Het zag er lange tijd niet naar uit dat de instroom bij de universiteiten zou groeien. Ook in augustus werd nog maar een groei van één procent verwacht. Maar kennelijk hakken steeds meer studenten op de valreep de knoop door. Dezelfde trend doet zich voor in het hbo, dat dit jaar ongeveer vier procent meer eerstejaars telt.
Het aantal universitaire eerstejaars zit sinds 1996 weer in de lift en stijgt sindsdien steeds met vier tot vijf procent. Daarmee is de daling uit de voorgaande jaren nog niet goedgemaakt: rond 1990 werden recordaantallen van 36 duizend eerstejaars geteld. Het herstel van de instroom is meer aan vrouwen te danken dan aan mannen. Voor het eerst in de geschiedenis zijn de meisjes zelfs nipt in de meerderheid: het verschil met de jongens bedraagt honderd.
Ook het totale aantal WO-studenten begint weer te stijgen. Door de verkorting van de studieduur werd vorig jaar een dieptepunt bereikt van 159 duizend studenten. Dit jaar zijn het er alweer 163 duizend. Binnen deze totale populatie vormen de mannen nog een duidelijke meerderheid van 53 procent. De meeste universiteiten profiteren mee van de stijgende instroom. Dat geldt vooral voor Nijmegen, dat vooral door hbo- doorstromers een verrassende 19 procent groei boekt. Ook de TU Eindhoven (+16) en de Universiteit Utrecht (+14) zagen hun instroom flink toenemen. Leiden en Wageningen verloren terrein. Het aantal eerstejaars daalde er met vijf en zeven procent.
Eerstejaars kiezen vaker dan voorheen een studie in de sectoren economie en sociale wetenschappen. Vooral bedrijfskunde blijft aan populariteit winnen. Daarnaast is er nu een lichte revival bij de alfastudies. Jarenlang liep het aantal eerstejaars er terug, maar in 1999 vond een kentering plaats. Groei is er bijvoorbeeld bij geschiedenis, algemene literatuurwetenschappen en filosofie. Bij die laatste studie groeide het aantal eerstejaars met maar liefst 45 procent, tot 281.
Het totale overzicht: Leiden: 2269, -5%; Utrecht: 4139, +14%; Groningen: 3594, +6%; UvA: 3946, +6%; VU: 2643, +1%; Nijmegen: 2615, +19%; Rotterdam: 2972, +7%; Maastricht: 2524, -2%; Tilburg: 1745, + 5%; Delft: 2367, -0%; Eindhoven: 1411, +16%; Twente: 1120, + 6%; Wageningen: 753, -7%.