Alle studenten en medewerkers in het hoger onderwijs moeten in 2001 eenzelfde chipkaart krijgen, waarmee ze zich kunnen identificeren. Dat adviseert de stichting SURF, voor informatisering in het hoger onderwijs.
Er moet haast gemaakt worden met de landelijke hoger onderwijschipkaart. Anders zullen steeds meer hogescholen en universiteiten een eigen versie op de markt brengen, wat de samenwerking niet ten goede komt. Dat zeggen medewerkers van vijftien hogescholen en universiteiten. Zij hebben, onder de paraplu van SURF, gebrainstormd over een landelijke chipkaart. Er deden ook vertegenwoordigers mee van de Informatie Beheer Groep.
Met de nieuwe chipkaart moeten de studenten en het personeel bijvoorbeeld toegang krijgen tot computerprogramma's, of een boek kunnen lenen. Verder moeten er zo weinig mogelijk toeters en bellen aan hangen. Want hoe meer functies, hoe lastiger de chipkaart up to date te houden is. Terwijl studenten en medewerkers nogal eens verhuizen, trouwen of scheiden en zelfs van sekse kunnen veranderen.
In de eindrapportage pleit SURF voor een eenvoudige basiskaart met strikt noodzakelijke functies. Hogescholen en universiteiten kunnen die zelf eventueel uitbreiden met extra electronische gegevens, een pasfoto of hun logo.
De ict-stichting voor het hoger onderwijs heeft vijf jaar geleden al een experiment gedaan met een landelijke studentenchipcard, die in de eerste plaats als betaalmiddel gebruikt kan worden. Dat is mislukt. Slechts een handvol hogescholen en universiteiten deed mee. De meesten gaven aan dat ze liever hun eigen chipcard wilden. Inmiddels zijn ze daarop terug gekomen, omdat er steeds meer `shoppende' studenten zijn, die aan meerdere opleidingen tegelijk studeren.
Het advies om snel een landelijke kaart in te voeren is aan de overkoepelende organisaties van hogescholen en universiteiten, de HBO-raad en de VSNU. Die hebben 'positief-afstandelijk' gereageerd. Het is de bedoeling dat de hogescholen en universiteiten zich er nu afzonderlijk over buigen.