De juiste balans tussen faciliteren en betuttelen

| Redactie

Nog geen jaar geleden was Frits Lagendijk hoofd van Studentenzaken, een onderafdeling met nog geen vijftien medewerkers. Nu runt hij de Dienst Studenten en Campus (DiSC) die honderdvijftig personeelsleden telt. Over het wankele evenwicht tussen studenten faciliteren en studenten betuttelen.

'Wennen zal het wel nooit', zegt Frits Lagendijk terwijl hij in het Theatercafé van z'n espresso nipt. 'Een nieuwe dienst met een nieuw hoofd vereist van beide kanten aanpassingsvermogen. Ik was gewend nauwe informele banden met mijn medewerkers van Dienst Studentenzaken te onderhouden. Dat kan nu niet meer. Andere mensen zijn verantwoordelijk voor dingen die ik vroeger regelde door even bij iemand binnen te lopen. En zo hoort het ook.'

Het is dinsdagmorgen negen uur. Waar iedereen zich nog moeizaam een lang pinksterweekend uit de ogen wrijft, treedt het hoofd van de Dienst Studenten en Campus de wereld alweer uitermate vrolijk tegemoet. De glimlach is zoals altijd opgeruimd. Maar de diepblauwe ogen kijken je vanonder het dandyesk golvende haar niet minder waakzaam aan.

'Mijn dagen zijn helemaal dichtgeprogrammeerd', verzucht Lagendijk een beetje weemoedig. 'Management by walking around, zoals ik dat vroeger deed, ik kom er niet meer aan toe. Ik zit voortdurend te vergaderen. Met mijn sectorhoofden, met de Student Union, met projectgroepen en met mensen van andere diensten. Soms vind ik dat lastig ja.'

DiSC bestaat bijna een jaar. Lagendijk runt de dienst die alle studenten-faciliteiten in stad en campus faciliteert vanaf het prille begin. Toen hij aantrad, constateerde hij dat de onderlinge collegialiteit onder zijn honderdvijftig medewerkers heel hoog is, maar dat veel personeelsleden erg sectorgericht denken. Hij beloofde aan dat laatste wat te doen.

'We hebben met z'n allen een honderdvijftig pagina's dik beleidsplan geschreven', zegt Lagendijk. 'Voor een deel heeft dat de verkokering doorbroken. Sportinstructeurs, cultuurmedewerkers, studentendecanen, psychologen, allemaal weten ze weer van elkaar wat ze doen. Dat is de meerwaarde van zo'n dik rapport. Maar dat betekent niet dat het hokjesdenken helemaal weg is. Wat dat betreft moet er nog steeds veel gebeuren.'

Ook de bezuinigingen hadden, hoe raar het ook klinkt, een verbroederend effect. 'Intern was de impact enorm. Mensen maken zich snel zorgen over hun positie. Maar door de ingevoerde vacaturestop streng te handhaven, door zo efficiënt mogelijk te werken en door waar dat kan voorzieningen aan derden te verhuren kunnen we de 9,4 miljoen gulden die we over vier jaar moeten inleveren redelijk halen. Als zo'n operatie lukt, geeft dat een gevoel van saamhorigheid.'

'Hoewel', waarschuwt Lagendijk alvast, 'niet alle problemen opgelost zijn. We kunnen niet meer zomaar van alles aanbieden. Voor het stapelen van nog meer activiteiten hebben we geen geld meer.'

Lagendijk zijn dienst werkt dus niet volgens het principe: de student vraagt wij draaien. Zelfs niet volgens het beginsel: de Student Union doet een verzoek, DiSC voert uit. 'Maar', haast Lagendijk zich te zeggen, 'we moeten wel goed naar studenten luisteren. DiSC moet kantelen. Van een aanbodgerichte naar een vraaggerichte organisatie.' Daar zit, dat geeft hij toe, wel weer een spanningsveld. 'Want voordat studenten kunnen kiezen moet je ze eerst een menu aanbieden.'

Een sterke Student Union zou goed bij het samenstellen van dat menu kunnen helpen, vindt Lagendijk. 'Wat dat betreft zouden ze zich wel wat actiever op mogen stellen. De Union heeft een probleem met haar profilering richtingachterban. Eigenlijk is de Union de koepel van de koepels. Maar Apollo, Fact, OS en de Sportraad zien de SU meer als een vijfde wiel aan de wagen. Terwijl ze eigenlijk de wagen zelf zijn. De Union is als intermediair tussen studenten en DiSC heel belangrijk.'

Lagendijk ziet zijn dienst het liefst als een casco. 'Wij beheren de voorzieningen en wij leveren de professionals. Studenten moeten de ruimtes zelf actief invullen.' Maar studenten worden steeds meer consumenten. Ze willen gewoon zwemmen of toneelspelen en verder geen gezeur. 'We leven in het tijdperk van de prestatiebeurs', weet Lagendijk ook. 'Studenten hebben weinig tijd. Straks mogen ze weer tien jaar over hun studie doen. Misschien geeft dat wat lucht.'

'Het blijft een wankele evenwicht tussen faciliteiten aanbieden en studenten dingen zelf laten doen', vertelt Lagendijk. 'Dat vraagt van mijn medewerkers een zekere gevoeligheid. Ze moeten studenten de ruimte geven en ze tegelijk ongemerkt faciliteren. Als je dat niet kunt, of als je gaat denken, daar heb je de zoveelste student met een onrealistisch plan, dan moet je eigenlijk een andere baan zoeken.'

Met betere communicatie wil Lagendijk duidelijker te maken dat de mogelijkheden voor studenten op de campus onbegrensd en de voorzieningen bijna oneindig zijn. 'We hebben nog steeds moeite de gemiddelde student te bereiken. Daarom gaan we een reclamecampagne starten. Met pakkende oneliners als: 'Help de student verzuipt'. Met daaronder handzame informatie over wat je als student kunt doen als je studie niet zo goed loopt of je ander problemen hebt. En dat natuurlijk zonder dat we betuttelend over willen komen.'

Frits Lagendijk

...misschien dat die tien jaar studietijd wat lucht geeft...

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.