De voorzitter van de visitatiecommissie, Jan van der Bliek -begin jaren negentig de eerste beroepsdecaan van WB- nam dinsdag twintig minuten om in vogelvlucht en 'nog niet gestructureerd' de bevindingen van zijn commisie langs te lopen. Een zelfevaluatie van de faculteit ging aan het bezoek vooraf. Een definitieve rapportage verschijnt, zoals te doen gebruikelijk, later dit jaar. Van der Bliek noemde de doelstellingen van de studie in orde, maar zaken als bedrijfsvoering en productie worden daarin niet expliciet genoemd, terwijl dat wel belangrijke elementen in de studie zijn, zo stelde hij.
Hoewel stage en afstudeeropdracht de studieduur nogal verlengen, prees de commissie de internationale gerichtheid van WB, met name van de studenten. Ruim zeventig procent volgt een stage in het buitenland en de faculteit zelf is bezig om samen met de universiteit van Emden (Noord-Duitsland) en Dortmund mastersopleidingen vorm te geven die in september van start kunnen gaan. 'Uitwisseling van staf en studenten in het kader van Europese programma's als Erasmus zou beter kunnen', aldus Van der Bliek, die echter wel aangaf geen inzicht te (kunnen) hebben in internationale samenwerkingsverbanden op vakgroepniveau.
Een andere aanbeveling betrof hot issues als ICT, duurzaamheid en 'mems' (micro-electro mechanical systems, red.). 'Nog méér aandacht van de faculteit voor deze werkvelden is geboden', aldus Van der Bliek. Het blok-en projectonderwijs in het eerste jaar noemde hij succesvol, al vroeg hij zich wel af wat er de reden van is dat het rendement na één jaar zo laag is. Slechts vijftig procent van de P-studenten ligt na dat eerste jaar op schema, de drop-out is vijftig procent. 'Tien jaar geleden', zo wist Van der Bliek nog, 'was de verhouding 75/35. De faculteit mag zich de vraag stellen of sommige studenten niet te snel naar huis worden gestuurd. We hebben als commissie wel die indruk, maar geen bewijs.'
Een regelrecht actiepunt vormt het imago van de studie. De instroom van nieuwe studenten halveerde gedurende de laatste tien jaar. 'Een dramatische teruggang', aldus Van der Bliek, die de drie opleidingen werktuigbouwkunde van Twente, Eindhoven en Delft aanspoorde het probleem gezamenlijk te tackelen en te overwegen samen een advertentiecampagne te starten. 'Je ziet hoe lucht-en ruimtevaart door zo'n campagne werd opgeblazen. Je kunt verschillend denken over zo'n aanpak, maar het had wel effect en daar gaat het om. Laten de opleidingen samen vaststellen wat werktuigbouwkunde werkelijk is en in de toekomst wil zijn'.
Opleidingsdirecteur prof. P. Powell betoonde zich na afloop van de presentatie tevreden. Hij vertelde dat de faculteiten begin maart gaan overleggen over een gezamenlijke campagne.