Stufiwet: eerste stap naar flex-onderwijs

| Redactie

De vraag naar hoger onderwijs wordt steeds minder eenvormig. Universiteiten en hogescholen moeten daar flexibel op inspelen, vindt minister Hermans. Zijn nieuwe studiefinancieringswet is een eerste stap op weg naar die flexibiliteit. De Tweede Kamer zal volgende week ongetwijfeld instemmen met de grote lijnen van Hermans' stelsel. Dat betekent dat studenten vanaf september 2000 veel meer vrijheid

De vraag naar hoger onderwijs wordt steeds minder eenvormig. Universiteiten en hogescholen moeten daar flexibel op inspelen, vindt minister Hermans. Zijn nieuwe studiefinancieringswet is een eerste stap op weg naar die flexibiliteit.

De Tweede Kamer zal volgende week ongetwijfeld instemmen met de grote lijnen van Hermans' stelsel. Dat betekent dat studenten vanaf september 2000 veel meer vrijheid krijgen om hun eigen studie te plannen. Willen ze er tussenuit voor een wereldreis of een tijdje op halve kracht studeren, dan kan dat. Voortaan kan een student per maand beslissen of hij beursgeld wil ontvangen of niet.

Meer geld krijgen de studenten van Hermans niet. Net als nu hebben ze vanaf september aanstaande recht op vier jaar (of liever gezegd: 48 maanden) basisbeurs. Maar het `opnemen' daarvan mogen ze over tien jaar uitsmeren. Zo lang mogen ze erover doen om hun diploma te halen.

De flexibiliteit van het beurzenstelsel houdt ook na september een duidelijke grens. Gehandhaafd blijft namelijk de eis dat een student zijn beurs moet terugbetalen als hij uiteindelijk geen diploma haalt. Wie na drie jaar studie vindt dat hij genoeg geleerd heeft en een baan gaat zoeken, zadelt zichzelf daarmee dus op met een studieschuld.

De nieuwe regels zullen het hoger onderwijs niet meteen op zijn kop zetten. Een eerste struikelblok is het collegegeld. Dat wordt nu per heel studiejaar geïnd, en daardoor is het voor studenten niet aanlokkelijk om een deel van dat jaar aan andere zaken dan de studie te besteden. Het is nog maar de vraag of hogescholen en universiteiten zich de rompslomp op de hals willen halen van een per maand betaald collegegeld.

Veel ingrijpender nog zijn de veranderingen in de opzet van studies die nodig zijn om flexibel studeren mogelijk te maken. Want zolang opleidingen blijven uitgaan van een standaard-opzet met bijvoorbeeld semesters of trimesters, heeft een student er weinig aan dat hij zijn beurs per maand kan opnemen. En wie er een paar jaar tussenuit wil om te gaan werken, moet er wel van verzekerd zijn dat zijn tentamens na die tijd nog geldig zijn.

Toch kan het bijna niet anders of de wet zal op den duur het hoger onderwijs een flexibeler aanzien geven. De door Hermans gewenste invoering van het Angelsaksische model kan daarvoor een belangrijke impuls zijn. De driejarige bachelor-fase zal misschien nog vrij eenvormig zijn. Maar van het vervolg daarop, de master-studie, wordt verwacht dat die in vele varianten zal ontstaan.

Zo is het denkbaar dat er duale routes opgezet worden (met combinaties van studeren en werken) of korte master-studies voor mensen die na hun bachelors een paar jaar gewerkt hebben. Onder Hermans' beurzenwet kan dit soort differentiatie veel eenvoudiger ontstaan dan onder de oude regels.

Bovendien wordt alom verwacht dat de vraag naar hoger onderwijs de komende jaren divers zal worden. Naast de 'reguliere' student zullen er nieuwe groepen studenten met andere behoeftes komen: mensen met een baan bijvoorbeeld, die hun kennis willen opfrissen met korte cursussen of met een titel hun loopbaan een stimulans willen geven.

Universiteiten en hogescholen die bij de tijd willen blijven, zullen op deze pluriforme vraag inspelen met een scala aan programma's. Lang niet al het onderwijs zal betaald worden door de overheid en niet alle nieuwe doelgroepen hebben recht op studiefinanciering - want dat houdt op bij de leeftijd van dertig. Maar in veel andere opzichten zal het onderscheid tussen 'reguliere' studies en cursussen voor specifieke groepen vloeiender worden.

Ruimte bieden voor al deze ontwikkelingen is zo ongeveer de kern vanHermans' hoger-onderwijsbeleid. Flexibele studiefinanciering is één middel, het schrappen van allerlei regels, bijvoorbeeld rond het starten van nieuwe opleidingen, is een tweede. En als universiteiten en hogescholen nog meer vrijheid willen, dan valt daarover met Hermans te praten.

Het lijkt daarom een kwestie van tijd dat bestuurders in het hoger onderwijs ook de ruimte krijgen zelf de hoogte van het collegegeld te bepalen. Een aantal van hen vindt dat dat zou moeten, omdat ze voor onderwijs-op-maat dan een passende prijs kunnen vragen. Ze kunnen dan bijvoorbeeld van één studie een dure variant met veel begeleiding bieden en een goedkope waarin studenten meer zelf doen.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.