Gebroederlijk zaten Arie van der Hek, Albertjan Peters en Frans van Vught afgelopen dinsdagmiddag achter een tafel in de statige ontvangstzaal van de Hogeschool Enschede. Peters, collegevoorzitter van de Hogeschool Oost-Nederland (waarin verenigd de Hogeschool IJsselland uit Deventer en de Hogeschool Enschede) zette stralend zijn handtekening onder de intentieverklaring. Collegevoorzitter Van der Hek deed hetzelfde en maakte een grapje. Rector Van Vught keek toe en glimlachte minzaam.
Dat was ooit wel anders. Nog niet zo lang geleden haalde Peters fel uit naar Van Vught. De hogeschoolbaas verweet de UT afgelopen zomer een 'achterstand in denken als het om samenwerking tussen hogescholen en universiteiten gaat'. Van Vught reageerde door te stellen dat de verschillen tussen hogescholen en universiteiten 'héél duidelijk' dienen te zijn en het liefst 'bij wet geregeld' moeten worden.
Een halfjaartje later lijkt de kou uit de lucht. En misschien is dat wel het belangrijkste nieuws: de bestuurders kunnen weer samen de pers te woord staan en een handteking zetten onder een intentieverklaring die de samenwerking tussen beide instellingen bekrachtigt.
Want de samenwerking op zich is niet nieuw. Al jaren stemmen opleidingen studietrajecten voor doorstromende studenten op elkaar af. En ook waar het de kennistransfer naar bedrijven in de regio betreft vullen HE en UT elkaar al vaak als vanzelfsprekend aan.
Wel nieuw zijn de twee pilots waarin de instellingen een gezamenlijk bachelors-mastersprogramma voor chemische technologie en bestuurskunde gaan opzetten. Daarmee verkennen ze de nieuwe mogelijkheden die de Bologna-verklaring op dit gebied geeft. Peters en Van Vught verwachten allebei dat het bachelors-masterssysteem in Nederland wordt ingevoerd. 'De vraag is niet óf, maar hóe de Tweede Kamer het precies gaat invoeren', aldus Van Vught tijdens de persconferentie.
Het gemeenschappelijk bachelors-masterstraject is een van de uitwerkingen waarmee de hogeschool en de universiteit de studieloopbanen van scholieren en studenten willen stroomlijnen. De wederzijdse doorstroming moet volgens de intentieverklaring nog soepeler, waardoor studenten eerder op 'de juiste plaats' terechtkomen. 'Jaarlijks stappen ongeveer zestig studenten van de UT over op de HE', aldus Van Vught. 'Andersom is dat veel minder. Wij zouden graag zien dat dat verandert. Daarom krijgen hogescholers die naar de campus komen sinds kort één jaar extra studiefinanciering van ons.'
Naast de versterking van de wederzijdse doorstroming gaan de beide instellingen een gezamenlijke zomercursus voor scholieren opzetten, het ICT-onderwijs op elkaar afstemmen en de kennis- en technologietransfer naar bedrijven in de regio verbeteren. Ook kunnen hogeschoolstudenten de minor kunst, cultuur en technologie volgen, die de UT samen met de AKI opzet.
Peters, Van Vught en Van der Hek verwachten niet dat de nauwere samenwerking op termijn leidt tot een fusie van de onderwijsinstellingen. 'Dat levert alleen maar meer papier op', aldus Van Vught. 'Kijk maar naar het samengaan van de UvA en de Hogeschool van Amsterdam. Dat levert nietsconcreets op. Wij willen juist praktisch aan de slag.'
![]()