Reizen is behelpen, reizen is afzien, reizen doet pijn. Zeker als je kiest voor de aanpak die Redmond O'Hanlon erop nahoudt. Deze man moet wel gek zijn op onaangename verrassingen, want hij bereidde zich zo beroerd mogelijk voor. Pas op de heenweg naar Borneo hoorde hij van de kannibalen op het eiland.
Het tweede reisverhaal in deze omnibus, met de veelzeggende titel In trouble again, begint zo: 'Omdat ik twee maanden lang door de regenwouden van Borneo had gereisd, dacht ik dat een tocht door het gebied tussen de Orinoco en de Amazone geen bijzondere problemen met zich mee zou brengen.' De aanname van een hardleerse optimist - of van een welbewuste masochist?
De volgende pagina's behelzen een bijna verlekkerde opsomming van gevaarlijke beesten en enge ziektes die je bedreigen op O'Hanlons vakantieadres. Dat gebeurt op dit toontje: 'De jaguar doodt je door in je hoofd te bijten, maar doet dat alleen onder uitzonderlijke omstandigheden. Van de anaconda is bekend dat ze haar greep alleen maar verhevigt wanneer je uitademt; de sidderaal kan zijn zeshonderdveertig volt alleen ontladen vóór het ontbijt'.
O'Hanlon ging toch op pad, en dat maakt deze twee boeken-in-één ongemeen spannend. Spectaculaire avonturen, hilarische avonturen - avonturen om het spaansbenauwd van te krijgen. Wat hem precies drijft, daar kom je niet achter. Soms lijkt het alsof O'Hanlon het voor ons heeft gedaan. Om het lijden aller reizigers op zich te nemen. Om te reizen voor ons, lezers van reisboeken.
Redmond O'Hanlon, De junglereizen. Uitgeverij De Arbeiderspers, 638 blz. prijs: f25.