BSK wil met knelpunten aan de slag

| Redactie

De OR heeft drie knelpunten uit het rapport van de Arbodienst gehaald die volgens de raad aanpak behoeven. Ten eerste is dat de taakversnippering: het personeel is vaak teveel tijd kwijt aan verschillende kleine dingen. Verder noemt OR-voorzitter Huisman beleidsinitiatieven 'van hogerhand', zoals major/minor die extra werk en dus werkdruk met zich mee brengen. Ten derde is er sprake van een slecht loopbaanperspectief.

'Het personeel heeft het idee dat er weinig mogelijkheden zijn qua mobiliteit. Universitair docenten hebben het gevoel dat ze alleen via het geijkte paadje universitair hoofddocent kunnen worden.' Ook dat laatste heeft volgens Huisman invloed op de werkdruk. 'Het is meer psychologisch, het gaat om de perceptie van werkdruk.' Dat blijkt ook uit het rapport. Naarmate mensen aangeven sterk het gevoel te hebben ander werk te kunnen vinden, ervaren ze de werkdruk als minder hanteerbaar.

De OR heeft deze punten als belangrijk aangegeven en vindt dat zijn werk er nu op zit. Huisman: 'Natuurlijk blijven we meedenken, maar het oplossen van de problemen is niet onze taak. De bal ligt nu bij de decaan.'

Faculteitsdecaan De Jong neemt de problematiek erg serieus. 'De kritiek is duidelijk. We gaan hier zeker mee aan de slag.' De Jong denkt aan verschillende dingen. Hij wil de zogenaamde quick scan die P&O heeft uitgevoerd, betrekken bij de problemen. De quick scan betreft hier een onderzoek naar het management van de faculteit. 'Versnippering van taken bijvoorbeeld is een kwestie van management', zegt De Jong.

Ook gaat BSK werken met individuele jaarplannen. Medewerkers kunnen daarbij in een gesprek met de leerstoelhouder aangeven wat hun persoonlijke doelen en bijdragen zijn voor dat jaar. De leerstoelhouder koppelt dat weer terug naar de decaan. De Jong zegt daar dit jaar al mee te willen beginnen.

Tot slot moet er wat gedaan worden aan het loopbaanperspectief. 'We zitten vast aan het universitaire rangenstelsel. Ook hebben we altijd gewerkt met formatieplaatsen. Dat stelsel is heel strak opgebouwd. Dat kan flexibeler door meer te kijken naar de prestaties en het niveau van een individu. Dus het gaat er niet om hoeveel UHD-plaatsen er zijn, maar om de vraag hoeveel mensen er op het niveau van een UHD zitten.'

Patronen

Van Leeuwen let bij het onderzoeken van de resultaten op patronen. Soms hebben vrouwen of ouderen specifieke klachten. 'De gemiddelde leeftijd op de universiteit is vrij hoog. Ouderen vinden het soms moeilijk om veranderingen te accepteren. Maar aan de andere kant kan het zijn dat ze zoveel ervaring hebben dat een verandering meer of minder hen niet zoveel doet. Ook dat moet je dus niet zwart-wit zien.' Uit het rapport bleek overigens dat oudere mensen meer werkdruk rapporteerden en de druk vaak minder hanteerbaar vonden.

Tussen de resultaten van de vragenlijsten van Cheps, CSTM en BSK bestaan verschillen. Bij Cheps is huisvesting het grootste knelpunt. Bijna iedereen van de dienst vindt dat men met teveel mensen een kamer moet delen. Bij Cheps is men wel het meest tevreden over de sfeer en bij BSK het minst. BSK en CSTM hebben de meeste problemen met het toekomstperspectief. BSK'ers zijn het minst positief over het functioneren van hun organisatie.

Omdat werkdruk beïnvloed kan worden door een veelheid aan factoren werd in de enquête ook ingegaan op andere aspecten. Opvallend daarin is dat slechts de helft van het personeel vindt dat ze genoeg betaald krijgen voor het werk dat ze doen, die ontevredenheid speelt het meest bij lager opgeleid OPB. Ook over de sfeer is men niet overwegend positief, een eilandjescultuur noemt men de organisatie, waar collega's vaak niet van elkaar weten waarmee ze bezig zijn. De interne communicatie is niet optimaal. Eenderde van de respondenten meent onvoldoende op de hoogte tezijn van wat er binnen de faculteit speelt.

De onderzoeken bij andere faculteiten moeten uitwijzen of er patronen terugkomen. Bij TO en TN zijn vragenlijsten uitgezet en is in april een rapport te verwachten. Bij EL worden momenteel de verkennende interviews afgenomen op basis waarvan de vragenlijsten worden gemaakt. Van die resultaten hangt het ook af of sommige zaken wellicht een UT-breed beleid behoeven. Van Leeuwen: 'Faculteiten hoeven niet te wachten tot het onderzoek is afgerond. Sommige problemen kunnen intern opgelost worden. Andere patronen worden misschien al zichtbaar nadat een paar andere faculteiten klaar zijn.' Huisman: 'Wij zijn ook benieuwd of sommige zaken specifiek op onze faculteit spelen of dat andere faculteiten daar ook last van hebben.'

Andere universiteiten worden ook geconfronteerd met werkdruk. Bij de Katholieke Universiteit Brabant heeft twintig procent van het personeel problemen met de drukte op het werk. Het weekblad Observant van de Universiteit Maastricht kopte onlangs dat de werkdruk daar de kritieke grens nadert. De lijst met langdurig zieken wordt er steeds langer. In Groningen zijn nog geen keiharde cijfers beschikbaar, maar volgens de bedrijfsarts is duidelijk dat de nood er hoog is.

De werkdruk bij de faculteit Bestuurskunde wordt als hoog ervaren.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.