Ambtelijke status blijft, loonsverhoging van 7%

| Redactie

Universiteiten en vakbonden hebben in de zomervakantie alsnog een principe-cao-akkoord gesloten. De vijftigduizend werknemers van de Nederlandse universiteiten behouden hun ambtenarenstatus en krijgen een loonsverhoging van zeven procent, die in drie stappen wordt verwezenlijkt. Ook de aio's gaan er (flink) op vooruit.

De nieuwe cao, die in september formeel nog door de partijen- na raadpleging van hun achterban- moet worden bekrachtigd, geldt voor twee jaar. Vlak voor de zomer liepen de cao-onderhandelingen nog spaak. Het handhaven van de ambtenarenstatus was voor de werkgevers een onbespreekbaar punt. De vakbonden dreigden daarop met acties, waarna de werkgevers overstag gingen omdat ze beseften dat een slepend cao-conflict slecht was voor het imago van de universiteiten.

Het universitair personeel gaat er in salaris structureel 7% op vooruit: per 1 juni 2000 met 2,8%, per 1 juli 2001 met 3,4% en per 1 februari 2002 met 0,8%. De verhogingen werken door in de pensioenen en uitkeringen. In december 2000 zal een eenmalige uitkering worden gedaan van 0,5% van het jaarsalaris met een minimum van f 300 bij volledige werktijd (bij deeltijd naar rato) en in december 2001 een eenmalige uitkering van 0,75% van het jaarsalaris, met een minimum van f 450 bij volledige werktijd (bij deeltijd naar rato).

Assistenten-in-opleiding (aio's) krijgen ook een loonsverhoging. Zij die in hun eerste jaar zitten krijgen er per 1 juni 2000 25% bij, de tweedejaars aio 20 %, derdejaars 10%, terwijl het vierde jaar een loonsverhoging van 5% oplevert. De universiteiten betalen de loonsverhoging voor aio's met geld van minister Hermans van Onderwijs, die 40 miljoen gulden beschikbaar heeft gesteld om aio-loopbanen aantrekkelijker te maken.

Verder hebben de VSNU en de vakbonden afgesproken dat het universitair personeel de ambtenarenstatus behoudt. De werkgevers wilden overstappen naar het privaatrecht. Dat zou hen de vrijheid geven om flexibeler arbeidsvoorwaarden in te voeren, zoals prestatieloon. Daarmee zou de concurrentiepositie van de universiteiten ten opzichte van het bedrijfsleven worden versterkt. De vakbonden houden tot nu toe vol dat dat in het huidige stelsel ook kan. De praktijk zal dat moeten uitwijzen. In de cao is dat ook met zoveel woorden vastgelegd. In elk geval besloten de partijen tot modernisering van de arbeidsvoorwaarden, zoals een flexibeler beloningssysteem. Mocht dat op problemen stuiten, dan zullen de partijen alsnog overleggen over een overstap naar het privaatrecht.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.