Het koopbudget van de huishoudens ging slechts voor een klein deel naar de voedingsmiddelenwinkels. De groei in deze sector bleef met 1,6 procent ver achter bij de rest. Van de 22.000 gulden die de gezinnen in 1999 uitgaven in de Nederlandse winkels ging slechts negenduizend naar voeding.
De groei in de voedingssector kwam vrijwel uitsluitend terecht bij supermarkten, die een omzetgroei van 2 procent boekten. Groenteboeren verkochten slechts een half procent meer, terwijl slagers en slijters 1,7 procent omzet verloren. De teloorgang van de kleine speciaalzaak trof vorig jaar de kaaswinkel het hardst. Die sector verkocht 11,5 procent minder. Alleen de viswinkels gingen vooruit. De groeiende populariteit van vis bracht de visboeren 7,9 procent meer omzet.
Ook voor elektronica had de Nederlandse consument relatief weinig over. De spectaculaire groei in omzet van 14,3 procent in 1998, zakte naar een bescheiden stijging van 3,5 procent.
De consument spendeerde vooral veel aan persoonlijke verzorging. De drogisterijen zagen hun omzet groeien met ruim 10 procent. Ook spullen voor in huis vonden gretig aftrek. Winkels met meubels, verlichting, vloerbedekking en andere inrichtingsartikelen behaalden 7,7 procent meer omzet.