Kwart van docenten vindt werkdruk te hoog

| Redactie

Een flink deel van het universitaire personeel in Neerland klaagt over te hoge werkdruk. Dat blijkt uit een nog ongepubliceerd landelijk rapport. Volgens de AbvaKabo ontbreken vaak behoorlijk werkoverleg en loopbaangesprekken. En zonder perspectief draaien medewerkers eerder vast. Gemiddeld over alle universiteiten klaagt ongeveer een op de vijf personeelsleden over hoge werkdruk. Docenten en hoof

Een flink deel van het universitaire personeel in Neerland klaagt over te hoge werkdruk. Dat blijkt uit een nog ongepubliceerd landelijk rapport. Volgens de AbvaKabo ontbreken vaak behoorlijk werkoverleg en loopbaangesprekken. En zonder perspectief draaien medewerkers eerder vast.

Gemiddeld over alle universiteiten klaagt ongeveer een op de vijf personeelsleden over hoge werkdruk. Docenten en hoofddocenten scoren nog iets hoger. Van hen meent ruim een kwart (27%) dat de arbeidsdruk te hoog is, zo blijkt uit de cijfers die het Tilburgse onderzoeksinstituut IVA heeft vezameld uit enquêtes van de diverse universiteiten.

Op het eerste gezicht zijn dit geen schokkende cijfers. Zo zijn er sectoren van het bedrijfsleven waar meer dan eenderde van het personeel over hoge werkdruk klaagt. Tegen die achtergrond noemt het IVA de algemene situatie op de universiteiten dan ook 'niet zorgwekkend'.

De vakbonden zien dit toch anders. 'Als een zo groot aantal personeelsleden problemen met de werkdruk heeft, nemen wij dat wel degelijk ernstig', zegt mevr J.C. Waayenberg van de CMHF. Ook haar collega Arno Lammeretz van de AbvaKabo vindt het niet zo relevant dat de werkdruk buiten de universiteiten soms nog hoger is. 'Als er een dijk doorbreekt, kijk je ook niet of het water ergens anders misschien nog hoger staat. We hebben een probleem. Dus moeten er maatregelen komen.'

In het landelijke CAO-overleg van de universiteiten met de vakbonden is het IVA-rapport nu in een eerste ronde besproken. De VSNU bleek weinig te zien in landelijke afspraken. 'Werkdruk moet je op die plaats bestrijden waar dat nodig is', aldus woordvoerder Jeroen Sparla. 'En met maatregelen die bij de situatie passen. Wij schieten liever gericht dan met hagel.'

Ook de vakbonden beseffen dat de werkdrukproblemen divers zijn, en niet met één landelijke wondermaatregel verholpen worden. 'Maar we moeten het plaatselijke overleg wel de noodzakelijke instrumenten geven', betoogt Lammeretz van de AbvaKabo.

Om te beginnen wil hij dat het onderzoek naar de werkdruk verbeterd wordt. 'Elke universiteit houdt nu zijn eigen enquêtes, met wisselende vragenlijsten', aldus Lammeretz. 'Daardoor is het beeld niet erg betrouwbaar, en kun je ook verbeteringen straks niet goed in kaart brengen.' Hij vindt daarom dat de in andere sectoren gangbare VBBA-vragenlijst voor alle universiteiten verplicht gesteld moet worden.

De aard en omvang van de problemen verschilt sterk per faculteit en per personeelscategorie, zo blijkt uit het rapport. Het lagere personeel klaagt meer over gebrek aan invloed en over gevolgen van bezuinigingen. Terwijl het wetenschappelijke personeel vakereen carrièreperspectief mist.

Toch is er volgens Lammeretz wel een gemeenschappelijk probleem aan te wijzen: nog steeds ontbreken op veel plaatsen behoorlijk werkoverleg en functioneringsprekken. Hij spreekt van een 'gebrek aan professionele bedrijfsvoering, aan academisch leiderschap'. Een groot deel van de ervaren werkdruk zou hierop terug te voeren zijn.

Half januari praten de CAO-onderhandelaars verder. De vakbonden zullen dan opnieuw pleiten voor landelijke afspraken die de werkdruk helpen verminderen.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.