De gegevens komen uit uit een nog vertrouwelijk concept-verslag van een in opdracht van de TUE uitgevoerd internationaal vergelijkend onderzoek van het Centrum voor Wetenschaps- en Technologiestudies (CWTS) van de Universiteit Leiden.
CWTS vergelijkt de drie Nederlandse TU's met zes andere TU's in Europa. De vergelijking heeft betrekking op de periode 1990-1998 en betreft het aantal artikelen dat medewerkers van de onderzochte universiteiten publiceerden in wetenschappelijke tijdschriften, en het aantal keren dat deze artikelen in andere wetenschappelijke artikelen werden geciteerd. Hoe vaker een artikel geciteerd wordt, des te invloedrijker het is in wetenschappelijke kring.
In het onderzoek werden behalve de Nederlandse TU's de volgende Europese technische universiteiten betrokken: Eidgenössische Technische Hochschule (ETH), Zürich; École Poly-technique Fédérale de Lausanne (EPFL), Lausanne; Kungl Tekniska Högskolan (KTH), Stockholm; Institute Nationale Polytechnique de Grenoble (INPG), Grenoble; Rheinisch-Westfälische Technische Hochschule (RWTH), Aken en het Imperial College, Londen (ICL).
Als extra referentiekader werd bovendien ook de wetenschappelijke output van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) (Boston, VS) en de Katholieke Universiteit Leuven (KUL) in de beschouwingen betrokken.
Op de belangrijkste indicator voor het vaststellen van de wetenschappelijke positie van een universiteit scoren de onderzochte technische universiteiten voor de periode 1990 - 1998 in rangorde als volgt:
ETH, Zürich 1,52
EPFL, Lausanne 1,48
TUE, Eindhoven 1,30
UT, Enschede 1,27
ICL, Londen 1,25
TUD, Delft 1,14
KTH, Stockholm 1,09
RWTH, Aken 0,93
INPG, Grenoble 0,81
Een score van 1,0 representeert het wereldgemiddelde. Ter vergelijking: MIT scoorde 2,30 en de KUL 1,03. Het definitieve verslag van het CWTS-onderzoek zal naar verwachting over enkele weken openbaar worden gemaakt.
(met dank aan onze collega's van Cursor)