De relatie tussen de overheid en de publieke sector is ingrijpend aan het veranderen. Internationalisering, marktwerking, interactief besturen, het zijn maar een paar van de termen waarmee sociologen, bestuurskundigen of politicologen de nieuwe rolverdeling tussen Staat en Burger proberen te beschrijven. Vast staat dat de overheid terugtreedt. De vraag is of de politiek daarmee niet teveel macht verliest aan groepen en individuen die botweg hun eigen belang najagen.
De programmabeschrijving van het eerste en enige UT-speerpunt uit maatschappijwetenschappelijke hoek zet fors in. 'De ratio achter deze veranderingen en de effecten op organisaties in de publieke sector zijn de belangrijkste objecten van studie.' Het Centrum voor studies van hogeronderwijsbeleid (Cheps), de Nederlandse Onderzoeksschool voor bestuurskunde en sinds kort ook het Centrum voor Schone Technologie en Milieubeleid (CSTM) krijgen de komende vijf jaar samen één miljoen gulden per jaar om de veranderende rol van de overheid in kaart te brengen.
Met die extra miljoenen kun je veel onderzoek doen, maar nooit de volledige globalisering en individualisering beschrijven. Zeker niet als je er - zoals in het onderzoeksvoorstel staat - én empirisch én normatief zinnige wetenschappelijke dingen over wilt zeggen. 'Vandaar', zegt Van der Veen, hoogleraar sociologie bij Bestuurskunde, 'dat we ons niet alleen beperken tot drie beleidsterreinen - namelijk sociale zekerheid en zorg, hoger onderwijs en milieubeleid - maar dat we de komende maanden de onderzoeksvragen ook flink moeten inperken.'
Dan nog blijft het wel veel, hè?
'Dat komt omdat alles in elkaar grijpt. De natiestaat wordt op dit moment vanonder en van boven uitgehold. Vanonder omdat Den Haag steeds meer verantwoordelijkheden bij andere partijen neerlegt. Door marktwerking, decentralisatie en privatisering treedt de overheid terug. En aan de bovenkant omdat de invloed van de EU onbetwistbaar toeneemt. De soevereiniteit van landen neemt meer af dan de meeste mensen denken.'
De overheid verliest de macht?
'Dat is te simpel. De macht van de staat neemt niet af, ze wordt anders. De overheid gaat explicietere eisen aan burgers, instituten en bedrijven stellen. Vergroting van de marktwerking lijdt bijvoorbeeld tot meer controle. Neem de Nederlandse Mededingings Autoriteit. Kijk naar de OPTA. En ook het toezicht op de sociale zekerheid neemt toe.'
De overheid als grensbewaker? Maar die grens kan de politiek alleen achteraf vaststellen. Ondertussen gaan technologische ontwikkelingen zoals internet, e-commerce of xenotransplantatie gewoon door. Is dat nou wel zo wenselijk?
'Dat is, denk ik, nooit anders geweest. De socioloog Giddens vindt dat de technologische en organisatorische ontwikkelingen zo snel gaan dat je zeniet meer kunt controleren. Terwijl dat vroeger juist andersom was. Toen leidde meer techniek en een betere administratie volgens hem tot meer controle. Ik vind de switch die hij maakt te groot. Regels bedenk je altijd achteraf. Tijdens de industriële revolutie stelde de overheid ook pas veiligheidsvoorschriften op nadat er in fabrieken steeds meer arbeidsongevallen plaats vonden.'
Maar als de overheid terugtreedt, kunnen machtige partijen die grens gemakkelijk in hun voordeel opschuiven?
'Ik zie dat niet zo somber. De EU bemoeit zich bijvoorbeeld sterk met de kwaliteit van goederen. Als je een product op de Europese markt wilt brengen moet je aan allerlei eisen voldoen. Daar ontsnap je ook als machtige multinational niet aan. Die Europese regels voor producten leiden overigens wel weer tot kromme dingen. De Franse camembert wordt van rauwe melk gemaakt. De EU verbiedt dat. Kaas maak je volgens hen van gepasteuriseerde melk. De Fransen boos natuurlijk.'
En de sociale risico's dan? Kan een overheid die contracten sluit met burgers nog wel als sociaal vangnet dienen?
'Vroeger bestond er een sociaal vangnet dat slechts een redelijk inkomen garandeerde als je werkloos werd. Tegenwoordig moet je als werkeloze op cursus of krijg je loopbaanbegeleiding. De overheid wordt steeds meer begeleider in plaats van uitkeringsverstrekker.'
De staat als facilitair bedrijf?
'Of de infrastructurele staat, dat vindt ik een betere term. En dan gaat infrastructuur niet alleen over wegen, spoorlijnen en tunnels, maar ook over wie gebruik mag maken van de sociale voorzieningen, de gezondheidszorg, het hoger onderwijs. De overheid krijgt veel meer een scheidsrechterfunctie. De politiek bepaalt de spelregels als het bijvoorbeeld om de markt voor telefonie gaat.'
Leidt die teruggetrokken rol niet tot Amerikaanse toestanden? Met claimende burgers en een verharding van de samenleving?
'Misschien, misschien ook niet. Voor mij is dat een open vraag. Die scheiding van verantwoordelijkheden is wel een motor voor de juridisering van onze samenleving. Maar of het hier zo wordt als in Amerika? Dat is een van de issues die we gaan onderzoeken.'
Als u het nu zou moeten voorspellen?
'Hmmm, ik denk het eerlijk gezegd niet. Ons rechtssysteem is bijvoorbeeld onvergelijkbaar met het Amerikaanse. Bovendien is onze samenleving veel collectivistischer ingericht. Met grote belangengroepen, grote vakbonden en een veel hogere organisatiegraad. In Amerika is het politieke cultuur pluralistischer, meer gericht op individuele belangen.'
Wat vindt u zelf van de terugtredende overheid?
'Op die vraag kun je geen simpel antwoord geven. Je kunt niet meer domweg pleiten voor een sterke overheid die voor nationale bescherming zorgt. En het heeft ook geen zin om te spreken over de lege staat die niks meer kan besturen. Dat is te grof voor wetenschappelijk onderzoek.'
Natuurlijk, maar verheugt u zich op een overheid die alleen nog maar contracten sluit en hier en daar een grensje trekt?
'Onze verzorgingsstaat werk als een soort demper die de juridisering en verharding van onze maatschappij tegengaat. Ik hoop niet dat dat allemaal wegvalt. Dat burgers voor het minste of geringste probleempje naar de rechter stappen. Maar nogmaals, het zijn voor mij allemaal open vragen. Derol van de staat verandert, dat staat vast. De gevolgen van die ontwikkeling gaan we onderzoeken. In het hoger onderwijs, in de sociale zekerheid, in de zorg en op milieugebied.'