UT-Nieuws van 8 februari 1980
Wat is nu het gevolg van deze gang van zaken? Voor 1980 is voor de Bibliotheek een bedrag van 1.220.000 gulden uitgetrokken. Van dat bedrag is 1.020.000 gulden beschikbaar voor de literatuurvoorziening. De vaste verplichtingen, zoals bijvoorbeeld abonnementen op tijdschriften, souperen daarvan het grootste deel op, te weten 890.000 gulden. Blijft over 130.000 gulden voor de aanschaf van boeken.
In 1979 zijn echter nog bestellingen gedaan ter waarde van minimaal 50.000 gulden, terwijl in dat jaar ook al een kredietoverschrijding heeft plaatsgevonden van 80.000 gulden. Wanneer deze laatste twee bedragen ten laste komen van 1980, leert een eenvoudige rekensom dat het startkapitaal voor 1980 ten behoeve van nieuw aan te schaffen boeken nihil is. Aldus een berekening op basis van gegevens verstrekt door de Bibliotheek.
Op centraal niveau (AFZ, tegenoordig FEZ, red.) valt dit echter niet onmiddellijk na te gaan, omdat de Bibliotheek als enige dienst een eigen budgetbewaking heeft. De uiteindelijke bewaking van het kredietverloop voor alle andere afdelingen en andere diensten geschiedt gecentraliseerd door de dienst AFZ. (...)