De journalist die in 1937 huilend verslag deed van de ramp met het luchtschip de Hindenburg werd wereldberoemd. Zo'n vaart zal het met TCW-student Danny de Vries niet lopen, al lijkt het er wel een beetje op. De Vries filmde zaterdagmiddag van amper honderd meter afstand de rampzalige vuurwerkexplosie die Enschede ontwrichtte. Zijn opnames waren te zien tot in Sydney en Tokyo.
Sindsdien is De Vries doelwit van de media. Hij gaf interviews aan de Telegraaf, de NRC, en het NOS-journaal. Gisteren zat hij aan tafel bij Barend & Witteman. Zijn mobieltje laat hij opnemen door een vriend. Om de pers te ontlopen dook hij onder bij een andere bekende.
Was De Vries de juiste man op het juiste moment op de juiste plek? Zo ziet hij het zelf allerminst. 'Hooguit als reporter', zegt hij 48 uur na de fatale klap. 'Als mens vond ik het alleen maar verschrikkelijk.' Het is hem aan te zien. De Vries oogt gestresst. Hij rookt veel, praat zachter en sneller dan hij doet in goeden doen.
Hij vertelt het verhaal van voor en na de filmbeelden. De dertig seconden daartussen kent iedereen: talloze keren zonden de nieuwszenders het filmpje uit. De eerste knal, de verwoestende tweede. De Vries kent ze zelf eigenlijk ook alleen van zijn eigen opnames. Van het werkelijke moment herinnert hij zich nauwelijks wat.
'Ik stond buiten te filmen en de volgende seconde lag ik in een huiskamer. De explosie had me vijf meter naar achteren gegooid. Toen ik m'n ogen weer open deed, was alles zwart. Buiten en binnen, helemaal donker. Alsof het licht was uitgegaan.'
Wat voorafging aan de ontploffing, hoe hij er met zijn camera verzeild raakte, wat hij deed nadat hij opgekrabbeld was - dat vertelt De Vries met jachtige precisie. 'Ik kwam net terug van een reportage, toen ik getipt werd dat er een brandje was in de Tollensstraat. Ik was in de buurt, had m'n camera bij me, en ben er heen gereden.'
Zijn auto brandde uit, zelf bleef hij als door een wonder ongedeerd. 'Ik heb honderd engeltjes op mijn schouder gehad', zegt De Vries. 'Om mij heen lagen zeven andere mensen. Een man, twee vrouwen en vier kinderen. De man bloedde aan zijn elleboog, de vrouw zal waarschijnlijk een been moeten missen.'
Zijn stem stokt. 'Daarom wil ik al die media niet. Ik moet niet het gezicht van die ramp worden. Alle eer komt toe aan de reddingswerkers, aan de mensen die hun hoofd koel hebben gehouden, aan zo'n Severin, die La Cuisine dichtgooit, en mee gaat helpen in de Diekmanhallen.'
Na de grote klap was het uit met de verslaggeving. 'Ik wilde weg, weg van die ellendige plek.' De Vries leende zijn mobiele telefoon uit aan een brandweerman, die het ding onverrichterzake terug gaf. 'Daarna ben ik gaan lopen. Steeds maar naar het noorden. Maar ik kwam die verdraaide wijk niet uit.'
Anderhalf uur dwaalde de verslaggever rond. Ondertussen slaagde hij er in te bellen met de redactie van TV Oost, dat hij 'onderweg was'. Een jeep met twee mannen in dienst van de gemeente Borne gaven hem een lift naar de studio.
De Vries: 'Het was fantastisch hoe mijn collega's me hebben opgevangen. Ze hebben me gekalmeerd, vroegen steeds hoe het met me ging. Niemand heeft omde camera gevraagd, terwijl ze wísten dat ik de beelden had. Ze hebben gewacht tot ik er zelf over begon.'
Dertig man zaten er in de studio toen de tape werd afgedraaid - als sardines in een blik. 'Toen het voorbij was', zegt De Vries, 'bleef het stil. Niemand had wat te zeggen.' Pas na herhaald aandringen besloot hij om zelf het commentaar in te spreken. 'Langzaam begon m'n verslaggeversbloed weer te stromen.'
Daarna ging het vlug. Oost verkocht de beelden aan de belangrijkste nieuwsstations ter wereld, De Vries' camerawerk was te zien in alle uithoeken. Vleiend? 'Ik geniet er niet van. Daar is de ellende te groot voor. Ik hoop dat Oost er ontzettend veel geld mee verdient. Dat moeten ze maar op giro 777 storten. En dat meen ik.'