In de onderwijskunde is levenslang leren (human resources development) een geaccepteerde benadering voor bedrijfsopleidingen. Maar de link van HRD met voortgezet onderwijs is nieuw. Deze link was het uitgangspunt in de dissertatie van Kitty Kwakman getiteld: leren van docenten tijdens de beroepsloopbaan. Kwakman: 'Bij NWO is het onderwerp bij subsidieaanvragers erg in trek. Het leeft enorm, dus in de onderwijskunde wordt mijn dissertatie met argusogen gelezen. De een is enthousiast, de andere heeft kritiek. De argumenten van de keuzen in de onderzoeksaanpak zijn in dit nieuwe onderzoeksterrein dan ook essentieel. De prijs is voor mij een belangrijke erkenning dat het inhoudelijke werk aardig goed in elkaar steekt.'
Kwakman promoveerde in 1999 bij de Nijmeegse professoren Simons en Giesbers. Inmiddels werkt ze als universitair docent bij TO, gespecialiseerd in Human Resources Development. En dat is precies de focus die ze koos voor haar studie onder docenten in het voortgezet onderwijs. Niet het traditionele leren van docenten door na- en bijscholing staat bij Kwakman centraal maar het leren op de werkplek zelf: in de klas, als docenten onderling in de lerarenkamer, in overleg met de ouders, kortom het hele spectrum van activiteiten van de moderne leraar.
Tuinieren
Leren is volgens de onderwijskundige goed te vergelijken met het aanleggen van een tuin. Wie daarmee bezig is gaat boeken lezen, vrienden om advies vragen en rondsnuffelen in het tuincentrum. Een dagje schoffelen en spitten met BBC-tuinier Alan Titchmark, maar ook met een gelijkgestemde buurman, kan de hobby inhoudelijk op een hoger plan tillen, meer variatie en breedte aanbrengen en nieuwe mogelijkheden ontplooien. 'Samen nieuwe dingen doen, daar leert iedereen veel van.'
Uit haar onderzoek blijkt dat docenten in het voorgezet onderwijs zich wel degelijk ontplooien en bezig blijven met onderwijsvernieuwingen, ongeacht het aantal dienstjaren. Ook blijkt duidelijk dat dit vooral gebeurt op persoonlijk initiatief en verantwoordelijkheid van de docent zelf. Scholen vormen op dit moment nog geen ondersteunende en stimulerende leeromgeving voor hun docenten, concludeertde onderzoekster.
Heel simpel
Kwakman: 'Mijn aanbevelingen klinken in feite heel simpel. Scholen zouden in ieder geval iedereen individueel moeten spreken over hun ontwikkeling binnen het werk en niet alleen algemene nascholingscursussen moeten aanbieden. Verder moet ook tijd worden ingeruimd om docenten meer dingen samen te laten ondernemen. Bijvoorbeeld samen een les voorbereiden, jonge collega's begeleiden of wat dan ook. Dat kan voor iedere docent anders zijn, afhankelijk van diens behoefte. Een schoolreisje organiseren kan voor een docent met een gebrekkig organisatietalent heel leerzaam zijn. Dat is iets wat men samen heel goed kan constateren en waar men samen aan te werken.
'Ik wil niet met uitgekauwde aanbevelingen gaan vertellen hoe alles in het voortgezet onderwijs precies moet; er zijn al zoveel mensen die zich tegen daar tegenaan bemoeien. Maar ik zeg wel dat er daadwerkelijk ruimte en tijd vrij moet komen zodat docenten zich professioneel kunnen verbeteren. Het moet niet vrijblijvend zijn zoals nu het geval is en waarbij alles uit de docenten zelf moet komen.'
Bedrijfsleven
Kwakman: 'Volgens mij is een echte cultuuromslag nodig. Scholen kunnen nog veel leren van het bedrijfsleven. Daar zijn ze druk bezig met mensen op de werkplek te laten leren, bijvoorbeeld door mensen in projecten te laten samenwerken, tijd in te ruimen voor werkoverleg, mensen individueel te coachen, of het werk zodanig te organiseren dat men regelmatig iets anders moet doen. Dergelijke dingen kunnen ook op de scholen worden gedaan, maar dan moet er wel iemand voor aangesteld zijn om dat op gang te brengen.
'De mogelijkheden voor leren op de werkplek zijn legio. Zeker de invoering van de nieuwe didactiek - waarin zelfstandig leren van de leerlingen heel belangrijk is - levert daarvoor nieuwe aanknopingspunten. Als onderzoeker zou ik het interessant vinden om een school te volgen die een duidelijke keuze maakt voor leren op de werkplek. Ik ben heel benieuwd of de resultaten daarvan te vergelijken zijn met bedrijven die daar in een eerder stadium reeds voor hebben gekozen.'