Overtredingen bestrijd je niet met sancties. De bron van het probleem zit 'em in de regels zelf. Die zijn te star. Dat schijnbaar willekeurig op rood springende stoplicht in de polder lijkt sterk op wat fietsers dagelijks ervaren in de stad. Als de regels de verkeerssituatie niet serieus nemen, dan nemen de verkeersdeelnemers de regels niet serieus. Je ziet het ook bij snelheidsovertredingen. Automobilisten zijn best bereid stapvoets te rijden in de buurt van scholen. Althans, rond het luiden van de schoolbel. Maar de limiet geldt ook als de kinderen in de schoolbank zitten. Of op één oor liggen. Of op vakantie zijn. Flexibilisering is hier op z'n plaats.
Onervarenheid is moeilijker te bestrijden. Natuurlijk, mensen die pas kort hun rijbewijs hebben vouwen hun wagen wat vaker om een boom. Maar dat verhelp je niet door alleen ervaren mensen op de weg toe te laten. De nieuweling zal zijn ervaring toch ergens moeten opdoen. Een uitzondering vormen de bromfietsen. Verhoog daarvoor de minimum leeftijd tot 18 jaar, en niemand zal er nog aan beginnen. Een brommer is niet stoer meer als je 18 bent.
Kuikens, ofwel kleine kinderen, zijn de kwetsbaarste groep onervaren verkeersdeelnemers. Stapvoets rijden rond scholen zal inderdaad slachtoffertjes schelen. Maar deze maatregel is niet compleet. Het gevaar loert ook buiten deze veilige zone. Daar zou het grut niet langer moeten worden toegelaten. Of uitsluitend aangelijnd.
Blijft over: de tieners. Die zijn dwangmatig onervaren. Doen alles wat nieuw, alles wat spannend en alles wat anders is dan dat ze is geleerd. Ook in het verkeer. Net als volwassenen nemen ze de regels niet serieus, wanneer de regels niet serieus te nemen zijn. Maar voor tieners zijn de regels al niet serieus te nemen, wanneer ze door volwassenen zijn bedacht. Tegen deze houding past in de verkeerswet slechts één antwoord. Ouderlijke tucht. Tieners, of nee laten we het iets ruimer nemen, pubers beneden de 25 jaar zijn van harte welkom in het verkeer. Maar ze moeten voor het donker thuis zijn.