Biomedische technologie mag in 2001 starten

| Redactie

UT krijgt er een nieuwe ir-opleiding bij: biomedische technologie. De Adviescommissie Onderwijsaanbod (ACO) bracht begin deze week een positief advies uit over de aanvraag van de UT. Wel moet de UT een aantal onderdelen van de opleiding nog verder uitwerken. De ACO - de adviescommissie die nu nog alle aanvragen voor nieuwe opleidingen beoordeelt - concludeert 'geclausuleerd positief' over de doelm

UT krijgt er een nieuwe ir-opleiding bij: biomedische technologie. De Adviescommissie Onderwijsaanbod (ACO) bracht begin deze week een positief advies uit over de aanvraag van de UT. Wel moet de UT een aantal onderdelen van de opleiding nog verder uitwerken.

De ACO - de adviescommissie die nu nog alle aanvragen voor nieuwe opleidingen beoordeelt - concludeert 'geclausuleerd positief' over de doelmatigheid van de opleiding biomedische technologie. De UT moet duidelijker aangeven hoe de samenwerking met de Vrije Universiteit zal verlopen. Die samenwerking is volgens de ACO van groot belang omdat de kracht van de opleiding juist ligt in nauwe contacten tussen de UT en de faculteiten Geneeskunde en bewegingswetenschappen van de VU. 'Het succes van de opleiding staat of valt met het goed functioneren van de medische kant', aldus de ACO.

De hoofddoelstelling van de opleiding biomedische technologie - die voorlopig bij de faculteit Chemische Technologie wordt ondergebracht - betreft het onderzoeken, ontwikkelen en toepassen van technologie voor de gezondheidszorg. In het curriculum worden de biomedische en technische vakken zo veel mogelijk geïntegreerd.

De vijfjarige opleiding kent drie specialisaties: materiaal en weefsel-, functieherstel- en zorgtechnologie. De afstudeerrichtingen richten zich op de groeisectoren in de biomedische technologie en sluiten aan bij de onderzoeksprogramma's van het aan de UT gevestigde Biomedisch Technologisch Instituut. De medisch-biologische inbreng komt van de VU. Genoemde faculteiten worden structureel bij het curriculum betrokken.

Volgens de ACO passen de drie specialisaties - die de (enige) gelijknamige opleiding aan TU Eindhoven niet heeft - goed bij het oplossen van problemen die samenhangen met demografische ontwikkelingen, zoals de vergrijzing van de Nederlandse bevolking en de daarbij behorende veranderende vraag naar zorg. Bovendien zou de opleiding, los daarvan, kunnen bijdragen aan het voorkomen van een verdere teruggang van het aantal technische studenten.

Uit de door de UT uitgevoerde arbeidsmarktpeiling blijkt volgens de ACO dat er voldoende BMT-ingenieurs nodig zijn. Zoals ook de potentiële belangstelling onder vwo-leerlingen groot genoeg is. De UT rekent op een jaarlijkse instroom van honderd tot honderdvijfentwintig studenten. De ACO noemt die schatting realistisch.

De expertise om de opleiding op te zetten is verspreid over de faculteiten aanwezig, aldus de ACO. De UT moet nog duidelijker maken hoe de kwaliteit en de beschikbaarheid van die kennis gegarandeerd kan worden.

De ACO brengt alleen een advies uit de. De UT moet de opleiding biomedische technologie nog aanmelden bij de Informatie Beheer Groep (IBG) voor registratie in het zogenaamde Croho. De verwachting is dat minister Hermans het ACO-advies zal overnemen.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.