Veneto ligt in het Noorden van Italië. Tegen de Alpen aan. Als je de Brennerpas neemt kom je er doorheen, zeg maar. Of je na de tunnel nou rechtsaf Verona aanhoudt of linksaf richting Venetië afzakt.
Tim Parks begint Italiaanse buren met een beschrijving van het weer. Vanzelfsprekend is het in juli warm in Veneto. Maar dat is volgens hem maar een deel van het probleem. Het is de 'uniforme, drukkende, vochtige en tegelijk stoffige grijsheid' en de 'rare sudderende en sponzige atmosfeer' die het leven op de hoogvlakte tegen de Alpen trager maakt.
Totdat een regenwolk of een bevrijdende storm verkoeling biedt. Of totdat je hysterische buurvrouw voor afleiding zorgt met één van haar vele 'balkonoptredens'. 'En toen, net op het moment dat de lijkwagen in beweging kwam, net toen de stoet wilde volgen, kwam Lucilla met een perfect gevoel voor timing haar balkon opgerend en begon te krijsen en zich de haren uit het hoofd te trekken. Ze was verraden, verraden, verraden! Door het leven. Door de dood...'
Italiaanse buren gaat op een prettige manier over Italië op z'n kleinst. Over dat je cappuccino alleen tussen acht en elf 's morgens dient te drinken. Over de bankemployé die je vraagt hoeveel rente je wilt betalen. En over dat Italianen nooit in knaloranje auto's rondrijden - noch in knalgele of knalgroene auto's trouwens. 'Omdat eigenaars van dergelijke wagens over het algemeen met zekere laatdunkendheid worden bekeken en direct als Duitsers bestempeld, hetgeen min of meer synoniem is voor slechte smaak.'