'Een echte professional geeft antwoord op de vraag die een student had wíllen stellen.' Vertrekkend studentendecaan Ab Gellekink over de valkuilen en charmes van zijn beroep.
'Kijk', zegt Ab Gellekink (56) met scherts in zijn stem, 'de studentendecaan staat in de wet. Elke universiteit is verplicht er een te hebben. Dat kun je niet zeggen van een studentenpsycholoog, of van een redacteur van het universiteitsblad.'
Maar geeft Gellekink een student advies, dan kan die daar onmiddellijk rechten aan ontlenen. De keerzijde? 'Nee', zegt hij, 'dat besef is juist goed. Je zorgt wel dat je precies weet waarmee je bezig bent.'
Gellekink wijst naar zes lijvige groene ordners op zijn bureau. 'De uitwerking van de wet op de studiefinanciering. Een beetje studentendecaan kent ze uit het blote hoofd. Die kennis is je belangrijkste instrument.'
Wás, want Gellekink houdt ermee op. Zijn kamer oogt leegjes, de boekenkasten zijn verdwenen. 'Ik ben al een beetje weg', geeft hij toe. Alleen de levensgrote poster van Humphrey Bogart hangt nog aan de muur. Bogart is zijn lievelingsacteur.
Gellekink begon zijn loopbaan aan de UT in 1967. 'In schaal vier', lacht hij. 'Administrateur op het afdelingsbureau van Werktuigbouwkunde.' Na enige jaren als beheerder van WMW - 'nu zou je faculteitsdirecteur zeggen' - liftte hij in 1976 mee met de oprichting van BSK.
Gellekink werd er studieadviseur. 'Zelf pakte ik in die tijd een studie geschiedenis op', zegt hij. 'Ik wist dus precies wat een student bedoelde met werkdruk of tentamenstress.' Moet een studieadviseur zelf gestudeerd hebben? Gellekink twijfelt niet. 'Ik vind van wel. Je moet de praktijk kennen én de student moet het gevoel hebben dat jij de praktijk kent.'
In 1990 haalde studentendecaan Jan Ham hem naar het centrale niveau. 'De legendarische Jan Ham', glimlacht Gellekink. 'Hij had vrienden en vijanden. Jan was een uitstekend leermeester en een nog betere studentendecaan.' Gellekink gebaart naar de hal. 'Place Jean Jambon - dat bordje ken je toch wel?'
Sinds drie jaar zwaait Gellekink de scepter op het decanaat. Is er veel veranderd in de twintig jaar dat hij studenten begeleidt? Na even nadenken: 'Ja. Vroeger stelde een student zijn vraag zo beleefd dat hij nauwelijks antwoord durfde te verwachten. Tegenwoordig krijg je een e-mailtje. En de volgende ochtend nog één waarin de student vraagt waar het antwoord blijft. Zo werkt dat natuurlijk niet.'
Toch is de decaan er voor de student. 'Helemaal', zegt Gellekink. 'Ik heb hier wel eens tot negen uur 's avonds gezeten met iemand die flink in de moeilijkheden zat. In mijn opinie moet het hier zijn als een openbaar toilet: studenten kunnen hier onbezwaard komen zeiken. Wij ruimen de zaak wel weer op.'
Succesjes boekt een studentendecaan in de luwte. 'Mijn belangrijkste wapenfeiten', zegt Gellekink, 'hebben niets van doen met 'we hebben de tent zus of die target zo' - nee, je werkt achter de schermen. In discretie. Dat bevalt mij trouwens prima.'
Maar als hij toch iets moet noemen: 'Ik heb eens een student aan vijftienduizend gulden studiefinanciering geholpen. In zijn zevende jaar kwam hij naar me toe. Ik grasduinde in zijn dossier en zag dat ze hem tekort hadden gedaan. Met terugwerkende kracht ontving hij het geld. Dat geeft voldoening.'
Aan serieuze psychische klachten brandt hij zijn handen niet. 'Die studenten verwijs ik door.' Zelf de psycholoog uithangen getuigt van amateurisme, vindt hij. 'Ik moet wel signaleren dat iemand geestelijk in nood zit. Dat er nog iets achter dat ene vraagje steekt. Meestal beseffen studenten het zelf ook, maar hebben ze een laatste duwtje nodig.'
Eén keer zette hij iemand buiten. 'Dat was een regelrechte querulant', zegt hij, nog steeds verbouwereerd. 'Die jongen stapt binnen, "Wat kan ik voor je doen", zeg ik, "Ik kom mijn rechten maximaliseren", zegt-ie.' Gellekink lacht hard. Dan, achter zijn hand langs: 'Een TBK-student. Wilde dat ik hem de mazen van het net even zou wijzen. Mooi niet dus.'
Maar in geval van werkelijk onrecht toonde Gellekink zich nimmer de beroerdste. 'Als een student zijns ondanks anderhalf jaar over zijn afstuderen doet, in plaats van de zes maanden die ervoor staan, en hij vindt geen gehoor bij zijn faculteit, help ik hem persoonlijk met het opstellen van een claim. En dat gaat niet om lullige bedragen.'
Heeft hij tips voor zijn opvolger? 'Beheers de wet, ken de regeltjes. Gemiddeld eens in de acht jaar gaat het hier een keer fout, adviseren we iemand iets ten onrechte. Daar hebben we een potje voor. Verder komt het aan op geruststellen, vertrouwen wekken. Dat heb je of dat heb je niet.'
Gaat hij zich niet vervelen straks, thuis? 'O nee, ben je gek. Ik hoop 94 te worden, net als mijn vader. Is die leeftijd me gegeven, dan heb ik nog zesendertig jaar voor de boeg. Achtendertig jaar werken, achtendertig jaar uitvieren.'
Zijn verlanglijstje is lang. 'Ik wil nog een detective schrijven over een psychopaat die tot aan het einde slachtoffer én dader zou kunnen zijn. Het plot zit hier.' Hij wijst op zijn hoofd. 'Ik ben van plan iets te schrijven tegen de pseudowetenschap. De BBBB richt ik sowieso op.' De BBBB? 'De Bond ter Bestrijding van Boerenbedrog', verduidelijkt hij zich.
En lezen natuurlijk. 'Proust. Ik wil Op zoek naar de verloren tijd nu wel eens helemaal uit krijgen. Heerlijk lijkt me dat.'
![]()
Ab Gellekink: ...achtendertig jaar werken, achtendertig jaar uitvieren...