Leusink: 'Als huismeester van het Informaticagebouw, het TO-gebouw, het KCT-gebouw en het Collegezalen Complex ben ik verantwoordelijk voor een aantal ondersteunende werkzaamheden. Docenten bijstaan die apparatuur nodig hebben in collegezalen bijvoorbeeld. Of het cordineren van de opbouw van stands tijdens congressen. Dat soort klussen.'
Hij geeft leiding aan een team van zeven mensen. 'Ik krijg op deze computer - hij wijst naar de pc in de hoek van zijn kamertje - de opdrachten binnen. Die verdeel ik.' Leusink is verantwoordelijk voor de uitvoering. 'Als er wat goed gaat, dan hoor ik het, als het mis is ook.'
Het drukste heeft hij het tijdens de voorlichtingsdagen. 'Dan zijn alle gebouwen opengesteld. Iedereen kan overal in- en uitwandelen, alles moet tiptop in orde zijn.'
Leusink werkt sinds 1992 voor de UT. 'Ik ben begonnen als conciërge in de oude Hallen', zegt hij. 'Mooie tijd, veel contact met studenten. De feesten in hal D100 bijvoorbeeld.' Leusink was erbij toen Euros daar in 1995, na het winnen van de Varsity, kroegjool hield. 'Dat was onwaarschijnlijk', herinnert hij zich lachend. 'Ik overdrijf niet: toen we de volgende ochtend aankwamen, lag over de vloer van heel D100 een laag lege bierbekers van een halve meter dik. Het rook er alsof de Grolsch die nacht verhuisd was.'
Zelf is Leusink ook een sportman. 'Ik tennis graag. C1-niveau.' Jaarlijks organiseert hij het Informatica-tennistoernooi voor medewerkers. De huismeester heeft drie van de vier edities gewonnen. Studenten mogen niet deelnemen. 'Die zijn te goed', lacht hij. 'Het moet wel leuk blijven.'
![]()