Aio's in het onzekere door salarisvoorstellen

| Redactie

De UT wil de 35.000 gulden bonus die aio's en oio's bovenop hun salaris krijgen afschaffen. De promovendi zouden daar meer loon voor terugkrijgen. De concept-nota van P&O met deze voorstellen veroorzaakte grote onrust onder jonge onderzoekers. Want gaan die er nu op voor- of achteruit?

Om de dalende aio-instroom te keren, bedacht Personeel & Organisatie in 1998 een plan. Door promovendi gedurende hun vierjarige opleiding iets meer salaris en een bonus van 35.000 gulden te geven, zouden er meer jonge onderzoekers naar de UT moeten komen. Promovendi kunnen het lokkertje naar eigen inzicht gebruiken voor het aanschaffen van een computer, het volgen van cursussen of het bezoeken van conferenties.

'Het nieuwe beleid is redelijk succesvol', vindt Gon Radstake, adjunct- hoofd van de afdeling P&O. 'Hoewel aio's in eerste instantie kiezen voor de inhoud, blijkt uit onderzoek dat de bonus bij meer dan de helft van invloed is geweest op hun keuze om naar de UT te komen.'

Nu, twee jaar na invoering, gaat de UT de regeling waarschijnlijk intrekken. 'Niet omdat 'ie niet werkt', aldus Radstake, 'maar omdat de nieuwe CAO voor Nederlandse Universiteiten dat vereist.' In die cao staat namelijk dat de aio-salarissen in het eerste jaar met 25, in het tweede met 20, in het derde met 10 en in het laatste met 5 procent omhoog gaan.

In een concept-voorstel schetst P&O drie nieuwe beloningsmodellen voor aio's. In alle drie is sprake van een salarisverhoging. Alle drie gaan ook uit van de afschaffing van het aio-pakket.

Kiest de UT voor beloningsmodel één dan beginnen aio's met 3698 en eindigen ze in hun vierde jaar met 4281 gulden per maand. De kosten voor de uitgave van het proefschrift worden nog wel vergoed. Maar het boekje moet verplicht bij Twente University Press verschijnen. Wat voor aio's die hun proefschrift ook bij Boom of MIT-Press kunnen publiceren misschien geen aanlokkelijk perspectief is.

Optie twee voorziet in een flinke salarisverhoging. In het eerste jaar krijgen promovendi 4267 en in hun laatste 4929 gulden per maand. Optie drie gaat uit van respectievelijk 3698 en 4281 gulden per maand. Waarbij het proefschrift, net als in optie twee, niet meer door de UT wordt betaald.

Voor alle drie beloningsmodellen geldt dat de aio's bij hun faculteit moeten aankloppen als ze de kosten voor een cursus of congres vergoed willen hebben. Volgens Radstake hoeft dat geen probleem te zijn. 'Onderzoeksgroepen betaalden die kosten ook al voordat de bonus werd ingevoerd.' Froukje Jellema van het Twents Aioberaad (TAB) voorziet wel moeilijkheden. 'Er zijn veel vakgroepen met weinig geld. Aio's mogen daar maar één keer in al die vier jaar naar een groot buitenlands congres. Bovendien gaan professoren heus geen cursussen betalen die niet direct met je onderzoek te maken hebben. En het aio-budget is juist bedoeld om je breder te ontwikkelen. Zodat je kansen op de arbeidsmarkt verbeteren.'

Vooral voor promovendi die nu in hun derde of vierde jaar zitten pakken de opties onvoordelig uit. De loonsverhoging die ze krijgen is gering en ze moeten wel een aanzienlijk deel van hun bonus inleveren. 'In een overgangsregeling is nog niet voorzien', aldus Jellema. 'Ik denk dat dat onrechtmatig is. De UT moet zich houden aan afspraken uit het verleden.'

Volgens Jellema hebben de plannen van P&O voor veel onrust gezorgd. 'Aio's en oio's weten niet of ze de komende jaren nog wel naar congressen of cursussen kunnen. Sommige aio's denken er over hun budget de komende maanden zo snel mogelijk op te maken.'

Radstake vindt de onrust voorbarig. 'We zijn in gesprek met TAB. We luisteren serieus naar hun argumenten. Die nemen we mee in het definitieve voorstel. Dat wordt pas 14 september in het college van bestuur besproken. Tot die tijd kan ik niet zeggen of de aio's er op vóór- of achteruit gaan. Maar tot die tijd ligt er ook nog niets vast.'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.