In Ierland is iedereen nog zijn eigen baas en brengen de mensen de dagen nog door zoals zij dat zelf willen, schrijft Patrick Campbell. Daarbij is het land nog bijzonder gastvrij ook. Campbell: 'We zijn in Ierland dol op vreemdelingen. Het is ons altijd een genoegen een vreemdeling informatie te geven omdat hij zijn oren vrijwel nooit kan geloven.' Dat gebeurt vooral wanneer de toerist in Ierland de weg vraagt, blijkt in het verhaal Tocht door de Burren.
De gids die de auteur daar rondleidt: 'Een Ier zegt altijd: ongeveer drie mijl, terwijl het er misschien wel zes of zeven zijn. Maar ja, misschien wil hij het zo vriendelijk mogelijk voor je houden. In Lisdoonvarna staat: vier mijl naar Doolin. Twee mijl verder staat: vier mijl naar Doolin, een mijl verder staat: twee mijl naar Doolin. Tja, men vindt het niet zo belangrijk. De weg en Doolin zijn er toch wel. Dat is het enige feit dat telt.'
De verhalen vormen perfect inleesmateriaal voor degenen die het land willen bezoeken. Maar ook zonder de oversteek te maken is het boek het lezen waard. Oude volksverhalen over een typische Ierse bruiloft, volkssprookjes, portret van een stad en een Keltisch verhaal voeren de lezer door het hele land. Humor, geschiedenis, weemoed, het komt allemaal aan bod. Het zijn verhalen over de gemoedelijke laconieke Ieren en hun groene uitgestrekte land. Verhalen over een volk dat onthaasting tot kunst verheven heeft.
Als een god in Ierland, de leukste verhalen van Frank O'Connor, Edna O'Brien, Ben Borgart, Heinrich Böll, Gerrit Jan Zwier en vele anderen, Uitgeverij Het Spectrum, 198 blz., prijs 21,50.