Met dat geld kunnen dit jaar al veertig jonge wetenschappers aan de slag. In de komende jaren komen daar nog eens negentig bij. Die krijgen elk in vijf jaar ongeveer anderhalf miljoen gulden om onderzoek te verrichten, apparatuur te kopen en medewerkers aan te stellen.
Hermans had de universiteiten, NWO en de wetenschappelijke academie KNAW gevraagd uit te werken hoe zijn impuls precies vorm moest krijgen. De aanpak die deze drie partijen gekozen hebben, krijgt de steun van de minister. Dat maakte hij deze week bekend bij het uitreiken van de NWO-
Spinoza-prijzen aan vier gerenommeerde onderzoeks.
Jonge onderzoekers die in aanmerking willen komen voor geld uit de vernieuwingsimpuls, hoeven zich niet aan allerlei bureaucratische procedures te onderwerpen. Zij hoeven slechts een schets van hun onderzoeksideeën op papier te zetten. In een gesprek met een soort sollicitatiecommissie van NWO moeten zij vervolgens hun creativiteit en gedrevenheid bewijzen.
De gezochte "aanstormend talenten" hoeven niet gepromoveerd te zijn - zolang ze maar 'onorthodoxe en dwarse' ideeën hebben.
Dat schrijven NWO, KNAW en universiteiten in een notitie. Hun resultaten hoeven niet te kloppen met hun oorspronkelijke idee, maar moeten wel vernieuwend zijn. Boeken de onderzoekers succes, dan kunnen ze rekenen op voortzetting van hun wetenschappelijke loopbaan.
Het is de bedoeling dat de helft van de jonge onderzoekers uit de alfa- en gamma-hoek komt. Zo wordt gecompenseerd dat deze vakgebieden twee jaar geleden de boot misten toen het geld voor toponderzoekscholen verdeeld werd. Hermans' vernieuwingsimpuls is de opvolger van deze topscholen uit het tijdperk-Ritzen. Met de topscholen kreeg het gevestigde onderzoek steun. Hermans mikt meer op vernieuwend onderzoek van wetenschappers die zich nog moeten bewijzen.