Over en sluiten, column

| Redactie

'Zorrug dat je de d'r bij komt, bij de marine moet je zijn.' Wie zong dat? Een achttienjarige die gisteren door de Spits heeft gezapt, zal gokken: 'Toon Hermans.' (Een andere worldonliner van achttien vroegen we vorige week naar de betekenis van witte donderdag. Hij zeide: 'Werd Nederland toen niet bevrijd?')

Binnenzee

Tom Manders natuurlijk. Doris! De marine. Meezinger uit de tijd dat iedere jonge vent nog adelborst wilde worden. Op een zonnige vrijdagmiddag na een lange maand op zee in uitgaansuniform naar pa en moe. Met de pet onder de arm de straat in, terwijl de dochters van de buren verliefd over de heg spieden. Daar wil je wel scheepsbeschuit voor eten.

Maar Doris is dood, net als Toon trouwens, en de marine? Een zinkend schip meneer.

Toch: alle hens aan dek. Om het tij te keren, meert de vaderlandse vloot tijdens de Batavierenrace op de campus aan. Bedoeling: studenten en hardlopers werven voor de strijd op zee, want 'de marine is zo gek nog niet', wat toch al heel anders klinkt dan 'zorrug dat je d'r bij komt'.

Wordt het wat, zaterdag? Mwôh. Het water staat ze in Den Helder blijkbaar zozeer aan de lippen dat ze vergeten zijn dat de eerste Twentse zeeheld nog geboren moet worden. Landrotten! Een tukker krijgt al zeebenen als hij naar het torentje van Drienerlo kijkt.

Er gaat dus ouderwets geronseld worden. Zeeheldinnen met blote tieten aan een biertap met vaten rum eronder - of je dáár even een kruisje wil zetten.

Toch even opletten, als wij VEB waren.

Sport-Enschedeërs?

Tennissen, zwemmen en wandelen. Volgens de Twentsche Courant Tubantia zijn het niet alleen werkwoorden maar ook sporten. De regioverslaggevers ontdekten dat heel veel Enschedeërs tennissen (16 procent), zwemmen (15 procent) en wandelen (14 procent). Meer nog dan er voetballen (12 procent) of volleyballen (5,9 procent). Zelfs!

In eerste instantie slikken wij de cijfers voor zoete koek. Waarom het plaatselijke journaille op voorhand wantrouwen? Maar na preciezere bestudering gaan we toch twijfelen. Volgens hetzelfde verhaal gaat 12 procent van de Enschedeërs regelmatig (één of twee of meerdere keren per week) naar de fitness.

We gaan rekenen. Enschede heeft 120.000 inwoners. Dat betekent dat er elke week 14.400 mannen en vrouwen in zweterige ruimtes aan gewichten staan te trekken. Dat is (delen door een werkweek) bijna 3000 mensen per avond en (delen door zeven fitnesscentra) 425 per avond per sportschool.

Gemiddeld gesproken natuurlijk. En dan zou het misschien kunnen. Maar in het echt? In het echt regeert de 'ik zou eigenlijk iedere week móeten zwemmen, wandelen, en fitnessen'-regel. Want wat kan de uitspraak 'Ik zwem!' wel niet allemaal betekenen? Een enkeling zal een uur lang in hoog tempo het water klieven. Anderen gebruiken het chloorbadje om een kwartiertje bij te kletsen. En de meeste mensen vinden het sportief genoeg om alleen te denken: vanmiddag moet ik maar weer eens een baantje trekken.

Met zwemmen, wandel, fitnessen en tennissen is het al net als met hardlopen. Want wat gebeurt er als de gemiddelde student tegen je zegt: 'Ik loop hard.'

'Ja', denk je dan, 'twee weken voor aanvang der Batavierenrace. Om je teamgenoten niet al te veel teleur te stellen. Maar daarna een heel jaarnooit weer.'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.