Hypochonders zijn geobsedeerd door het eigen lichaam en door de angst dat ze een ernstige ziekte hebben. Tenminste drie procent van de patiënten in de huisartsenpraktijk heeft er last van. Vaak durven deze mensen geen televisie te kijken uit angst medische programma's tegen te komen. Ze zoeken geruststelling door het eigen lichaam frequent te onderzoeken en regelmatig naar een arts te gaan. Dat maakt hen niet populair bij hulpverleners en wekt irritatie op.
Visser toont aan dat effectieve behandeling wel degelijk mogelijk is. Zesenzeventig patiënten ondergingen gedragstherapie en cognitieve therapie op basis van nieuw ontwikkelde behandelprotocollen. De therapieën bleken effectief. 'Cognitieve therapie stelt de denkfouten van de patient aan de kaak. Bij gedragstherapie is het beperken van de behoefte aan geruststelling een belangrijk onderdeel. Uiteindelijk moet de patiënt accepteren dat absolute zekerheid over ziekte en gezondheid niet bestaat.'
Visser vraagt meer begrip voor de hypochondere patient bij artsen en therapeuten. 'Men moet beseffen dat het hier gaat om overbezorgde mensen die zich geen raad weten met hun eigen lichaam. Artsen moeten de patiënt duidelijk maken dat je ook in een gezond lichaam van alles kunt voelen. En dat de klachten weliswaar reëel zijn, maar dat het vooral de interpretatie van die klachten is die de hypochonder angst inboezemt.'