Zoek dr. Mercedes Crego Calama (32) niet op haar kantoor maar kijk rond in de eerste de beste labzaal van het CT-gebouw. Daar moet het gebeuren want 'negentig keer proberen totdat het één keer lukt' is haar credo. Stilzitten - laat staan stil zijn - is niet besteed aan de Spaanse. 'De discussies in het laboratorium met de collega's. Daar houd ik van.'
Crego promoveerde aan de universiteit van Salamanca dat met haar oprichtingsdatum uit 1242 een rijke culturele traditie kent. Daarna volgden twee jaar Pittsburg, bekend om z'n regen- net als Nederland. Klagen over het klimaat ligt voor de hand, en Enschede had Crego graag wat groter en meer bruisend gezien. Maar de wereldfaam van de groep van professor David Reinhoudt en die van Mesa+ zijn ongeëvenaard, vindt ze. En goede collega's zijn erg handig. Die van de vakgroep Supramolecular Chemistry & Technology dienen Crego deskundig van repliek, die van de andere vakgroepen beantwoorden bereidwillig vragen over problemen die de disciplines overschrijden. Crego: 'In Amerika waren de deskundigen ook wel te vinden maar dan moest je eerst een speciaal samenwerkingsverband opzetten. Hier vind je gewoon iedereen die je nodig hebt.'
Vijf jaar
Een European Fellowship bracht Crego vanuit de VS naar Nederland omdat een aanstelling in haar geboorteland niet aan de voorwaarden daarvoor voldeed. Bovendien kon ze hier net zo goed met de Engelse taal overweg als in Engeland. Alleen de 'style of life' leek haar hier beter. Vorig jaar stelde Crego in samenwerking met professor David Reinhoudt een projectvoorstel op voor vijf jaar. De UT keurde deze goed en besloot de opzet voor te leggen aan de KNAW die het verzoek vervolgens honoreerde: voor drie jaar krijgt Crego geld voor onderzoek. Daarna volgt een go/no go- beslissing voor de resterende twee jaar. Daarbij zal gelet worden op de kwaliteit van het geleverde onderzoek en op de mogelijkheden dat de onderzoeker na de afronding een vaste aanstelling kan krijgen op de universiteit. Daar moet dan wel plaats voor zijn.
Het initiatief van de KNAW is een stimulans voor veelbelovende onderzoekers om een vaste plek te veroveren op de universiteit. Voorde universiteiten is het een mogelijkheid om jonge onderzoekers langer aan zich te binden en niet weg te zien trekken naar het commercieel zoveel aantrekkelijker bedrijfsleven. Een beweging die in de hand is gewerkt door de geringe doorstroom, en dus vergrijzing, binnen de universiteiten zelf.
Goudrandje
De Akademie-constructie stamt uit 1986 en is een soort dakpanconstructie met een gouden randje. Hoewel precieze recente cijfers bij de KNAW ontbreken krijgt volgens een woordvoerder ongeveer tweederde van het aantal onderzoekers uiteindelijk een vaste aanstelling. Dat komt overeen met het evaluatierapport uit 1995. Daar gaf overigens bijna de helft van de Akademie-onderzoekers aan, dat ze ontevreden zijn over de manier waarop de universiteiten met de aanstellingsgarantie omgingen.
De leden van de KNAW-commissie screenen de onderzoekers. Zij moeten voor de toekomst 'professorabel' zijn. De minimale looptijd van het onderzoek bedraagt drie jaar, maar veel onderzoekers gaan er met redelijke zekerheid vanuit dat ze een verlenging tot vijf jaar krijgen en dat ze op dezelfde - maar soms ook op een andere - universiteit hun onderzoek kunnen afronden en daar dan een vaste aanstelling kunnen krijgen. Via de KNAW stroomden zo al diverse onderzoekers door naar een positie als hoogleraar, een teken dat het selectiebeleid aardig goed werkt.
Supermolecuul
In haar onderzoek probeert Crego de vruchten te plukken van een spannende dubbelcombinatie: sensor chemistry en combinatorial chemistry. Men stelle zich een supermolecuul voor met twee 'rigide armen'. De ene arm van dit receptor-molecuul zal zich vastklampen aan bijvoorbeeld een peptide of steroïde in een te onderzoeken oplossing. De andere arm bevat diverse fluorescerende indicator-moleculen die meer of minder licht kunnen uitzenden. Dit is meetbaar met een epifluorescerende microscoop of met een CCD-camera. De uitdaging is om op een glaslaagje een hele array van verschillende receptor- moleculen te plaatsen. Op deze manier kan in één meting de respons van verschillende sensormoleculen simultaan gemeten worden.
Crego: 'Deze benaderingswijze is uniek, en geschikt als instrument voor het snel vinden van een geschikte sensor voor peptiden, metaalionen enzovoorts. Het past goed bij de commerciële trend om steeds sneller en goedkoper een groot aantal chemicaliën te testen. Het gevoel dat het onderzoek in de toekomst toepasbaar is, is voor mij een belangrijke drijfveer.'
