Eerst de inhoud, dan de faam

| Redactie

Internationalisering staat al enige jaren hoog in het vaandel van de UT. De universiteit wil in tijden van voortschrijdende globalisering een plaats op de universitaire wereldmarkt veroveren. Twente moet 'naam' maken. Maar hoe staat het daarmee? Wordt de UT het 'Stanford aan de Dinkel'?

Rector Frans van Vught is al jaren een drijvende kracht achter het fenomeen internationalisering; van hem komt de term 'Stanford aan de Dinkel', naar de fameuze universiteit aan de Amerikaanse westkust. 'Er zijn drie gebieden waarop je als universiteit een reputatie kunt opbouwen: onderwijs, onderzoek, en ondernemendheid', legt hij uit. 'Met die ondernemendheid en het onderwijs zit het wel goed. Visitaties en jaarlijkse enquêtes in Elsevier en de Keuzegids Hoger Onderwijs zijn steevast positief. Onderzoek is het zwakkere punt van onze reputatie. Het beeld dat de buitenwereld van het UT-onderzoek heeft is negatiever dan de werkelijkheid. We moeten onze positieve prestaties beter naar buiten brengen.'

De vraag is of de goede reputatie van de UT verder reikt dan Nederland. Volgens van Vught wel, zeker als het gaat om die ondernemendheid. 'De UT staat internationaal steeds meer bekend als enterpreneurial university. In 1998 schreef de Amerikaan Clark het boek Creating entrepreneurial universities. De UT komt daarin uitgebreid aan de orde. Daardoor heeft de UT ook bekendheid in de VS. We zijn zeker meer bekend dan tien jaar geleden.'

Wel erkent de rector dat de universiteit een aantal hardnekkige nadelen heeft in het opbouwen van een naam. De geografische naam Twente is op weinig landkaarten terug te vinden. En de UT is een kleine universiteit op de internationale markt, met een korte historie.

Toppers

De onderzoekprestatie mag dan over de landsgrenzen heen ondergewaardeerd zijn, diverse instituten en vakgroepen genieten internationale faam. Neem MESA+, het grootste researchinstituut van de UT dat gelieerd is aan vakgroepen vanuit Elektrotechniek, Technische Natuurkunde, Chemische Technologie en Toegepaste Wiskunde. MESA+ herbergt een aantal researchgroepen (in micro system technology, micro-electronics en materials science) die aan de wereldtop staan. Ook de faculteit Chemische Technologie kan bogen op wereldwijde faam, evenals Cheps % Centre for higher education policy studies. Deze spin-off is als grootste in zijn soorteen begrip onder buitenlandse vakgenoten en andere kenners.

Maar het probleem is, zo weet ook Van Vught, dat de UT daardoor maar nauwelijks bekender wordt. Het ontbreekt eraan dat de universiteit - qua reputatie- meelift met het succes van haar onderdelen. Voorzover bekend zijn er van UT-wege geen algemene gedragscodes voor. Misschien een aandachtspunt voor een nieuw college van bestuur?

Leo Goedegebuure, directeur van het succesvolle Cheps bevestigt dat beeld: 'Ons instituut heeft er in de eerste plaats belang bij om zich bij buitenlandse vakgenoten te profileren, niet direct als UT. Als er vanuit centraal niveau op gehamerd wordt dat wij ons naar buiten toe meer moeten presenteren als een UT-instituut dan doen wij dat wel, maar de naamsbekendheid van het Cheps is relevanter'.

Omhoog

Fysiek voltrekt internationalisering zich op twee manieren: de UT gaat naar het buitenland of het buitenland komt naar de UT. De doelen zijn geformuleerd in een beleidsnota. De internationale gerichtheid van studenten en personeel moet omhoog, zo heet het in dat werkstuk. Tenminste 50% van de studenten zou de grens over moeten. Of die cijfers worden gehaald is niet helemaal duidelijk, waarschijnlijk niet. Het International Office van de UT, dat onder andere over de toekenning van beurzen gaat, heeft de cijfers ook zo snel niet paraat. Zoveel is duidelijk dat binnen de meeste faculteiten een aanzienlijk aantal studenten buitengaats afstudeert, er stage loopt of via het Socrates uitwisselingsprogramma Europa in trekt. En een beetje wetenschapper weet de weg naar internationale congressen wel te vinden. Daar ligt de pijn niet.

