'Ik ben tegen een vrijblijvende relatie student/ universiteit'

| Redactie

Volgens studenten zou het universitaire onderwijs te schools worden. Vernieuwende ideeën worden in zo'n discussie niet altijd op waarde geschat. Dat ondervond prof. dr. ir. Pleun Verhagen, sinds 10 februari hoogleraar/opleidingsdirecteur bij Toegepaste Onderwijskunde.

Kunt u zich in de kritiek van de studenten vinden?

'Ja. U weet uit mijn oratie dat ik bezwaren heb tegen de bureaucratische interpretatie die het begrip studeerbaarheid heeft gekregen. Men maakt zich geweldig druk over nominale studieschema's om uit te komen op een bruto gemiddelde werklast van veertig uur per week gedurende 42 weken. Dit aspect van mijn oratie is door het HOP (het Hoger Onderwijs Persbureau dat de universiteits-en hogeschoolbladen van landelijk nieuws voorziet, red.) nogal uitvergroot zodat er in de bladen van Groningen en vooral Nijmegen aandacht aan werd besteed. Ook leverde het een artikel op in de Staatscourant van 16 februari 2000.

'Ik ben kortom mét de studenten vóór ontschoolsing van het universitaire onderwijs. Maar dat wil niet zeggen dat ik voorstander ben van een vrijblijvende relatie tussen studenten en opleiding. Bij de ontwikkeling van ons eigen nieuwe onderwijsconcept 'initiatie in de academische professie' benadruk ik het belang van intensieve interactie met de docenten/experts van de opleiding in de vorm van een wetenschappelijke discourse. De studenten moeten daarvoor informatie- en communicatievaardigheden ontwikkelen en daarin hun verantwoordelijkheden nemen.'

Gezegd wordt dat de nadruk vaak ligt op schoolse reproduktie en niet op diepgang. Maken docenten zich er soms te gemakkelijk van af?

'Dit beeld is veel te generaliserend. Ik kan niet uitsluiten dat er docenten zijn die denken: "als de studeerbaarheid kan worden gehaald met hapklare kennisbrokken, dan kunnen ze krijgen wat ze willen". Maar in mijn eigen faculteit heb ik geen enkele aanwijzing dat er zulke docenten rondlopen, ook al organiseerden de studenten een workshop tegen schoolsheid bij TO. Die workshop (op 8 december 1999, red.) was trouwens een heel positieve gebeurtenis waar verrassenderwijs meer docenten en andere stafleden op afkwamen dan studenten. Dit tot lichte teleurstelling van de organiserende studenten. 'Centraal stond de vraag hoe een universitaire didactiek kan worden ontwikkeld waarin academische vorming tot zijn recht komt. De resultaten van de workshop klinken door in de uitwerking van ons nieuwe onderwijs dat we nu organiseren in het kader van de major/minor operatie.'

Hoe is het volgens u mogelijk om efficiënt onderwijs te combineren met diepgang?

'We moeten de begrippen efficiëntie en studierendement goed uit elkaar houden. Studierendement mag nooit bereikt worden door oppervlakkigheid, temeer omdat oppervlakkig onderwijs efficiënt kan lijken door een getalsmatig goed studierendement. Studenten moeten aan eisen voldoen. Efficiënt universitair onderwijs behoort een organisatievorm te hebben waarin studenten in de gelegenheid worden gesteld om zich voldoende in de leerstof te verdiepen om aan die eisen te voldoen. In mijn opvatting hoort daarbij het kweken van inzicht dat op de universiteit de eigen vorming voor een belangrijk deel de eigen verantwoordelijkheid is van de studenten zelf. Dit in combinatie met een staf die alle deuren open heeft staan om studenten die wat willen - bij wijze van spreken dag en nacht - te woord te staan om hen te interesseren voor de wetenschap en de discourse aan te gaan. Bij TO hopen we dat met de mentorgroepen-nieuwe-stijl in ons nieuwe onderwijsconcept voor een goed deel te bereiken.

'De crux zit in de aard van de contacten. Net zoals in de pedagogiek de relatie tussen ouders en kinderen kan variëren van betuttelend tot onafhankelijkheid/stimulerend, zo kan in de onderwijskunde de relatie tussen leermeesters en leerlingen variëren van schoolse volgzaamheid tot academisch vormend. Wij streven dus naar een op academische vorming gerichte relatie met studenten.'

Waarom zijn de concepten TeleTOP en C@mpus+ volgens u niet alleen 'modieus' - zoals NRC/ Handelsblad schrijft - maar weldegelijk vernieuwend?

'De verwijzingen naar TeleTOP en C@mpus+ zijn in het NRC-artikel volkomen uit het verband gerukt. TeleTOP is een webgebaseerd cursusmanagementsysteem met een bijbehorende implementatiemethode die tot op grote hoogte neutraal is ten opzichte van de manier waarop je er onderwijs mee maakt. Allerlei onderwijsopvattingen en leerstofinhouden kunnen in het systeem hun draai vinden, net zoals een tekstverwerker zich leent voor teksten van allerlei inhoud. De vernieuwing is dat een webgebaseerd systeem het arsenaal aan werkvormen en communicatiemogelijkheden uitbreidt ten opzichte van traditionelere onderwijsvormen. Dit met interessante mogelijkheden voor tijd- en plaatsonafhankelijke activiteiten en interacties met de docenten; bijvoorbeeld voor deeltijdstudenten die niet op de campus verblijven. Verder wordt samenwerken op afstand mogelijk, bijvoorbeeld tussen studenten van universiteiten uit verschillende landen.

'Deze en andere mogelijkheden worden in het C@mpus+ concept geëxploiteerd, leidend tot een ICT-gebaseerde persoonlijke werkomgeving van studenten waarmee buitengewoon efficiënt allerlei onderwijs- en informatieprocessen beschikbaar zijn binnen enkele

muisklikken. Dit heeft nul-komma-nul met schoolsheid te maken maar alles met eigentijdse communicatie en informatiebeheer. Dat is inderdaad vernieuwend. Hele horden zijn hier nog niet aan toe. Maar deze systemen zullen wel van duidelijke invloed zijn op de manierwaarop de UT-studenten werken en communiceren.'

Plon Verhagen

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.