Helaas zit er een dikke adder onder het gras voor wie beter naar de feiten kijkt - welke ook in het bericht staan. Mislukking en vertraging treedt vooral op bij sociale wetenschappen en humaniora, maar daar zijn de probeleemstellingen juist zorgvuldiger dan in de (kennelijk toch niet zo) exacte hoek. In de natuur- en technische wetenschappen is de kans op mislukking en vertraging veel minder. Een onduidelijke vraagstelling lijkt dus juist geen verklarende factor voor vertraging of mislukking te zijn.
Ik zou niet over deze kromme argumentatie gevallen zijn, als in het vervolg van het bericht niet meer verklaringen werden gegeven die mij te kort door de bocht lijken maar waarvoor de promovendus of journalist niet zo aardig is geweest tegensprekende gegevens er direct bij te vermelden. Onheldere probleemstellingen worden volgens Oost mede veroorzaakt door de invloed van financierende bedrijven en de verkorting van de studieduur in 1982. Maar deze twee worden zo langzamerhand door iedereen binnen de universiteit aangeroepen die iets op de universiteit en de kwaliteit van wat daar gedaan wordt, aan te merken heeft (critici van buiten nemen vaak niet eens de moeite om verklaringen te geven.)
Het is echter onduidelijk waarom onderzoekers, als bedrijven niet in fundamentele vragen geïnteresseerd zijn en alleen in een reeks metingen, die metingen niet kunnen laten voorafgaan door een heldere vraagstelling (wat iets anders is dan fundamentele vragen). Even onduidelijk is waarom een kortere studieduur de oorzaak zou moeten zijn, als we ook weten dat onderzoekscholen tot een betere organisatie van de onderzoekersopleiding hebben geleid (of hadden moeten leiden) en het trainen van het maken van een heldere probleemstelling niet moeilijk is (aldus Oost zelf).
Het lijkt dat Oost iets te ambitieus is geweest en wel de 'spannende en gerichte vraag naar verklaringen' heeft gesteld, maar vergeten was de reeks benodigde metingen uit te voeren om tot een goed antwoord te komen. Zijn roep om een betere academische training lijkt dan ook meer ingegeven door het makkelijke motto 'beter is altijd beter', dan door een goede argumentatie. En wie binnen de vier jaar wil promoveren kan op basis van dit onderzoek niet anders concluderen dan niet te hard aan een heldere vraagstelling te werken, maar vooral aan goede empirie en deugdelijke argementen.
Faculteit WMW