De UT werkt graag samen met buitenlandse universiteiten. Memorandum of understanding, intentieverklaring, raamovereenkomst - een brug is zo gebouwd. Maar hoe neem je hem in gebruik? Misschien is de match met de Chinese Zhejiang University het model voor de toekomst.
Iedereen kent ze, de foto's. Een tafel met twee heren erachter - de rectores magnifici van beide universiteiten. Eén heeft op zijn minst een vulpen in zijn hand, anders een ganzeveer, en zet zijn handtekening. De ander wacht op zijn beurt - of is net klaar - en lacht een veelbelovende lach. Vandaag begint onze gezamenlijke toekomst.
Een bescheiden fotoalbum vol, zoveel officieel bekrachtigde relaties heeft de UT inmiddels wel aangeknoopt. De goede buren van het NEU, de universiteiten in het European Consortium of Innovative Universities, de verre vrienden in exotischer oorden als Zuid-Afrika, Taiwan, India, Indonesië en China.
Maar wat is samenwerking? En ook: wie is er bij gebaat?
Als we samenwerking opvatten in de betekenis die de Nederlandse taal eraan toekent, dan denk je in het geval van twee universiteiten al snel aan onderwijs en onderzoek. Wetenschappers die samen artikelen publiceren; vakgroepen die samen internationale conferenties organiseren; faculteiten die joint MBA's aanbieden. Projecten waarbij de baten naar de wetenschap gaan.
Als we samenwerking daarentegen opvatten als een eufemisme, als een inhoudelijke façade die de aandacht moet afleiden van minder verheven motieven, dan komen we natuurlijk uit bij geld - waar anders. In deze lezing zou een brug tussen twee universiteiten vooral bedoeld zijn om buitenlandse studenten hier hun mastersdiploma te laten halen. Want buitenlandse masterstudenten nemen een zak centen mee.
Een jaartje studeren in Twente - of elders in de wereld natuurlijk - kost zo'n ambitieuze student al gauw twintigduizend gulden, soms minder, meestal meer. Begrijpelijk dat faculteiten met dat soort types graag een klasje vullen. Hoe? Door als universiteit te zorgen dat je goed bent, ver boven het gemiddelde uitsteekt, of in ieder geval als zodanig bekend staat. 'Wij zijn de beste', adverteerde de UT anderhalf jaar geleden na de nationale topranking in het weekblad Elsevier.
Maar er leiden meer wegen naar Rome. (Strikvraag: wat treffen we daar aan, in Rome, de wetenschap of de schatkist?) Zo richtte het college van bestuur anderhalf jaar geleden de Graduate School Twente op, een keurkorps van lobbyisten onder leiding van Ben Kokkeler. Opdracht: breng de Twentse mastersprogramma's wereldwijd aan de man. Target: een instroom van vijfhonderd buitenlandsestudenten per jaar.
Betalende buitenlandse studenten werven, daar ging het GST om. De reizigers in masters vlogen een jaar lang boven alle wereldzeeën. De vijfhonderd werden niet gehaald, bij lange na niet zelfs. Het college van bestuur draaide de kraan dicht, zette Kokkeler op een zijspoor, stelde TW-decaan De Smit aan als reorganisator.
Ondertussen hoopt het CvB dat de internationale instroom op gang komt via de faculteiten. 'Zo werkt het niet', denkt GST-medewerker Frank Höppener. 'Contacten leggen, jezelf in de kijker spelen, dat kost tijd en moeite. Hoogleraren hebben die tijd niet. Ik snap niet dat het college dat niet inziet.'
Het is zo: hoogleraren hebben weinig tijd. Samenwerken met Afrikaanse, Indiase of Chinese collega's staat niet hoog op de prioriteitenlijst, zeker niet als blijkt dat Afrikaanse, Indiase en Chinese professoren ook druk zijn. Bovendien leert de ervaring dat samenwerking zonder regelmatig face-to-facecontact gedoemd is om dood te bloeden.
Dus bedacht Sirp de Boer, docent bij de Technology and Development Group (de voormalige Vakgroep Ontwikkelingskunde), iets anders. De Boer: 'Wil je twee universiteiten werkelijk laten samenwerken, dan zul je ze moeten matchen, dat wil zeggen: systematisch in kaart brengen op welke fronten samenwerking mogelijk is. Welke hoogleraar van universiteit A zou wat kunnen betekenen voor welke hoogleraar van universiteit B?'
Koppeltjes maken dus. Maar dat matchen kost enorm veel tijd en energie - en dus geld. 'De inventarisering kost maanden', erkent De Boer. 'Eerst in Twente, daarna op locatie bij de betreffende buitenlandse universiteit.' Onbegonnen werk, zou je zeggen - en bovendien onbetaalbaar. Maar De Boer bedacht de ideale oplossing.
Afstudeerders! 'Ik dacht: als je de matching nu eens overlaat aan twee studenten die er hun afstudeerproject van maken.' De Boer somt op: 'Afstudeerders hebben een half jaar de tijd om zich vast te bijten. Ze willen graag naar het buitenland. En, op een ticket na, kosten ze niets.' Het ei van Columbus?