Te duur

Die ligt aan de andere kant van de internationalisering. De aantallen instromende buitenlandse studenten zijn veel te laag. De streefcijfers van de beleidsnota - 500 buitenlanders die een masters of een korte gespecialiseerde cursus komen volgen- worden niet gehaald. Het aantal betalende masters-studenten ligt momenteel nauwelijks boven de 150. De UT moet dus meer buitenlandse studenten trekken. Nu wordt daar al enige tijd aan gewerkt, maar de opbrengt is nog niet briljant. De UT bedacht er anderhalf jaar geleden een instituut voor: de Graduate School Twente, ter coördinatie van de engelstalige mastersopleidingen van de UT. Het opzetten van deze exclusieve opleidingen (zoals Telematica en Engineering Mathematics), is een belangrijk doel in genoemde beleidsnota. Senior-medewerkers van GST trokken veelvuldig de wijde wereld in, op zoek naar buitenlands talent. Omdat de kosten vaak voor de baat uitgaan, stak de UT veel geld in GST. Teveel, zo bleek. Dit voorjaar leidde de twijfel bij het CvB over het welslagen van GST er toe dat hethoofd, Ben Kokkeler, werd overgeplaatst en de opzet en werkwijze van GST op de helling werd gezet.

Integratie

Professor Jos de Smit, dekaan van TW en rector van 1988 tot 1992, is momenteel interim-directeur van de GST. Het college van bestuur behandelt dit najaar zijn plan voor een, noem het maar, Graduate School nieuwe stijl. De Smit vertelt dat zijn plannen geënt zijn op de koerswijziging die het college van bestuur voor ogen staat. Die is vooral gericht op de integratie van internationalisering, UT-breed. De Smit: 'De universiteit moet in de nabije toekomst net zo toegankelijk worden voor buitenlandse studenten als voor Nederlandse. Studenten van binnen en buiten Nederland zullen straks hetzelfde onderwijs gaan volgen'. De huidige scheiding tussen de reguliere Nederlandse opleidingen en de Engelstalige Masters opleidingen % waarvoor de Graduate School verantwoordelijk was % zal dus verdwijnen.

De Smit: 'De hoogleraren spelen, ook op het vlak van internationalisering, een sleutelrol. Zij zijn immers de eerstverantwoordelijken voor onderwijs en onderzoek. Wetenschapsbeoefening is per definitie internationaal. De meeste kennis van internationale zaken berust overwegend bij de faculteiten, daar hoort dat thuis. Oké, GST heeft enige expertise opgebouwd, maar beperkt en vooral op de internationale studentenmarkt. Bij marktgerichte activiteiten van GST, zoals het werven van studenten in Zuid-Afrika, Indonesië en China, waren de faculteiten steeds aanwezig. De expertise van GST is dus gedeelde expertise. Dat soort kennis moet je blijven benutten, maar niet in de organisatievorm van nu'.

bologna

De UT is inmiddels, zoals gezegd, druk bezig de scheiding tussen regulier en internationaal onderwijs weg te werken. Het gaat om twee praktische zaken: een internationaal erkende onderwijsstructuur en een internationale taal. De bachelor-master opzet, voortkomend uit Europese afspraken, speelt daarin een leidende rol. Het tempo waarin die nieuwe structuur in den lande vorm krijgt gaat sneller dan verwacht. Van Vught maakt deel uit van de commissie Rinnooy Kan, die onderwijsminister Hermans binnenkort adviseert over de invoering van de bachelor-master in Nederland.

Van Vught: 'Door het ondertekenen van de zogenaamde Bologna-verklaring hebben de Europese universiteiten zich verplicht tot een structuur van undergraduate (drie jaar) en graduate fase (een tot drie jaar)'. De rector zegt te verwachten dat de UT in 2001 of 2002 al haar graduate-onderwijs in het Engels kan aanbieden.

