Het universitaire onderzoek dreigt in het slop te raken. Over een paar jaar gaat veel personeel met pensioen, en opvolgers zijn er dan niet meer. Er is 1,4 miljard gulden voor nodig om het onderzoek op peil te houden.
'Donkere wolken pakken zich samen boven het Nederlandse onderzoekslandschap'. Dat zegt dr. Lieteke van Vucht Tijssen in het advies `Talent voor de toekomst, toekomst voor talent' dat zij in opdracht van minister Hermans opstelde. Al in 2003 zullen de tekorten aan personeel zichtbaar worden. Als er niet ingegrepen wordt, nemen die alleen maar toe. Want tussen nu en 2008 gaat een kwart van het wetenschapelijk personeel met pensioen. Op cruciale terreinen als informatica en biotechnologie zal het onderzoek 'tot stilstand' komen, schrijft Van Vucht Tijssen. Maar ook in alfa- en gamma-vakken dreigt 'erosie'. Het ontstaan van deze tekorten kan alleen voorkomen worden als universiteiten op tijd jonge onderzoekers binnenhalen. Dat moet nu gebeuren, anders is het te laat. Want over een paar jaar gaat het aantal afgestudeerden dalen en intussen neemt de vraag naar hoger opgeleiden ook elders in de samenleving toe. De concurrentie in de slag om jong talent is dus groot en het imago van de universiteit is niet best.
Talentvolle aio's en postdocs moeten voortaan koste wat het aan het werk gehouden worden. Nu zijn universiteiten vaak gedwongen die te laten gaan, omdat ze geen geld hebben hen een nieuwe baan te bieden. Volgens Van Vucht Tijssen moet jong talent dan maar náást zittende wetenschappers aangesteld worden, ook al komt er pas over een paar jaar een plaats vrij.
Voor deze `boventallige' onderzoekers is veel geld nodig. Daarnaast wil Van Vucht Tijssen dat er geld uitgetrokken wordt voor specifieke maatregelen om vrouwen aan wetenschappelijk werk te helpen. Ten slotte moet er geïnvesteerd worden in betere werving. Alleen dan zal het lukken de benodigde toppers van buitenaf aan te trekken. Alles bij elkaar kost dat 1,4 miljard gulden, uitgesmeerd over tien jaar.
Van de universiteiten verlangt Van Vucht Tijssen een heel ander personeelsbeleid. Niet langer moeten ze uitgaan van de beschikbare ruimte - zodat iemand slechts hoogleraar kan worden als er een plaats vrijkomt. In plaats daarvan moet kwaliteit doorslaggevend worden voor de bevordering naar een hogere rang. Jonge onderzoekers moet veel meer loopbaanperspectief krijgen. Ze moeten snel uitzicht krijgen op het uitzetten van hun eigen onderzoekslijn en ook veel eerder dan nu gebruikelijk is de verantwoordelijkheid over een groepje onderzoekers krijgen. Alleen zo wordt een academische carrière weer aanlokkelijk.
Lieteke van Vucht Tijssen:
![]()