Samenwerking is prima, maar laten we het niet overdijven. Onder dat motto presenteerden de Noordelijke Hogeschool (NHL) en de Christelijke Hogeschool Noord-Nederland (CHN) onlangs een plan voor een gezamenlijke 'Kenniscampus'. Want er is niets tegen een bundeling van voorzieningen als studielandschap, studentencafé, sportcentrum en studentenflats.
Ook over de inhoud willen beide hogescholen best praten. Ze zitten in een samenwerkingsverband met het Van Hall Instituut, de Hogeschool Drente, de Hanzehogeschool Groningen en de Rijksuniversiteit Groningen. Die instellingen vangen elkaar geen vliegen af en richten de vrije ruimte in het bachelor/masterstelsel gezamenlijk in.
Maar fuseren, nee. Terwijl in de rest van Nederland hogescholen met tienduizenden studenten ontstaan, liet de CHN een half jaar geleden de voorgenomen fusie met de Christelijke Hogeschool Windsesheim (Zwolle) en de Vrije Universiteit (Amsterdam) afketsen.
CHN-rector Bert Vroon: 'Heel veel mensen zijn de anonimiteit van de grote structuren zat.' Ook van fusies tussen hogescholen en universiteiten verwacht Vroon niet veel goeds. 'Van de beloofde synergetische effecten komt niets terecht door verschillen in cultuur, arbeidsvoorwaarden en binding met de markt.'
Fuseren, concludeert Vroon, is een modeverschijnsel waar de rest van Nederland zich klakkeloos aan overgeeft. 'Let op mijn woorden: de nadelige effecten zullen over langere tijd zichtbaar worden. En de rekening wordt aan het publiek gepresenteerd.'