Het debat is een herhaling van zetten. Vorig jaar november, bij de behandeling van de Onderwijsbegroting, verlangde een aantal fracties al dat Hermans de regels over de aanvullende beurs zou versoepelen. De steun voor dat voorstel blijkt inmiddels alleen maar groter geworden, nu deze week ook D66 'om' is gegaan.
Eerder schaarde D66 zich nog achter Hermans. Zo'n versoepeling ging hem 900 miljoen gulden kosten, rekende hij de Kamer voor. Dat geld had hij niet. En als hij het wel had, zou het hij liever aan andere zaken uitgeven.
Nu is het nog zo dat studenten die slecht presteren de aanvullende beurs moeten terugbetalen. De Kamer vindt dat studenten met arme ouders zo zwaarder worden gestraft dan kinderen van rijkere ouders. Die hebben immers geen aanvullende beurs nodig en betalen alleen de basisbeurs terug.
Alleen eerstejaars ontspringen momenteel de dans. Zij mogen, ongeacht hun studieprestaties, het aanvullende deel van de beurs houden. De Kamer wil dat Hermans zich voortaan voor alle studenten zo mild opstelt.
Vandaag zal duidelijk worden of Hermans na maandenlang verzet alsnog door de knieën gaat. Als dat gebeurt, is het debat verder een gelopen koers. Hermans krijgt brede steun van de Kamer om de studiefinanciering flexibeler te maken, door de diploma-termijn uit te smeren over tien jaar.
Studenten krijgen voortaan 48 maanden een beurs, die ze naar eigen inzicht kunnen opnemen. Door deze verruiming kunnen ze hun studie tijdelijk onderbreken, bijvoorbeeld om werkervaring op te doen.
Wel wil een Kamermeerderheid nog dat studenten straks meer mogen bijverdienen dan de huidige 15.000 gulden. Als het aan PvdA, CDA, D66, GroenLinks en SGP ligt, wordt dat bedrag verhoogd tot 18.000 of 20.000 gulden.