Amundsen
Na mijn promotie, met een vergunning van O&W op zak om zelfstandig dierproeven uit te voeren, heb ik mijn onderzoek uitgebreid naar andere vissen. Van regenboogforel tot paling, allemaal gingen ze in mijn drukkolom. Dit resulteerde in publicaties in tal van vooraanstaande tijdschriften. Maar na een tijdje wilde ik toch wat anders. Mijn vrienden begonnen te grappen of ik al guppen in mijn pijp had gestopt. En toen hoorde ik van het Amundsenfonds.
Het Amundsenfonds is opgezet door het Noorse Ministerie van Visserij met als doel: stimulering van het onderzoek op walvissen. De achtergrond moge duidelijk zijn. De Noren willen graag walvissen vangen, maar mogen dat officieel alleen voor wetenschappelijke doeleinden. Aanvankelijk beperkte die wetenschap zich tot de vraag hoe de walvis reageert op een harpoen in zijn rug. Maar onder internationale druk werd het allengs serieuzer aangepakt. Elke wetenschapper met een goed onderzoeksplan kan rekenen op financiering vanuit het Amundsenfonds. Zolang er maar veel walvissen voor nodig zijn. Celbiologen vallen dus af, want met één dode walvis heb je genoeg cellen om alle celbiologen in de wereld een jaar aan het werk te houden.
Mijn onderzoek paste perfect in de doelstelling. Ik had de opzet zo aangepast dat ik alleen maar de longen van de walvis nodig had. Met name het empirische karakter sprak de Noren aan. Een betrouwbaar onderzoek vereist een grote steekproef, dus veel longen. Maar het belangrijkste, achteraf bezien, zijn de resultaten van mijn onderzoek.
De longen van de walvis blijken eigenschappen te bezitten waarmee het dier in principe tot 200 meter diep kan gaan zonder barotrauma's op te lopen. Ik slaagde erin deze unieke eigenschappen toe te passen in de ontwikkeling van duikflessen voor diepzeeduikers. En met enkel deze flessen kregen Noorse duikers voor elkaar wat met de geavanceerde submariene technieken van geen enkel ander land lukte: het openen van de Koersk. Niemand zal nu nog durven twijfelen aan het belang van de Noorse walvisvaart.