'Steek nooit een cent in een patent.' Die oude spreuk komt boven wanneer UT-hoogleraar octrooibeleid prof. mr. ir. A. Louët Feisser vertelt over zijn beginjaren in het octrooivak. 'Maar die spreuk is niet waar hoor, die geldt alleen als je het systeem verkeerd gebruikt. Doe je het goed, dan is octrooi aanvragen helemaal niet zo duur', vertelt hij. Louët Feisser is behalve deeltijdhoogleraar ook werkzaam bij het Amsterdamse kantoor Arnold & Siedsma. Hij betreurt het dat zo weinig aankomende ingenieurs op de hoogte zijn van het octrooieren. Jaarlijks levert de speciale opleiding van de orde van octrooigemachtigden slechts 25 nieuwelingen op. Doodzonde aldus Louët en zijn collega Rob Vernout, oud-UT-student. Want beiden vinden het een 'verschrikkelijk mooi vak'.
Vernout moet echter bekennen dat ook hij tijdens zijn studie Werktuigbouwkunde aan de UT de colleges octrooibeleid liet voor wat ze waren. 'Ik had nog nooit van octrooieren gehoord, ik wist niet eens wat het precies inhield', zegt hij nu. Bij toeval rolde hij in het vak. 'Ik dacht dat de vereiste vooropleiding een juridische zou zijn. Maar in de advertentie die ik las vroegen ze werktuigbouwkunde, elektrotechniek of chemie.'
Vernout weet nu dat een technische opleiding een must is. 'Wanneer je voor een bedrijf octrooi aanvraagt, moet je goed en gedetailleerd omschrijven hoe het ontwerp in elkaar zit. En je moet het idee achter de uitvinding kunnen traceren. Want je vraagt octrooi aan op het idee, niet op het ontwerp.' Het woord uitvinding is volgens hem ook niet geschikt. 'Het zijn soms namelijk kleine ontwikkelingen of verfijningen waar je octrooi op aanvraagt. Ik noem dat geen uitvindingen.'
Dekking
Het aanvragen van een octrooi kan een dure zaak zijn. Zeker voor kleine bedrijfjes of particulieren. Een doorsnee octrooi met Nederlandse 'dekking' kost zo'n 8000 gulden. Wil je ook in andere landen een monopoliepositie verwerven, dan moet je internationale of Europese 'dekking' aanvragen en per land betalen. Daarnaast betaal je per jaar instandhoudingskosten en vervalt het octrooi na twintig jaar. 'Daarom moet je goed afwegen wat je met een patent wilt. Een monopoliepositie verwerven of geld verdienen aan licenties. Pas als je een idee gaat vermarkten, levert het geld op.'
Bij grote bedrijven zoals Philips is octrooieren aan de orde van de dag, vertelt Vernout. 'Zij hebben hun eigen clubje van octrooigemachtigden. Octrooien worden gebruikt om de concurrentie voor te blijven en zelfs tegen elkaar uitgeruild. Wij zitten meer bij het midden- en kleinbedrijf. Daar wordt men zich er langzamerhand ook steeds meer van bewust dat octrooi aanvragen nuttig is voor de bescherming van je technische ontwikkelingen. Indien er geen octrooi is aangevraagd, mag namelijk iedereen de techniek toepassen.' Strikte geheimhouding is geboden, want zodra een ontwikkeling openbaar is, kan niemand het meer octrooieren, ook de uitvinder niet.
Vernout vraagt het patent voor zijn cliënten aan bij de octrooiraad. Wanneer hij er niet zeker van is dat de vinding origineel en inventief is doet hij een kort vooronderzoek. Dat kan eenvoudig, sinds alle octrooiaanvragen op internet staan. De nieuwe octrooiwet in 1995 heeft trouwens verandering gebracht in het Nederlandse systeem. 'Vroeger werd je aanvraag door de octrooiraad bekeken op inventiviteit. Maar tegenwoordig wordt het gewoon geregisteerd. Pas als het tot een conflict komt, iemand andersmaakt je vinding na, kan je bij de rechter opkomen. Die beslist dan over de waarde van het patent.'
Voordeel van het systeem is dat octrooieren goedkoper is geworden, nadeel is de rechtsonzekerheid voor het publiek. Er wordt misschien gedreigd met een loos octrooi. De voordelen wegen kennelijk zwaarder want het aantal octrooiaanvragen stijgt sinds 1995 gestaag. 'Er is veel te veel werk voor te weinig mensen', aldus Vernout.
Zolderkamer
Is bij bedrijven octrooieren inmiddels big business, particulieren weten vaak niet wanneer octrooi aanvragen zinvol is. Vernout schetst het beeld van de eenzame particuliere uitvinder die op zijn zolderkamer met een waanzinnig idee komt. "Octrooi aanvragen" is het eerste wat zo iemand denkt. Onterecht. 'Veel mensen hebben zich er niet goed in verdiept. Ze denken dat het aanvragen van een octrooi een soort erkenning is van hun werk. Of ze denken dat het de opstap is naar het grote geld. Maar dat is niet zo. Van tevoren moet iemand zich, net zoals een bedrijf, goed realiseren wat hij met het idee wil gaan doen.' Vernout herinnert zich in dit verband iemand die een apparaat had bedacht waarmee je grote hasjies kon rollen. Dat het apparaat nog niet in de winkel ligt zegt genoeg. 'Het komt zelden voor dat een particlulier echt geld verdient aan zijn idee. Vaak zijn het de ideeën van de eeuw die stranden.'
Vernout adviseert particulieren dan ook in samenwerking met een bedrijf de mogelijkheden te bekijken. 'Particulieren hebben vaak geen verstand van het vermarkten van een product.'
Het is verbazend op welke ogenschijnlijk oninteressante producten octrooi is aangevraagd. Louët Feisser en Vernout waren 's ochtends nog bij Mars. 'Mars heeft een octrooi op het verpakkingspapiertje van mini-marsjes. Het bijzondere daaraan is dat het papier luchtdicht gesealed is en bovendien met een twist wrap dicht zit. Bij andere snoepjes zie je ook wel een twist wrap maar is het papier niet gesealed.' Ook was Louët Feisser betrokken bij de cross your heart beha. 'Dat zegt jullie niks meer, maar in de jaren zeventig was zo'n beha met gekruiste banden heel populair', verzekert hij. Dat ideeën van particulieren vaak stranden wordt bestreden door het verhaal van de voetbal. Twee broers bedachten dé manier om van hoekige lapjes leer een perfecte ronde bal te maken. Nike kocht de GeoDesign bal. Soms scoren ook de Willy Wortels.
De colleges octrooibeleid starten in de tweede helft van augustus.
Rob Vernout in het archief. 'In elke map zit een idee.'
![]()