van fraude of bewust verkeerde besteding wil hij niets weten. En belangrijker voor Melkert: volgens het rapport draagt de oud-minister van Sociale Zaken niet meer 'schuld' dan zijn voorgangers of opvolgers, de sociale partners, of de uitvoerende Arbeidsvoorziening zelf. 'Melkerts integriteit is ongeschonden', concludeert de voormalig directeur van de Rekenkamer.

Blue monday wordt de maandag van Melkert. Voor een afgeladen perszaal viert hij de ontwikkelingen rond zijn eerste politieke crisis als een overwinning. 'Het doet me deugd dat het rapport bevestigt wat steeds mijn inzet was en is: bijdragen aan een betrouwbaar openbaar bestuur. Dat staat bij mij nummer één.' Voor Melkert is de zaak afgedaan, al benadrukt hij dat in de toekomst de overheid beter zal moeten opletten.

Dinsdagmiddag, Den Haag. Stipt om kwart voor twee verschijnt de fractievoorzitter in de deurpost van zijn kantoor. 'Ad Melkert', zegt hij zacht, 'ga zitten.' Hij draagt een wit overhemd met stropdas. Z'n colbert is uit. Hij oogt verrassend klein, staat wat voorover. Niettemin moet dit een herboren man zijn. Voor het eerst in weken heeft hij de schijn niet meer tegen. Zeker, nog steeds kan de Kamer aansturen op een parlementaire enquête, het debat over het rapport Koning moet nog gehouden worden. Maar de kans lijkt klein.

Zijn kamer lijkt het oog van de orkaan. Melkert straalt een bijna serene rust uit. Of hij de column van Remco Campert heeft gelezen. Daarin deed hij de nacht voor het rapport-Koning geen oog dicht. 'Ik heb het gelezen', glimlacht de echte Melkert. 'Een eer om te figureren in een stukje van zo'n begenadigd schrijver. Maar er klopt niks van. Ik heb heerlijk geslapen.'

Je gelooft hem op zijn woord. Melkert lijkt een man - nu, op dit moment, maar ook onder hachelijke omstandigheden in tv-studio's - zonder zenuwen. 'Luister', zegt hij, 'ik heb nooit een reden gehad om zenuwachtig te zijn. Ik ben de politiek in gegaan omdat ik vind dat iedere burger verantwoordelijkheid draagt voor deze maatschappij. De een uit dat als voorzitter van de biljartclub, ik heb gekozen voor het openbaar bestuur.'

'En het nemen van die verantwoordelijkheid doe ik niet om de zaak te tillen. Waarom zou ik? Nee, ik probeer om vanuit zoveel mogelijk gezichtspunten goede beslissingen te nemen. Ik heb altijd naar eer en geweten gehandeld.'

De tweede vraag - of hij niet even genoeg heeft van de pers - buigt hij handig om naar waarover het vanmiddag dient te gaan: 7 september, de dag waarop hij in Twente komt discussiëren over de kennismaatschappij. 'Crisis of niet, alles zaken gaat hier gewoon door', zegt Melkert. Hij begint aan een verhaal over eerdere, soortgelijke forumdiscussies in Delft. De debattenreeks heet ironisch genoeg 'Met het oog op de toekomst'.

Want: hoe staat het met zijn eigen toekomst? Naar het antwoord op die vraag kijkt iedereen reikhalzend uit. Geeft partijleider Wim Kok hem morgen het stokje door? En: zo ja, denkt hij dat zijn kansen op het premierschap, straks in mei 2002, zijn geslonken na de ESF-affaire? En wat als de VVD de verkiezingen wint?

De fractievoorzitter lacht minzaam. 'U kijkt wel erg ver vooruit, hetduizelt me bijna. Eerst en vooral wacht de partij af wat Wim Kok zal doen. Dat horen we morgen. Treedt hij terug, dan word ik de nieuwe lijsttrekker. Maar een eventueel premierschap is nog lang niet aan de orde. We concentreren ons eerst eens op een goed verkiezingsprogramma. De eerste versie verschijnt aanstaande zaterdag.'

