Over en sluiten, column

| Redactie

Vroeger stond er in een klein plaatsje in Friesland een klein schooltje. De onderwijzers van dat schooltje hadden bedacht dat het leuk zou zijn om hun leerlingen naschoolse activiteiten met een vleugje educatie aan te bieden. Daarom moesten de kinderen een schooltuintje onderhouden. Een lapje grond naast de plaatselijke volkstuinen werd in gelijke partjes verdeeld. Elk kind kreeg een lapje. Om bloemkolen te planten, aardappelen te rooien en onkruid te wieden.

Schooltuintjes

Sommige kinderen vonden dat hartstikke leuk. Met rode wangen kweekten ze om het hardst radijs en peterselie. Andere kinderen vonden er niks aan. Ze deden ook nauwelijks hun best, want je kreeg geen cijfer voor het schooltuintje. Hun tuintjes raakten met onkruid overwoekerd, hun ouders werden nooit verrast met groente uit eigen tuin. Na school deden deze kinderen gewoon wat ze zelf leuk vonden: sporten, lezen, dat soort dingen.

De schoolmeester zag dat het niet zo goed ging. Dat de aanblik van de hele schooltuin leed onder de tuintjes van hen die er niks aan deden. De mooie tulpen van een actieve leerling waren niet te zien door het welige onkruid in het tuintje ervoor.

De schoolmeester was een wijze man. Hij begreep dat het geen zin had om boos te worden op de kinderen die het onkruid niet wiedden. Zulke dingen moest je niet opdringen. Dat werkte averechts. En bovendien vulden sommige kinderen hun vrije tijd heel aardig in met andere activiteiten.

Het volgende seizoen was deelname aan het schooltuintjesproject vrijwillig. Veel kinderen bebouwden weer een lapje grond. Veel ook niet. Maar de schoolmeester zag het eindresultaat beter worden. Omdat er nu mensen aan werkten die dat zelf wilden.

Jaren later leest hij in het universiteitsblad van zijn volwassen dochter dat universiteiten studentenactivisme aan onderwijs gaan koppelen. Om activisme zo te verplichten en te bevorderen.

Gelaten schudt de schoolmeester zijn oude wijze hoofd.

Klare taal

Vierhonderd delen door zestig en dan nogmaals delen door zestig. Dat is elf cent per seconde. Bertus Voortman, tot 1 juni jongstleden interim hoofd van het universitaire voorlichtingsapparaat, verdiende met elke rustig ingezette muisklik een dubbeltje.

De crisismanager werkte meer dan een jaar aan de reorganisatie van de dienst Voorlichting en Externe Betrekkingen. Dat leverde een nieuwe huisstijl (blauw met oranje), een nieuwe slogan (nieuwsgierige mensen), een nieuwe naam (VEB heet inmiddels CenT) en een nieuwe organisatievorm (chaos) op. Maar dat koste ook minsten zeshonderdduizend en misschien wel een miljoen gulden.

Nee, dan de medezeggenschap, dat is ook een heel dure vorm van interim-management (zeker twee maar misschien ook wel vijf miljoen gulden per jaar), die ook een onvoorstelbare chaos oplevert (Gaat major-minor nou wel of niet door?), maar daar beleeft de doorsnee-UT'er wél een stuk meer plezier aan.

Tenminste als je van een bepaald soort taalgebruik houdt. Want het medezeggenschapsvolk spreekt zelfs tijdens openbare debatten in vaag geformuleerde algemeenheden: 'Onder bepaalde voorwaarden en met een zeker aantal waarborgen sluiten we - mits we voldoende informatie krijgen - op voorhand niet uit dat we willen praten over de instemming met...'

Interimhoofden en crisismanagers bezigen daarentegen vooral klare taal: 'U bent ontslagen!' Alleen doen ze dat weer achter gesloten deuren. Waardoor het volksvermaak beperkt blijft. Maar als we in plaats van een U-raad-nieuwe stijl nou eens twee crisismanagers installeren. Eén voor studentenaangelegenheden. En één voor personeelszaken. Qua kosten hoeven we het niet echt te laten. En de U-raadsverkiezingen zal ook niemand missen. Terwijl de debatten vast veel leuker worden: 'Meneer Van Vught, u hebt ons onvoldoende geïnformeerd. U bent ontslagen.'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.