De kwaliteit van wetenschappelijk onderzoek moet niet langer per vakgebied landelijk in kaart gebracht worden. Voortaan moet elk onderzoeksinstituut zijn eigen evaluatie krijgen.
Dat zegt een commissie die in opdracht van de universiteiten en de wetenschappelijke organisaties KNAW en NWO uitzocht hoe de bureaucratie rond onderzoeksevaluaties teruggedrongen kan worden. Voorzitter van de commissie was prof.dr.ir. J.H. van Bemmel, vanaf september rector magnificus in Rotterdam. Het rapport is nog niet openbaar, omdat de drie opdrachtgevers er nog geen standpunt over hebben.
Nu wordt onderzoek soms meerdere malen per jaar onder de loep genomen. Allereerst komt één keer per vijf jaar een commissie van de vereniging van universiteiten VSNU langs. Daarnaast worden onderzoekscholen gekeurd door de KNAW. En wie geld wil van NWO moet zich nóg eens aan een beoordeling onderwerpen. Vaak moeten onderzoekers voor al die keuringen steeds dezelfde gegevens net iets anders opschrijven.
De commissie vindt dat onderzoekers niet vaker dan eens per vijf jaar met evaluaties lastig gevallen moeten worden. Daarvoor is nodig dat onderzoeksinstituten al hun gegevens volgens een uniforme standaard onderbrengen in een intern informatiesysteem. Bovendien moeten ze twee keer per vijf jaar zichzelf evalueren.
Die interne gegevens en de resultaten van de zelfevaluaties zijn de grondstof voor alle andere keuringen. Niet alleen beoordelingen achteraf, zoals die nu door de VSNU gehouden worden, kunnen erop berusten. Ook degenen die voorstellen voor toekomstig onderzoek beoordelen, hoeven dan niet opnieuw informatie op te vragen.
Op aandringen van de drie opdrachtgevers stelt de commissie-Van Bemmel ook voor dat onderzoekskwaliteit niet langer landelijk vergeleken wordt. Voortaan worden instituten afzonderlijk onder de loep genomen. Niet de nationale, maar de internationale vergelijking doet ertoe, verdedigen de drie die keus.
Toch moeten de afzonderlijke evaluaties wel vergelijkbaar zijn. Ze moeten althans uitgevoerd worden volgens een uniform protocol. Daarin zal niet alleen aandacht gevraagd worden voor de onderzoekskwaliteit zelf, maar ook voor zaken als het leiderschap in een groep en de werving van personeel. De KNAW gaat bepalen wie er lid wordt van een beoordelingscommissie.