Selectie voor de masterfase

| Redactie

Lang niet elke student mag straks verder studeren. Wie zich na zijn bachelordiploma nog wil specialiseren tot master, moet eerst aan een selectie worden onderworpen. Dat overwegen althans negen universiteiten, waaronder de UT, zo blijkt uit een onderzoek. Drie universiteiten (Utrecht, Leiden, Maastricht en de UvA) weten nog niet of ze gaan selecteren.

Over een jaar of vier, zo verwachten de universiteiten, zijn ze allemaal overgestapt op het Angelsaksische onderwijsmodel. Dat bestaat uit een brede basisopleiding van drie jaar, die studenten afsluiten met een bachelorexamen. Wie daarna een mastertitel wil halen, moet zich nog één of twee jaar specialiseren.

Maar niet iedere student is geschikt voor een masteropleiding, vinden negen van de dertien universiteiten. Ook de Universiteit Twente wil alleen de uitblinkers onder de bachelors tot de masterfase toelaten. Dat blijkt uit een inventarisatie die het UT-instituut CHEPS afgelopen week presenteerde op een seminar over bachelors en masters in Zwolle.

'Elke scholier met een vwo-diploma heeft natuurlijk recht op een universitaire studie', zei de Utrechtse collegevoorzitter Veldhuis op het seminar. Maar dan wel een studie van hooguit drie jaar, want de universiteiten willen na de bachelorsfase het kaf van het koren scheiden. Veldhuis: 'We weten allemaal dat niet iedere student een geleerde in de dop is. Toch doen we nu alsof dat wel zo is. Het Angelsaksische model geeft ons de kans om een einde te maken aan die fictie. Alleen studenten die we geschikt vinden, moeten toegang krijgen tot de masterfase.'

De laatste jaren is het onderscheid tussen hogescholen en universiteiten vervaagd. Het aantal universitaire 'beroepsstudies', met geringe aandacht voor de wetenschappelijke vorming van studenten, is flink gestegen. Veldhuis wil dat universiteiten de invoering van masteropleidingen aangrijpen om zich weer te profileren als echte onderzoeksinstellingen. 'Het is een kans om studies met een flinke wetenschappelijke component aan te bieden. Daarmee scherp je het verschil met het hbo weer aan.'

Op de vraag welke studenten ze nu precies willen selecteren, antwoorden de universiteiten trouwens verschillend in het CHEPS-onderzoek. Een aantal van hen redeneert volgens het motto 'eigen volk eerst'. De VU in Amsterdam en de universiteiten in Groningen, Nijmegen, Delft en Enschede willen hun eigen studenten direct toelaten tot de masters. Hbo'ers en studenten uit het buitenland moeten wel eerst worden getest of ze geschikt zijn.

Niet alleen geschiktheid, ook geld kan straks nog een probleem worden. Lang niet iedereen vindt het vanzelfsprekend dat studiefinanciering bedoeld is voor studenten aan masteropleidingen. In Amerika moet je de kosten van een master zelf betalen, legde een panel vanbuitenlandse hoogleraren op het CHEPS-seminar uit. Zo gek is dat niet, vond Dirk Van Damme, hoogleraar onderwijskunde aan de Universiteit Gent. 'Wie zijn mastertitel haalt, merkt dat in zijn salaris. Hij heeft er direct profijt van. Moet de staat, de belastingbetaler dus, daar dan wel aan meebetalen?', vroeg hij zich af.

In Amerika en Engeland gaan studenten na de bachelorfase meestal werken. Pas na een paar jaar volgt een aantal een masterstudie. Ook om die reden is het minder logisch dat studenten een beroep doen op de overheid, zei ook Guy Haug. Hij werkt aan de CRE, de Europese vereniging van universiteiten. 'Kennis veroudert. Mensen moeten zich voortdurend bijscholen, bijvoorbeeld in de vorm van een masterstudie. Universiteiten zouden zich wat dat betreft meer op die markt moeten richten dan op studenten die zich direct na hun bachelor willen inschrijven voor een masterstudie.'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.