'Ik moet naar het rampgebied om te beseffen dat 't echt is'

| Redactie

Climmy Hoksbergen is een van de UT-studenten die zaterdagmiddag ternauwernood aan de dood ontsnapte. Omdat ze haar ratje probeerde te redden verliet ze het brandende huis aan de Roomweg bijna te laat. Boven haar hoofd stortte de woning ineen. Het is niet eenvoudig om Climmy Hoksbergen (WB student, 23) aan de telefoon te krijgen. Na veel zoeken komt het bericht dat ze bij haar ouders logeert. Maar

Climmy Hoksbergen is een van de UT-studenten die zaterdagmiddag ternauwernood aan de dood ontsnapte. Omdat ze haar ratje probeerde te redden verliet ze het brandende huis aan de Roomweg bijna te laat. Boven haar hoofd stortte de woning ineen.

Het is niet eenvoudig om Climmy Hoksbergen (WB student, 23) aan de telefoon te krijgen. Na veel zoeken komt het bericht dat ze bij haar ouders logeert. Maar Climmy blijkt niet thuis. 'Zij en haar zus zijn in de stad om kleren te kopen', zegt haar vader. Want Climmy heeft helemaal niks meer.

De volgende dag is ze weer niet thuis. 'Haar vriend komt vandaag aan op Schiphol. Hij zit in Cambodja voor zijn stage, maar komt nu een paar dagen hier', meldt moeder Hoksbergen. Climmy's vriend - bewoner van de Deurningerstraat en ook WB'er- had, juist omdat hij op reis ging, zijn meest dierbare spullen bij haar gestald.

'Het is goed dat hij terugkomt', vindt de moeder. 'Want hoe het er daar uitziet, kan je niet overbrengen. Het lijkt me goed dat ze er samen heengaan. Dan kunnen ze er over praten.' Ze vertelt dat Climmy nog in een roes leeft. 'Ze is nu alleen maar blij dat ze leeft. Die roes had ik de eerste twee dagen ook. Ze leeft! Ik wilde het iedereen in de straat wel toeschreeuwen. Maar nu komt langzaam het besef dat echt alles weg is. Nog geen foto heeft ze over.'

Het wordt dinsdagmiddag eer Climmy zelf aan de telefoon komt. Haar vriend is zojuist aangekomen uit Cambodja. En Climmy vertelt wat er zaterdagmiddag gebeurt aan de Roomweg 56 wanneer zij rond drieën als enige van de zeven bewoners thuis is.

Ze ligt op haar kamer een middagdutje te doen wanneer ze wakker wordt van knallend vuurwerk. Meteen schiet het door haar heen dat het de vuurwerkfabriek moet zijn. 'Ik wist dat er ooit een fabriek geweest was, maar dacht dat die niet meer gebruikt werd. Misschien ligt er nog iets, vermoedde ik.'

Climmy blijft rustig. Naar buiten gaan om zich bij de mensenmassa te voegen doet ze niet. Maar dan ziet ze dat de struiken in de tuin in brand staan. Ze rent naar beneden, probeert iets met een brandslang, maar het lukt niet. Dan rent ze de straat op om te kijken of ze een brandweerwagen ziet. Een vriend schiet te hulp en haalt de brandweer. 'Tegen die tijd was de hele straat al volgelopen. Er werd geen poging tot evacuatie ondernomen', zegt Climmy. 'Ik dacht echt dat er niks aan de hand was. Ik had om half vijf bardienst en heb nog naar de UT gebeld om te zeggen dat ik het misschien niet redde omdat ik zeker wilde weten dat het oké was met dat brandje. Ik heb dus nog relaxed staan bellen om vijf voor half vier. Moet je nagaan.'

