KNAW-symposium over contract-onderzoek: wie betaalt, bepaalt

| Redactie

Contractonderzoek gaat gepaard met inmenging van opdrachtgevers. Onder hun druk worden ongewenste resultaten weggewerkt en compromissen gesloten. Waar ligt de grens tussen de heilzame concessie en het verraad van de wetenschap? En moeten universiteiten het contractonderzoek daarom aan anderen overlaten? De KNAW wijdde er vorige week in Amsterdam een symposium aan. 'Wiens brood men eet, diens woord

Contractonderzoek gaat gepaard met inmenging van opdrachtgevers. Onder hun druk worden ongewenste resultaten weggewerkt en compromissen gesloten. Waar ligt de grens tussen de heilzame concessie en het verraad van de wetenschap? En moeten universiteiten het contractonderzoek daarom aan anderen overlaten? De KNAW wijdde er vorige week in Amsterdam een symposium aan.

'Wiens brood men eet, diens woord men spreekt.' Die waarschuwing klinkt door in de woorden van dagvoorzitter professor Drenth van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. 'De beoefening van wetenschap was altijd beschermd. Blijft de academische vrijheid gewaarborgd bij derde geldstroomonderzoek?'

De aanwezigen, gelieerd aan universiteiten en wetenschappelijke instellingen, knikken zorgelijk. Problemen omtrent contractonderzoek staan vandaag op het programma. Van de late ochtend tot de vroege avond laten sprekers de aanwezigen in de Tinbergenzaal in het eerbiedwaardige Amsterdamse Trippenhuis reageren op stellingen over allerlei aspecten van contractonderzoek.

Over de feiten is iedereen het wel eens. Contractonderzoek levert geld op, neemt daarom steeds meer toe en daarmee stijgt de inmenging van buiten. Onderzoekers blijken nogal eens te buigen voor de wensen van de opdrachtgever. Dat doen ze onder druk of omdat ze hopen op een vervolgonderzoek. Professor Köbben schreef er vorig jaar een boek over: 'De onwelkome boodschap'. 'Wanneer resultaten de opdrachtgever niet aanstaan, zeggen sommige onderzoekers: dit is het en niet anders. Anderen masseren de ongewenste boodschap weg. Daartussen is een grote groep die streeft naar een compromis. Dat is de dagelijkse praktijk,' aldus Köbben. Concessies kunnen prima zijn meent Köbben. Maar niet als ze ten koste gaan van de wetenschap. Gestaafd cijfermateriaal heeft de auteur niet. Zijn boek werd in de kritieken 'een verzameling anekdotes zonder bewijskracht' genoemd. 'Maar onderzoekers zullen die praktijken desgevraagd toch ontkennen', weet Köbben.

Ondernemers

Contractonderzoek is volgens sommigen in strijd met de missie van universiteiten. Professor Bouma, lid WRR: 'Universiteiten moeten fungeren als het wetenschappelijk geweten. Onafhankelijkheid en kwaliteit zijn daarbij essentieel.' UT-hoogleraar Van Swaaij: 'Universiteiten zijn geen ondernemingen en hun bestuurders zijn geen ondernemers. Universiteiten doen onderzoek ten behoeve van de opleiding van hun onderzoekers, voor een verrijking van kennis en cultuur, voor hulp aan de maatschappij en voor het beheer, onderhoud en verspreiding van kennis.'

Idealistische woorden die beantwoord worden met tegengas uit de zaal. 'Om de vakgroep te behouden moet soms de helft van het geld uit de derde geldstroom komen. Je hebt dan dus niet met één, maar met twee commerciële partijen te maken.' En: 'Als je geen geld hebt, wat moet je dan met die wetenschappelijke vrijheid? Zo'n opdracht maakt het tenminste mogelijk onderzoek te doen.'

Ook de Leide rector magnificus Wagenaar ziet de voordelen van contractonderzoek. 'Het verschil tussen contractonderzoek en ander wetenschappelijk onderzoek wordt zwaar overdreven', aldus Wagenaar, die zegt te vrezen voor een karikatuur van contractonderzoek.

