UT-Nieuws van 13 maart 1986
De titel master mag alleen gebruikt worden in plaats van de tot nu toe bestaande titels doctorandus, ingenieur, meester en psycholoog. 'Drs.' voor en tegelijk 'M.' achter de naam mag dus niet. M. kan worden gevolgd door een verkorte aanduiding van de gevolgde studierichting of van de sector waarin men is afgestudeerd. Deetman ziet ervan af om ook die aanduidingen te regelen omdat een zinnig onderscheid moeilijk te maken is. In plaats daarvan mogen de betrokkenen zelf beslissen welke afkortingen zij gebruiken en de bedoeling is dat een traditie groeit.
De mastertitel mag, evenals de bestaande titels, alleen door de instellingen van wetenschappelijk onderwijs (de Open Universiteit inbegrepen) worden verleend. Een verschil is dat het voeren van een mastertitel zonder dat men is afgestudeerd niet strafbaar wordt: drs. Ch. Swietert mocht enige jaren geleden niet, maar Ch. Swietert M. kan zonder problemen staatssecretaris worden in het volgende kabinet.
In zijn stuk aan de Kamer komt Deetman ook tegemoet aan de wens om de planning in het wetenschappelijk onderwijs elke twee jaar te laten plaatsvinden, dit in het kader van de deregulering. Aanvankelijk wilde Deetman de tweejarige planningcyclus pas regelen na bespreking van zijn HOAK-nota, maar na aandringen van de Tweede Kamer komt hij daarop nu terug. In plaats van een jaarlijke publicatie van de instellingsplannen en het (mede daarop gebaseerde) overheidsplan gebeurt dit nu iedere twee jaar (...).