Terwijl Climmy de boel een beetje aan het opruimen is, klinkt de eerste onheilspellende knal. Ze rent het huis in want de blokken beton vliegen in het rond. Zes mensen staan voor haar deur. Climmy vreest dat ze platgedrukt zullen worden door de meute en laat ze binnen. De zes gaan meteen voor het raam staan. Climmy haalt ze er weg. 'Dat wist ik dan nog wel, dat je niet voor een raam moet gaan staan.' Ze heeft gelijk, bij de tweede knal springen alle ruiten. Climmy schreeuwt tegen de mensen dat ze weg moeten rennen en rent zelf naar boven. 'Ik heb een huisdiertje, een ratje en dat wilde ik redden.' Maar dat lukt niet. Het huisdier zit in haar kamer op de tweede verdieping. Op de eerste verdieping blijkt al dat het te laat is. 'Ik zag de ravage. Eén detail blijft me bij. Het gordijn van het raampje in de WC was helemaal weggeblazen en lag aan de andere kant van de hal.' Climmy realiseert zich dat verder gaan geen zin heeft. Dan klinkt de derde knal. Door het WC-raam komt een vuurbal naar binnen. De luchtdruk smijt haar door het trapgat naar beneden. 'Vanaf dat moment ging alles heel langzaam voor mijn gevoel. Ik dacht alleen maar: "kalm blijven en goed landen". Ons trapgat heeft een bocht van 180 graden dus ik vieltegen een muur. Met mijn arm heb ik me toen afgezet zodat ik de goede kant op draaide. Ik kwam op mijn kont terecht in de hal, midden in het puin. Op dat moment stortten de bovenste twee verdiepingen in. Beneden spoot water uit de scheuren en gaten in de muur.'

Climmy staat op en rent het huis uit in de richting van de Walhofstraat. Wat er daarna met het huis gebeurt weet ze niet. 'Ik ben weggerend en heb geen seconde omgekeken. Ik weet ook niet waar die zes mensen gebleven zijn, of ze bij de derde knal zijn gaan rennen of niet. Maar omkijken had ook geen zin gehad, door de rook kon ik niet eens mijn eigen voeten zien.' Climmy rent voor haar leven door de straten terwijl alles om haar heen ontploft. 'Onderweg kwam ik van alles tegen. Een ambulance die uit elkaar geknald was. Een politieman met hoofdwonden. Een jongen met een door bloed doordrenkte theedoek op zijn hoofd.'

Door het rennen en de rook kan ze bijna geen adem meer halen. Ze loopt een woning binnen om water te drinken en gaat daarna naar het huis van een vriendin, een eindje verderop. 'Ik had één doel, mijn ouders bellen. Ik dacht: "Als die dit horen dan worden ze gek."

Bij de vriendin verzorgt ze haar wondjes met jodium. 'Ik heb alleen een paar schrammen. En dat is een wonder. Want hoe kan ik in godsnaam niks hebben.' Haar ouders bellen lukt niet want de telefoonlijnen bij de vriendin, wier huis licht beschadigd is, zijn dood. Climmy accepteert een lift naar Almelo waar ze op het station haar ouders belt, die haar meteen komen halen.

'Ook toen was ik nog heel rustig. Pas nu begint het een beetje te komen, besef ik wat er gebeurde. Ik had immers wel op honderd manieren dood kunnen gaan. Ik heb er op een gegeven moment zelfs aan gedacht om in de kelder te gaan zitten. Dat lees je wel eens in oorlogsboeken. Nou, dan was ik dus echt wel dood geweest.'

Dat al haar spullen verloren zijn gegaan, begint ook langzaam door te dringen. Haar vriend is ook veel kwijt omdat zijn spullen bij haar stonden. In welke staat ze zijn huis aan de Deurningerstraat zullen aantreffen weten ze niet. Later deze week willen ze gaan kijken. 'Ik moet er heen om te beseffen dat het echt gebeurd is, dat mijn kamertje echt weg is. Sommige mensen proberen me op te beuren en zeggen dat er vast nog wel iets wordt gevonden. Maar daar geloof ik niks van. Ik heb de beelden op TV gezien, nou vergeet het maar.'

Hoe nu verder met haar en de zes huisgenoten? 'O joh, het is zo bijzonder', roept Climmy. 'Een van mijn huisgenoten zit op een cursus. Een mevrouw hoorde haar verhaal. Die mevrouw had een huis in Enschede dat te koop stond. Ze besloot meteen dat wij daar voorlopig met z'n zevenen in kunnen wonen.' Het meeleven en de reacties sterken haar enorm. 'De andere zes zitten er al en hebben van alles gekregen voor in het huis. Zeven matrassen en stoelen, een broodrooster. Er is zelfs maandverband.'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.