De raspoliticus Melkert is aan het woord. Al maandenlang werkt hij aan zijn imago. De kiezer moet aan hem gewend raken, moet de kapperszoon gaan zien als het logisch alternatief voor Kok. Ondertussen waakt hij er wel voor om die ambitie openlijk uit te spreken. Maar een slip-of-the-tongue is zo gemaakt, zoals maandagavond in Nova.

Melkert gaf in het actualiteitenprogramma commentaar op de bevindingen van de commissie-Koning. Uiteraard bracht presentator Rob Trip het nakende besluit van Wim Kok te berde. Waarom nog langer gewacht, probeerde Trip, de premier weet toch allang wat hij gaat zeggen? Melkert gaf geen krimp en antwoordde: 'De minister-president wacht op het juiste moment en de juiste plaats.' Trip: 'Dus Kok wacht op het juiste moment en de juiste plaats om afscheid te nemen.' Melkert: 'Ja.'

Daags later fronst hij zijn wenkbrauwen. 'Daar staat mij niets van bij', zegt hij. Zijn woordvoerder twijfelt: 'Ja, er was iets met die vraag...' Melkert: 'Ik bedoelde het in ieder geval niet zo.' Erg veel maakt het inmiddels niet meer uit. Later die dag zal Kok zijn partij officieel inlichten: hij vertrekt aan het einde van zijn termijn. Woensdagochtend koppen de kranten dat hij zijn leiderschap neerlegt.

De premier drukt de achterblijvers een politiek testament in de hand: het moet in de toekomst afgelopen zijn met de gedoogcultuur. De premier doelt op regelgeving in het algemeen. Strengere controle op het gebied van de veiligheid, verwijzend naar de rampen in Enschede en Volendam, maar ook op terreinen als de gezondheidszorg, de economie én de sociale zekerheid.

Ironisch genoeg: sinds maandag kleeft Melkert nu juist het beeld van een gedoger aan. Uit het rapport-Koning blijkt weliswaar dat hij als minister subsidies nooit moedwillig verkeerd besteedde, wèl wordt hem verweten te weinig toezicht te hebben gehouden. Kok staat te boek als iemand die het huishoudboekje perfect bijhoudt, van Melkert dreigt het tegenovergestelde beeld te ontstaan.

Melkert: 'Ten onrechte. Als minister en ook als Kamerlid, ben ik juist altijd scherp op de naleving van regels geweest. In die zin zit ik op één lijn met Zalm. Laat daar geen misverstand over bestaan.'

Een beeld waar Melkert wel voor tekent, is dat van een man midden in zijn tijd. Wordt hij premier, dan ook een ICT-premier. Heel Nederland zag destijds toe hoe Kok niet met een muis bleek om te kunnen gaan - het zal Melkert niet overkomen. Op de campus zal het daarom ook gaan over de kennismaatschappij.

Melkert: 'Die debattenreeks is gericht op nieuwe politieke thema's. Ik nodig ongeveer vijftien mensen uit die allemaal bezig zijn met het onderwerp. Met die club probeer ik tot een vruchtbare gedachtenwisseling te komen. Het gaat tijdens die discussies meer om het 'hoe?' dan om de 'wat'-vraag. Hoe gaan we de informatiemaatschappij verder vormgeven. Dat het zal gebeuren staat immers al vast.'

Melkert blikt op zijn horloge. Dan naar zijn voorlichter. De tijd is om. Terwijl we opstaan, ontspint zich een gesprekje dat typerend moet zijn voor een oud-minister van Sociale Zaken. 'Dus je bent full time in dienst bij de universiteit? Aha. Is het leuk? Mooi, mooi. Zeg eens, is dat nou makkelijk, een baan vinden in de journalistiek? Mmm, krappe markt, zeg je. Dat zal, dat zal.'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.