De Boer doceert management niet-westerse landen, met als specialisme China. Al in 1994 tekent toenmalig rector magnificus Theo Popma een memorandum of understanding met de president van de in China hoogaangeschreven Zhejiang University in Hangzhou. Popma's opvolger Frans van Vught bezoekt de bevriende universiteit in 1999. Niet lang daarna oppert De Boer het plan om de UT en de ZU te matchen.
Daarvoor werft hij twee studentes: Chantal van Sparrentak (22, BSK) en Desiree Hoving (23, TCW). Van Sparrentak krijgt de opdracht de fijnafstemming vanuit bestuurlijk perspectief te bekijken, Hoving buigt zich over het probleem van de communicatie. Na veldwerk op de campus, vertrekt het duo begin april voor twee maanden naar China.
Hangzhou, 30 mei jongstleden. Vandaag presenteren Hoving en Van Sparrentak hun bevindingen aan de stafleden van het InternationalPrograms Office van de Zhejiang University. De zitting verloopt op z'n Chinees. Als iedereen thee heeft, is het tijd voor de visitekaartjes. Even lijkt de ontvangstruimte op een lokaal verkeersplein: professoren, assistenten en studenten steken kriskras over om elkaar met een lichte buiging hun gedrukte personalia aan te bieden.
Als iedereen zit, leggen de studentes in vlekkeloos Engels uit wat ze in de afgelopen maanden hebben bewerkstelligd. 'De matching heeft geresulteerd in twaalf concrete projectvoorstellen', zegt Van Sparrentak. Hoving: 'Vier daarvan bestonden min of meer al, acht zijn er nieuw.'
De initiatieven lopen uiteen van uitwisseling van professoren en aio's, het gezamenlijk verrichten van onderzoek, tot aan een zogenaamd 2+2 project waarin KPN en de Twentse TSM business school 'iets gaan doen' met Nokia China en de Zhejiang School of Economics. De deelnemende professoren komen uit allerlei disciplines: chemie, wiskunde, bedrijfskunde, civiele techniek, management.
Om dit resultaat te boeken interviewden Hoving en Van Sparrentak zo'n vijftig UT-professoren, verspreid over alle faculteiten. Dat leverde 25 geïnteresseerde geleerden op. 'Aan deze groep bleken in potentie twintig Chinese professoren te koppelen', zegt Hoving. Zestien toonden daadwerkelijk animo. Twaalf bleven er uiteindelijk over.
De universiteiten zijn gematched, de plannen gemaakt. Nu komt het aan op de uitvoering. 'Daar hebben wij natuurlijk geen enkele invloed op', glimlacht Van Sparrentak. Hoving: 'Alles staat of valt met de motivatie van de betrokken professoren. Maar ze hebben wederzijdse interesse getoond, er zijn zaken zwart op wit gesteld. Voor ons is het verder een kwestie van afwachten.'
Het lijkt erop dat de methode-De Boer precies andersom werkt als die van de Graduate School Twente. Eerst zijn er de gezamenlijke projecten, in de slipstream daarvan hoopt de UT op instroom van - in dit geval - Chinese masterstudenten. De Boer: 'Die zouden dan af moeten komen op onze goede naam, gepaard aan de bekendheid die de UT inmiddels geniet bij het International Programs Office van de Zhejiang University.'
Volgens Van Sparrentak en Hoving staan Chinese studenten te trappelen om naar Europa of de Verenigde Staten te komen. Alleen zijn ze er vaak te armlastig voor. En op financiële ondersteuning vanuit de eigen universiteit hoeven ze niet te rekenen.
Andersom zet de Zhejiang University hoog in op niet-Chinese masterstudenten. Xue Fei - 'please call me Frank' - is staflid van het International programs office en heeft de regio Europa in zijn portefeuille. 'Frank' geeft een rondleiding in het bijna voltooide verblijf voor toekomstige buitenlandse studenten.
Het blijkt een prachtig complex, dat behalve een prachtige eetzaal, een groot aantal tamelijk luxueuze hotelkamers biedt. Een Twentse student die besluit een tijdje aan de ZU te gaan studeren, zal hier mogen wonen. Met onverholen trots showt Frank de extra's. Douche en toilet op de kamer, een breed bed, eigen bureau. De bezoeker hoeft er niet op achteruit te gaan.
Daags later in de 'dorms', de flats waarin de Chinese Zhejiangstudenten in vier jaar de klus moeten klaren, is het even slikken. Studenten aan de Zhejiang University leven met achten in een hok van vier bij drie - meisjes apart van jongens. Boven en naast je slapen medestudenten, je bed is een rieten mat van één centimeter dik, je persoonlijke leefsfeer past letterlijk binnen één kubieke meter. Douchen kan, aan het eind van de gang. Het water is niet verwarmd.
Toch zijn ZU-studenten niet ontevreden. Het is een voorrecht aan de Zhejiang University te mogen studeren: China telt 1070 universiteiten, ZU is de grootste en behoort tot de top-3 in de Volksrepubliek. Een Chinees is bereid zich daarvoor vier jaar lang koud te douchen.
De eerste aflevering van de China-reportage verscheen vorige week in deze krant
![]()