'Alsof bij fundamenteel onderzoek zoveel meer vrijheid is. Vrijheid heeft te maken met kiezen wat je wilt onderzoeken, hoe je dat gaat doen en wat je publiceert. Maar binnen universiteiten moet je vechten om beperkte financiële middelen. Voorstellen worden getoetst voordat er geld beschikbaar komt. Er zijn maatschappelijke taboes waar je beter niet aan kunt komen. Wetenschappelijke tijdschriften stellen eisen aan je publicatie. Er is vaak sprake van gedwongen co-auteurschap. En ook de universiteit kanbeslissen iets niet naar buiten te brengen.'

'Daarentegen kunnen opdrachtgevers met vragen komen die paradigma-doorbrekend zijn. Vragen waar onderzoekers zelf niet direct aan hadden gedacht. Daarbij zijn onderzoekers minder afhankelijk van de derde dan van de eerste en de tweede geldstroom. Op de eerste twee worden ze afgerekend, op de derde niet.'

Wagenaar besluit zijn betoog theatraal: 'Academische vrijheid is niet over ons uitgestort. Het is iets wat je iedere dag weer moet bevechten.'

Mengen

Contractonderzoek heeft kennelijk positieve punten. Moeten universiteiten zich er dan toch voor lenen? Van Swaaij meent van wel. 'Je moet het alleen loskoppelen van wetenschappelijk onderzoek, het onderbrengen in een apart instituut. Dus niet doen alsof je met openbare wetenschapsbeoefening bezig bent.'

Ook TNO-medewerker professor Van't Riet is voor, maar universiteiten moeten dan 'binnen hun missie blijven'. Hij bedoelt dat universiteiten zich daarbij niet op het terrein van TNO moeten begeven. 'Universiteiten moeten binnen de grenzen van hun disciplines blijven. Dat kost ze wel geld, maar dat moeten ze dan maar laten liggen.'

Universiteiten wordt vanuit de zaal begeleidingscommissies, arbitrage-mogelijkheden of vertrouwenspersonen aanbevolen. Een vertrouwenspersoon zal bijvoorbeeld per universiteit kunnen kijken wat die doet om onderzoekers te beschermen. Een begeleidingscommissie kan helpen de wetenschap te verdedigen in geval van onenigheid met de opdrachtgever.

Een onderscheid tussen toegepast en fundamenteel onderzoek blijkt voor velen ook belangrijk in de wel-niet discussie. Derde geldstroom genereren door het doen van fundamenteel onderzoek vinden veel sprekers uit den boze. Bij toegepast onderzoek is dat wel toelaatbaar. 'Toegepast onderzoek kan inspirerende impulsen geven aan het basisproject', zegt Bouma. Dat met die opbrengsten weer eigen fundamenteel onderzoek gedaan kan worden, is een ander argument. Het vasthouden van resultaten vanwege commerciële motieven van de opdrachtgever blijken velen bij zuiver wetenschappelijk onderzoek gewoonweg niet toelaatbaar te vinden.

Universiteiten moeten als ze contractresearch willen doen, wel weten wat het kost. 'Vaak betaalt de opdrachtgever enkel het salaris van de onderzoeker. Uitloop van het onderzoek, wachtgeld en mislukkingen worden niet meegenomen. Mislukkingen zijn daardoor onbetaalbaar en dus mislukken onderzoeken niet', stelt professor Schnabel, directeur Sociaal en Cultureel Planbureau.

Contractonderzoek is, onder strenge condities, zeer wel mogelijk, zo vindt men. Heldere afspraken, arbitrage-organen en een afweging tussen toegepast en fundamenteel onderzoek zijn daarbij de belangrijkste voorwaarden. Schnabel geeft de aanwezige onderzoekers nog een wijsheid mee. 'Opdrachtgevers weten niet wat ze willen weten. Dat moet je ook niet vragen. Je moet vragen: wat moet er uitkomen en wat absoluut niet. Dan weet je hoeveel vrijheid en speelruimte je als onderzoeker hebt.'

Illustratie uit de symposiumbundel van de KNAW

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.