Zowel Van Vught als De Smit en Goedegebuure pleiten voor een betere centrale werving, opvang en faciliteiten voor (potentiële) studenten uit het buitenland. Goedegebuure was in zijn vorige functie als stafmedewerker bijhet Beleidsbureau voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor de tekst van het Instellingsplan 2000-2005, waarin het woord internationalisering een prominente plaats inneemt. Goedegebuure: 'Op dit moment doet de UT niet genoeg aan internationalisering. Er is behoefte aan een centrale organisatie die buitenlandse instroom en uitwisseling van studenten coördineert en faciliteert. Buitenlandse studenten moeten op één plek terecht kunnen voor facilitaire zaken als visa en huisvesting. Zo'n organisatie had er al lang moeten zijn'.

Centrale desk

Wordt de Graduate School nieuwe stijl deze organisatie? Interim-directeur De Smit: 'Ik zie de Graduate School nieuwe stijl meer als een functie dan als een organisatie. Een aantal zaken moet je centraal regelen, zoals kwaliteitszorg en accreditatie van opleidingen, alsmede huisvesting en beurzenprogramma's voor studenten. Voor alle andere zaken moet je studenten direct naar de faculteiten doorverwijzen'.

In elk geval zullen internationale zaken zoveel mogelijk in de bestaande diensten worden geïntegreerd. Van Vught: 'Voorlichting en werving van buitenlandse studenten moeten in de nieuwe situatie bijvoorbeeld door CenT (voorheen VEB, red.) worden gedaan. Voor opvang en begeleiding zullen buitenlandse studenten, net als de Nederlandse, bij de Dienst Studentenzaken en Campus aankloppen. Dan gaat het bijvoorbeeld om visa, financiering, en woningen. DISC wordt dé centrale desk voor studenten % ook voor buitenlanders dus.'

Overzicht

De UT heeft dus nogal wat internationale activiteiten en % belangrijker % veel nieuwe internationale ambities. Dat mag geen verrassing heten. Wel dringt de vraag zich op wie binnen de universiteit het overzicht over al die internationale zaken heeft. Qua onderzoek bestaat dat overzicht niet en daar lijkt het centrale bestuur ook geen behoefte aan te hebben. Van Vught: 'Onderzoekers hebben hun eigen netwerken omdat zij specialisten zijn. Dat moet zo blijven. Dat moeten we niet centraal willen coördineren.' Maar gezien de omvangrijke vernieuwingsplannen op het gebied van onderwijs is enige vorm van coördinatie daar onontbeerlijk. Wie houdt die zaken in de gaten? Van Vught: 'Nu is dat het bestuur van de Graduate School. Straks zal dat toezicht direct bij het Management Team (de faculteitssdecanen, red.) liggen. Dankzij het integreren van buitenlandse en Nederlandse studenten in dezelfde opleiding is er dan nog maar één onderwijsbeleid binnen de UT nodig. Internationale aspecten zitten daar dan vanzelf in'.

Kwaliteit

Goedegebuure, net terug uit de States en binnenkort afreizend naar Australië, vindt dat er soms teveel naar 'naam' wordt gestreefd en te weinig naar inhoud: 'Op termijn zal de universitaire markt zich vanzelf ordenen. De universiteiten met een slechte kwaliteit zullen vanzelf worden geschift van de goede. Je moet zorgen dat je bij die goede universiteiten komt, dan krijg je vanzelf een uitstekende reputatie. Bovendien is een goede naam iets tijdelijks. Van de Nederlandse universiteiten hebben Leiden en Delft altijd de beste naam gehad in binnen- en buitenland. Maar, na een aantal minder positieve visitaties in de afgelopen tijd is hun instroom gedaald. Het gaat dus allereerst om kwaliteit, om de content. Dienaam komt dan vanzelf wel'.

Witho Oost

Bert Groenman

Jos de Smit: ...hoogleraren spil van internationalisering...

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.