Bewaren of afbreken?

| Redactie

Wat doen we met oude vervallen fabrieken? Afbreken, de grond saneren en er een onberispelijk woonwijkje bovenop zetten? Alsof er niets is gebeurd? Of knappen we de oude panden op en laten we ze - met een nieuwe functie - iets vertellen over de geschiedenis? Het Architectuur Centrum Twente stelt deze vragen aan de orde tijdens haar lezingencyclus over industrieel erfgoed.

Van 's ochtends vijf tot 's avond tien duwen, duwen en nog eens duwen. Dat deden de spinners in de Twentse textielindustrie. Het trekken van de draden ging weliswaar machinaal: stoomkracht duwde een zware wagen met honderden draden weg. Het terugduwen echter, waarbij de draden gedraaid en opgerold werden, was handwerk. Honderden keren op een dag duwden de spinners de zware wagens terug naar hun beginpositie. Deze spinarbeiders waren te herkennen aan hoogopgetrokken, verkrampte schouders. Zij leden aan RSI, avant la lettre. In de textielfabrieken was de dwang van de klok in iedere vezel voelbaar. Een reusachtig uurwerk domineerde de fabriekshal. En alsof dat nog niet genoeg was kwamen er mannen met stopwatches de handelingen timen, met als doel een verdere optimalisatie. Met deze schets begon historicus Siebe Rossel zijn betoog over %tijd, tempo en toezicht', op de eerste avond (27 april, Hengelo) van de cyclus over industrieel erfgoed. Zijn boodschap was duidelijk: spring zorgvuldig om met het industrieel verleden. Voor Rossel bevat dat verleden veel lessen. Zo maakt het ons bewust van de onmenselijke discipline die de klok ons oplegt. Volgens hem is het gevaar groot dat de geschiedenis zich herhaalt: niet in de fabriekshal, maar achter beeldscherm en toetsenbord. Met computers zijn we immers nog beter in staat om de disciplinerende werking van de klok door te voeren. Wat Rossel betreft mogen de oude fabriekshallen best een andere functie krijgen, maar laat dan % als boodschap - de prominente klok hangen!

De vraag naar het industriële erfgoed is actueel. Onze maatschappij verandert van een industrie- in een informatiemaatschappij. Oude fabrieken staan er verlaten bij; vaak in het centrum van de stad waar een tekort aan ruimte heerst. Het ligt dan voor de hand ze af te breken en er huisvesting voor in de plaats te zetten. De geschiedenis, met al haar bloed zweet en tranen, verdwijnt dan voorgoed onder de groene zoden en Gamma tuinmeubels. Er zijn echter creatievere manieren om met de historie om te gaan. De gebouwen blijven bestaan, maar krijgen een nieuwe functie. Evert Verhage,projectmanager van de Westergasfabriek in Amsterdam, liet zien hoe Amsterdam met het Westergasterrein omgaat. De enorme hallen en de zogenaamde gashouder (een reusachtig koepelgebouw) worden gebruikt voor opera%s, tv-shows en houseparties. De monumentale panden worden de komende jaren in originele staat hersteld, het terrein verandert daarbij in een stadspark. Zo krijgt Amsterdam er niet alleen een park bij, ook de geschiedenis en identiteit van het gebied blijft zichtbaar.

Hoe het met het Twents industrieel erfgoed afloopt valt te beluisteren op 25 mei, dan discussieert Architectuur Centrum Twente verder over deze thematiek. Sprekers: Tamira Teumers (architect), Wim Scholtz (bestuurder) en Ed Schulte (monumentenzorg). De locatie is zeer toepasselijk: de nieuwe brandweerkazerne in het oude Stork gebouw (nr. 33) aan de Lansinkseweg te Hengelo. Toegang gratis. Voor meer info: www.architectuurcentrumtwente.nl

Joris Maas, AKI

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.