Zeehond
We zijn veel te vroeg begonnen dit jaar. Normale mensen hebben vakantie. De Man met de Hond bijvoorbeeld. We komen ze al twee weken niet tegen.
Waar zouden ze uithangen? Hebben ze een beetje weer? Waar blijft het kaartje.
Vorig jaar kregen we een ansicht uit het zuiden van Engeland. 'Hoi fietser', stond er op, 'het is hier hondenweer. Ik vermaak me best, maar van de Hond mogen we wel naar huis. Gelukkig zijn de wandelpaden hier uitstekend. Werk ze!'
Dit jaar zoeken ze vast de zon op die twee. Vroeg d'r uit voor de wandeling en dan snel naar het strand. De Man speelt in de branding, de Hond kijkt vanaf zijn handdoekje glimlachend toe. Hij probeert Le Monde te lezen, maar het waait een beetje.
De Hond smeert de rug van de Man nog eens in. 'Maar dan niet meer de zee in hè', blaft hij. 's Middags halen ze een ijsje. En strakjes op de camping lekker koken voor de tent. Gisteren at de Man soep uit blik, de Hond heeft hele lekkere brokken ontdekt in de campingwinkel.
Vanavond gaan ze naar de disco. De Hond is een feestbeest.
Voor Tropical Beach staat een rij. Soms zwiept de deur open en waait de muziek naar buiten. De Hond kwispelt, de Man maakt alvast een dansje. Bij de ingang kost het heel veel peseta's. Gelukkig heeft de Hond gepind. De gespierde meneer wijst op een bordje: 'Verboden voor honden'. De Hond gromt dat hij achttien is. 'Dus jij denkt dat mijn vriend hier lult of zo?', dreigt de Man, en ze glippen naar binnen.
Ealjebij
'Een oliebij, een oliebij, een oliebij! Mem een oliebij bij die meneer', schreeuwt de kleuter op een terras aan een Fries watertje. De meneer reageert niet. De meneer is namelijk geen Fries, maar een toerist. Mensen die in Friesland op vakantie zijn, weten niet dat oliebij de goedbedoelde maar slordige vertaling van ealjebij is. En dat ealjebij als je het netjes in het Nederlands omzet zoveel als wesp of bij betekent.
Moeders (mem) doorgrondt de hachelijke situatie te laat. De Hollandse meneer brengt de lepel met ijs en wesp nonchalant naar zijn mond. De ealjebij steekt meedogenloos toe - alsof er geen taalbarrières tussen Friezen en toeristen bestaan. Tien minuten later wordt de meneer trillend en bevend door de terrasbaas richting dorpsdokter afgevoerd.
Wespen zijn gewetenloze, nietsontziende, inhumane, goed getrainde, tot aan hun tanden bewapende oorlogsterroristen. Ze zoemen de hele dag van je hoofd naar je computerscherm, onder je oksel door, vlak langs je arm, via je koffiekopje, voorbij je oor weer terug naar je hoofd. Uren en uren draaien ze provocerend rondjes om je werkplek. Geduldig wachtend tot jij die ene verkeerde beweging maakt.
Vandaar dat omstanders ook zo belangrijk zijn. Vaak zijn zij de enigen die weten waar de wesp zich ophoudt. Een ondoordringbare wespendefensie bouw je daarom samen met huisgenoten, terrasgenoten of je collega's van kantoor.
'Waar zit'ie? Waar zit'ie? Waar zit'ie?'
'Boven je hoofd! Onder je arm! In je haar! In je mouw!' Maar dan is het al te laat.
'Au, potverdorie, au, au, auauauauauau.'