Uitdaging of smoes voor student met heimwee?

| Redactie

Wie gaat er studeren in China of Brazilië als je ook zestig kilometer verderop 'buitenlandervaring' op kunt doen? Iedereen natuurlijk. Dat merkte het Loopbaancentrum afgelopen donderdag tijdens de oriëntatietrip naar de universiteit van Münster. Op reis in een luxe touringcar met zeven loopbaanbegeleiders en...vier studenten.

'De lunch weerspiegelt onze financiële situatie', verontschuldigt Andreas Eimer zich op voorhand. De coördinator van Career Service Münster, de Duitse equivalent van het Loopbaancentrum van de UT, gaat het groepje Twentse gasten voor naar een bescheiden lunchroom die grenst aan het conferentiezaaltje.

Op een buffettafel staan soepkommen en manden met Duitse broodjes, in het midden torent een enorme roestvrijstalen terrine. De Nederlanders pakken een harde bol en vullen hun kom. De degelijke maaltijdsoep is maar een stapje verwijderd van de waterige chili con carne die wekelijks geserveerd wordt in Drienerlose campusflats. 'Eenvoudig doch voedzaam', mompelt iemand.

Het gezelschap gaat zitten en lepelt. Niemand klaagt of schampert, een van de gasten waagt het op te merken dat er geen kleed over de tafels ligt. 'Dat zul je in de Bastille niet meemaken', fluistert ze in verstaanbaar Nederlands. Eimer heeft niets gehoord. Hij knoopt een gesprek aan met zijn buurman, Mark Hoiting.

Of eigenlijk andersom. Hoiting is één van de vier Twentse studenten die spontaan is afgekomen op de 'informatiemiddag Werken en Studeren in Duitsland', georganiseerd door de twee buuruniversiteiten. Dat ging niet van 'wat zullen vandaag eens gaan doen' - de derdejaars TBK'er heeft wel degelijk een vastomlijnd doel voor ogen. 'Ik wil graag de autoindustrie in', verklaart hij in onwennig Engels aan Eimer.

Dan fijntjes: 'En Duitsland is het enige land waar ze auto's maken.' Eimer glimlacht - gevleid op het eerste gezicht, maar als de carrièrebegeleider uitlegt dat Hoiting, om enige kans te maken op een stage bij Volkswagen, Audi of BMW, zeker een jaar van te voren een aanvraag moet indienen, krijgt zijn lachje met terugwerkende kracht iets meewarigs.

Het gaat niet zo goed in Duitsland. Tenminste: als je de vergelijking trekt met de economische situatie in Nederland. En dat is precies wat er deze week gebeurt: twee dagen eerder bezocht Eimer met ruim veertig Duitse studenten de Twentse campusuniversiteit. Dat waren er niet alleen een factor tien meer dan vandaag in Münster, maar bovendien liepen ze rond met lachende, hoopvol gestemde gezichten.

Maakt de lunch de dag? Het lijkt erop. In Twente begon de middag met een copieus buffet met broodjes, soep, vleeswaren, soorten kaas én een tafelkleed. Het verschil is in ieder geval exemplarisch voor de arbeidsomstandigheden in beide landen; in Duitsland zijn die voor academici zeker niet rooskleurig. Voor een baan in willekeurig welke branche staan hordes pas- en al langer afgestudeerde Duitsers te trappelen.

Dat vertelt Josef Geller van het arbeidsbureau Münster aan de Twentse groep. Kreunend en steunend loopt de arbeidsbemiddelaar de verschillende beroepsgroepen af, in het gunstigste geval komend tot de kwalificatie 'redelijk goed'. Geller is de zoveelste spreker van de middag in wiens betoog een temperende, verontschuldigende ondertoon doorklinkt. 'Jongens, je kunt hier als Nederlander best aan de bak komen, maar we kunnen niets beloven.'

Aan de bak komen - het past niet meer het jargon van Nederlandse headhunters en trainees, laat staan in dat van Twentse studentondernemers. Die baan komt er wel, weet de jonge Nederlandse academicus, de vraag is alleen welke het beste bij de talenten past. Het wekt geen verbazing dat de Duitse bus voller zat dan de Nederlandse.

Maar om te zeggen dat het van Münsterzijde echt storm liep, nee. 'Duitsland en Nederland zijn buren, maar met de ruggen tegen elkaar', citeert dr. Loek Geeraerdts Harry Mulisch. Hij is directeur van The house of the Netherlands, het instituut voor Nederlandkunde en hij slaat de spijker op zijn kop: Nederlanders en Duitsers denken niet zo veel aan elkaar.

Feitelijk kun je er niet omheen: Münster is een prachtige universiteitsstad in een verbijsterend land. Er staan 45 duizend studenten ingeschreven (een stad als Amsterdam komt tot 35 duizend, en heeft daar twee universiteiten voor nodig); vrijwel alles is er anders - de taal, de mensen, het onderwijssysteem, de onwaarschijnlijk rijke geschiedenis. Je bent er niet alleen in het buitenland, je waant je er ook.

Toch gaan er zelden studenten uit Twente studeren in Münster, of omgekeerd. 'In de twintig jaar dat we met de UT contacten onderhouden', zegt Eimer, 'kan ik me er niet één heugen.' De verklaring lijkt simpel: Münster is te dichtbij. Hemelsbreed geen universiteit die dichter in de buurt ligt. UT-studenten die weg willen kunnen kiezen. Jakarta, Boston, Shanghai, Rio de Janeiro! Of Münster.

Loopbaanbegeleiders en studenten samen op de kiek bij de Duitse gastheren.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.