Internationale minor is punt van intensief overleg

| Redactie

Duidelijke afspraken over onderwijssamenwerking en met name over de minor. Dat was de inzet van de tweedaagse bijeenkomst van het Network of Euregional Universities (NEU). Een Twentse commissie gaat uitzoeken welke Duitse en Vlaamse minors voor Enschedese studenten van belang zijn.

Rectoren en presidenten uit Nijmegen, Twente, Leuven, Osnabrück, Dortmund en Münster hadden dinsdag zich op de UT verzameld. De zes universiteiten zijn sinds mei 1998 verenigd in het netwerk NEU. Zwaartepunt is onderwijssamenwerking. Het aanbieden van minors aan elkaars studenten hoort daarbij. Maar er moet rekening worden gehouden met de verschillen in de onderwijssystemen.

UT-medewerker Ben Kokkeler fungeert als secretaris van NEU: 'Er zijn verschillende varianten van een minor. Vaak is het zo dat de buitenlandse partner een kant en klare minor aanbiedt. Een ander model is de situatie waarbij studenten zelf kiezen voor een individuele minor. Dus dat ze een aantal vakken die ze willen volgen hier laten goedkeuren'.

Kokkeler vertelt dat in Duitsland het onderwijs niet is gemoduleerd. Een Duitse universiteit biedt dus geen kant en klare minors aan. Daarom is dinsdag gesproken over een model dat tussen de gefixeerde minor en de individuele minor inzit. Het houdt in dat een buitenlandse partner een minor aanbiedt maar alleen aan studenten van over de grens, niet aan eigen studenten. Kokkeler: 'Het is eigenlijk een door de UT goedgekeurde lijst met vakken. En dat noemen we een minor.'

Het voordeel is dat de individuele pakketjes van studenten niet steeds hoeven te worden bekeken en dat het gefixeerde model wordt omzeild. Afgesproken is dat een commissie gaat uitzoeken welke minors de UT in het buitenland aangeboden wil zien. Daarbij werkt ze samen met een team uit Nijmegen.

Naast major-minor ging het over een andere actuele Angelsaksische begrip: bachelors-masters. Marijke van der Wende (CHEPS) leidde een zogenoemde expert meeting over het onderwerp. 'Alle universiteiten zijn ermee bezig; hoe moet je bachelors-masters oppakken? Wij zijn er nog niet uit. Duitsland wel, zij lopen wat dat betreft voorop. Bij hen is het al wettelijk verankerd.' Van der Wende vertelt dat Duitsland daarnaast het oude systeem blijft hanteren. Volgens haar zal Nederland dat niet doen, maar bachelors-masters integraal invoeren.

Een probleem waar alle universiteiten mee kampen is dat er een steeds grotere diversiteit aan opleidingen ontstaat die tegelijkertijd internationaal herkenbaar en vergelijkbaar moeten zijn, zegt Van der Wende. Ook wordt het onderscheid tussen beroepsopleidingen en academisch onderwijs kleiner. 'Een punt van discussie was welke opleidingen door welk type instellingen moet worden verzorgd. In Duitsland bijvoorbeeld bieden Fachhochschule al wetenschappelijk getinte masteropleidingen aan en verzorgen universiteiten ook professionele opleidingen.'

Volgens Van der Wende is dat vooral om het aantal studenten aan universiteiten terug te dringen. Die kosten namelijk aanmerkelijk meer dan studenten aan een hogeschool. In Duitsland studeert 60 procent van de studenten aan de universiteit en 40 procent aan een hogeschool. In Nederland liggen die verhoudingen nagenoeg andersom.

Een ander punt betrof de baccalaureus als gekwalificeerde arbeidskracht. In Amerika en Engeland gaan studenten met alleen een bachelorsdiploma op zak de arbeidsmarkt op. Van der Wende: 'Wij hebben hier nog steeds het idee dat we niet in drie jaar een student op kunnen leiden voor de arbeidsmarkt. Maar je kan toch ook niet beweren dat het in Engeland en Amerika helemaal mis gaat. De vraag wordt nu steeds prangender. Ook omdat er een tekort aan hoger opgeleiden is. We moeten echt toe naar flexibel denken en naar life long learning. Je hoeft niet alles tussen je achttiende en je vijfentwintigste te leren.'

De NEU-leden op de campus bijeen

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.