Nummer twee
De tweede UT Akademie-onderzoeker van dit jaar is dr. Ronnie Jansen (28) van de Information Storage Technology Group van EL.Deze groep is eveneens onderdeel van MESA+ dat de juiste toon voor de onderzoeksaanvragen vlekkeloos weet te vinden. Zes van de in totaal zeven Akademie-onderzoekers op de UT doen Mesa+-gerelateerd onderzoek (zie kader). Een maatschappijwetenschapper heeft zijn weg naar de KNAW nog niet weten te vinden. Dat zal ook niet meevallen want de Akademie geeft zelf aan dat het Akademie-onderzoek beter werkt voor de technische en geneeskundige wetenschappen dan voor de geestes- en maatschappijwetenschappen.
Ronnie Jansen richt zich op magneto-elektronica, een relatief nieuw onderzoeksgebied waarin magnetische materialen en hun eigenschappen worden gebruikt in elektronische componenten. Een voorbeeld is de spin-valve transistor waarmee voormalig promovendus Douwe Monsma de internationale status van de groep van ISTG-leider dr. Cock Lodder in 1998 bevestigde. Tussen twee lagen silicium is een sandwich gemaakt die bestaat uit twee magnetische lagen, gescheiden door een niet magnetische laag. Die sandwich werkt als een klep (valve) die met een magneetveld open of dicht kan gaan. Staat de magnetisatie van beide magnetische lagen tegengesteld, dan wordt weinig stroom doorgelaten. Staan ze parallel dan loopt er veel meer stroom door de transistor omdat de klep is geopend voor elektronen met het juiste "kwantummechanische spin-moment". De transistor kan als magnetisch element dienen, of als magneetveld sensor.
Jansen: 'Een half jaar geleden is er een nieuwe doorbraak gekomen. Die werd mogelijk door geavanceerde fabricagetechnologie bekostigd uit een groot STW-project. De spin valve transistor werkt nu ook bij kamertemperatuur en is gevoelig voor zeer kleine magnetische velden.'
Proefje
Met een verrassend eenvoudige meetopstelling demonstreert Jansen de huidige grote gevoeligheid van de spin valve transistor. Door een kleine magneet richting de transistor te bewegen geeft de spanningsmeter waarop deze is aangesloten, al bij een afstand van een halve meter plotseling een driemaal zo hoge waarde aan. Commercieel verkrijgbare sensoren geven ter vergelijking een verandering van hooguit 15% in het uitgangssignaal. Het apparaatje, met een plakbandje voor het inbrengen van het magneetstaafje, is zo onooglijk dat een gekwalificeerde bedrijfsspion de waarde ervan onmogelijk kan bevroeden.
De hoop is dat in de toekomst magnetische data-opslag met grote dichtheid toch goed leesbaar kan zijn. Jansen ziet ook mogelijke toepassingen van magneto-elektronica voor gedeeltelijke vervanging van vluchtige, op halfgeleiderelektronica gebaseerde, ram-geheugens in computers. Vooral voor handzame palmtop computers - waar zelfs het beperkte blijvende geheugen op halfgeleiders is gebaseerd - zouden nieuwe magnetische opslag/aflees-systemen een oplossing kunnen zijn. Verder zijn toepassingen denkbaar in videorecording en magnetische sensoren zoals die veel in auto's zitten.
Meerwaarde
Jansen: 'De aandacht voor mogelijke toepassingen is bij onze vakgroep al in een vroeg stadium een vast onderdeel van het werk. Je moet dan denken aan tests van de transistor bij hoge temperaturen en metingen aan signaal/ruis verhoudingen. Maar ook de onderliggende fundamentele fysica krijgt ruim aandacht. Die combinatie geeft het onderzoek meerwaarde boven een puur wetenschappelijke vraagstelling die voornamelijk is gericht op het onderzoeken van een verschijnsel. Anderzijds heb ik hier meer vrijheid dan in het bedrijfsleven waar je onderzoeksvrijheid sterk wordt ingeperkt door managers met commerciële belangen. Bovendien heb je op een universiteit altijd verrassende interacties met studenten via colleges of onderzoeksprojecten.'
Net als Mercedes Crego kwam Jansen via een omweg in Twente terecht. Hij promoveerde in Nijmegen en deed twee jaar post-doc onderzoek aan het Massachusetts Institute of Technology in Cambridge, VS. Jansen: 'Wat ik wel mis zijn de rivieren, zoals in Nijmegen en Boston. In de VS stak ik vanuit Boston iedere ochtend de Charles River over omdat het MIT aan de andere kant ligt. De stralendblauwe lucht, vaak ijzige kou en het uitzicht op de wolkenkrabbers, dat had toch wel iets speciaals.'
KNAW-fellows
binnen de UT
Behalve Mercedes Crego Calama en Jansen zijn als KNAW-fellow binnen de UT aangesteld:
-dr. ir. Herbert Wormeester (1996, in 1999 verlengd) vakgroep Toegepast onderzoek der Materie, onderwerp Metastabiele He-atoom diffractie als innovatieve techniek voor in-situ groeistudies: morfologie en magnetisme van dunnen metaaloxydische films.
-dr. ir. J.W.M. Hilgenkamp (1997), vakgroep Toegepast Onderzoek der Materie, onderwerp New concepts of electronic devices, based on high T superconducting Josephson junctions.
-dr. ir. J.M. Schins (1997), vakgroep Technische Optica, onderwerp: manipulatietechnologie voor biomoleculen.
Dr. ir. Leon Abelmann, (1998), vakgroep Transductietechniek en Materiaalkunde, onderwerp Magnetische dataopslag in arrays van submicron ééndomein magnetische deeltjes.
R. Janssen
Mercedes Crego Calama
![]()
![]()