In Maputo flaneren de Mozambikanen nog steeds

| Redactie

Noodweer zette de afgelopen weken grote delen van Mozambique onder water. Honderdduizenden mensen raakten ontheemd, malaria en cholera braken uit, nieuwe stortregens zijn voorspeld. Maar in de hoofdstad Maputo gaat het leven gewoon verder. Plaatsvervangend Chepsdirecteur Leo Goedegebuure zag het met eigen ogen.

Het vliegveld van Maputo maakte een verlaten indruk toen dr. Leo Goedegebuure er met zijn collega's landde. Geen reddingshelicopters, geen bevoorradingsvliegtuigen, niets. Het was 26 februari, Mozambique stond al dagenlang onder water. Het peil zakte voor het eerst een beetje.

Een week later vertrok de Chepsdelegatie van dezelfde luchthaven. In de tussentijd bleek de wereld wakker geworden. Goedegebuure: 'Het hele vliegveld stond vol met zwaar materieel. Helicopters, vliegtuigen. Militairen liepen af en aan. Ons hotel was in de loop van de week volgelopen met journalisten en cameraploegen. BBC world, CNN, Reuters - de complete wereldpers checkte in.'

Het waren de dagen dat de wereld overspoeld werd met foto's en televisiereportages uit het rampgebied, de dagen waarin de internationale reddingsacties op gang kwamen. Schrijnende beelden van Mozambikanen met have en goed in bomen, op de daken van huizen, aan de lieren van helicopters, in provisorische opvangkampen. Honderdduizenden ontheemden op de vlucht voor het water.

Het klinkt gek, maar net als iedereen volgde Goedegebuure de ramp op televisie - 's avonds in zijn luxe hotelkamer. Overdag vergaderde hij gewoon met zijn Mozambikaanse collega's, net als de andere keren dat Cheps de hoofdstedelijke universiteit bezocht. Het Twentse instituut voor studies naar hogeronderwijsbeleid helpt de Universidade Eduardo Mondlane met het invoeren van een nieuwe bestuursstructuur, en dat moest volgens de gastheren gewoon doorgaan.

Net als het gehele dagelijkse leven in Maputo. De stad bleek het ergste van de rampspoed achter de rug te hebben. En dus pikte de bevolking de draad gewoon weer op. 'Het centrum kwam me zelfs levendiger voor dan toen ik er afgelopen oktober was,' zegt Goedegebuure. 'We kwamen zaterdagavond aan - uitgaansavond in Maputo. Flanerende mensen in vrolijke gewaden, dure auto's in de straten.'

'Behalve hier en daar een plas water, herinnerde weinig aan de ellende nog geen honderd kilometer verderop. De Mozambikanen die wij spraken reageerden nuchter op de ramp. Natuurlijk, ze vonden het verschrikkelijk wat er gaande was. Het leven gaat gewoon verder, zeggen wij wel eens. In een land als Mozambique betekent dat pas echt iets.'

Goedegebuure bedoelt dat het gewone leven in de Derde Wereld gelijk staat aan óverleven. Hij illustreert dat met een voorbeeldje. 'De ochtend na onze aankomst zijn we met dertig universitaire stafleden vervoerd naar het zeventig kilometer verderop gelegen het dorpje Namaacha. Daar stond een hotel waarin we drie dagen lang ons werk hebben gedaan.'

'Waarom helemaal daar, vraag je je af.' Hij lacht. 'Het antwoord is simpel: om de groep bij elkaar te houden. Als we in Maputo waren gebleven, dan was iedereen om de haverklap weggelopen. Veel Mozambikanen hebben namelijk drie banen tegelijkertijd. Ze moeten wel, om zichzelf staande te houden.'

Echt op hun gemak voelden de delegatieleden zich niet. 'Het is heel dubbel. Je denkt: hoger onderwijs, waar hebben we het over - het halve landstaat onder water. Hadden we niet beter thuis kunnen blijven? Anderzijds wordt zo'n universiteit, de enige van het land, natuurlijk ontzettend belangrijk tijdens de wederopbouw.'

Dat besefte Goedegebuure op de heenweg naar het 'werkhotel' in Namaacha. 'Als je zag wat het water met de wegen had gedaan. Grote gaten, weggeslagen viaducten, het was een verschrikking. De hele infrastructuur ligt aan gort. Aan weerszijde zagen we dorpjes waar het water nog in stond.'

De schrijnende ironie wil dat het nooit eerder zo voorspoedig ging met Mozambique als de laatste jaren. Het land, nog steeds één van de armste ter wereld, maakt sinds 1992, na vijftien jaar burgeroorlog, een opmerkelijk herstelproces door. De economie groeit jaarlijks met 10 procent, het toerisme stijgt, en ambitieuze industriële projecten zijn in aanbouw.

Maar nu dus de watersnood. Volgens experts wordt de ontwikkelingsgang van Mozambique, waar het gemiddeld dagloon onder de twee gulden ligt, zeker tien jaar teruggeworpen. Goedegebuure merkte het in de winkels. 'Een belangrijk Mozambikaans landbouwprodukt is de cashewnoot. De hele bevolking voedt zich met cashews, ze kosten hier bijna niets. Maar nu al heeft de prijs zich verdrievoudigd.'

Wat zal hij de volgende keer aantreffen in Maputo? Goedegebuure houdt zijn hart vast. 'Het land staat onder grote druk. Als het water straks weg is, beginnen de moeilijkheden pas goed. De oogsten zijn verwoest, en waar blijven die honderdduizenden daklozen? Dan hebben we het nog niet eens over cholera en malaria.' Zelf heeft hij als een idioot pillen geslikt. 'In ons hotel heb ik een paar journalisten ziek zien worden. Dat wens je je ergste vijand niet toe.'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.